(51035573) Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek Stationsweg 81 te Ede
收藏DataCite Commons2026-04-03 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ALLNZB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Archeologische verwachting</p><p>
De door de bevoegde overheid (gemeente Ede) uitgevoerde quickscan toont aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart wordt aangegeven dat voor het plangebied de trefkans op archeologische resten hoog is.</p><p>
Resultaten/conclusie inventariserend veldonderzoek
De natuurlijke afzettingen binnen het plangebied betreffen ijssmeltwater- dan wel gestuwde afzettingen, waarbij zich in de oorspronkelijke top een holtpodzolbodem/bruine bosgrond heeft gevormd. Bij vrijwel alle gezette boringen is deze nog deels intact aanwezig, met een dikte tussen minimaal 10 en maximaal 50 cm, en bestaat uit een dun restant van de Bws- en BC-horizont, dan wel alleen een resterende BC-horizont. Dit intacte restant van de van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond bevindt zich vanaf een diepte tussen 75 en 190 cm -mv/tussen 23,5/26 en 23,1/25,6 m NAP en volgt het naar het westen toe aflopende verhang van de stuwwalflank. Boven het intact resterende deel van de van nature gevormde/oorspronkelijke holtpodzolbodem/bruine bosgrond komen veelal sterk gevlekte en geroerde lagen grond voor, met een dikte tussen minimaal 75 en maximaal 165 cm (tussen 24,3/26,8 m NAP (huidig maaiveldniveau) en 23,5/26 m NAP). Duidelijk is dat er binnen het plangebied ophogingen hebben plaatsgevonden, waarschijnlijk toen het plangebied in gebruik werd genomen als woonperceel en de bouw van de bestaande vrijstaande woning/villa heeft plaatsgevonden. De oorspronkelijke minerale bovengrond (Ap-horizont) en een deel van de Bws-horizont zal binnen het overgrote deel van het plangebied wel zijn opgenomen in de bovenliggende geroerde/verstoorde lagen grond. </p><p>
Er geldt in zijn algemeenheid dat binnen het plangebied het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels intact is (daarbij ook binnen de contour van de geplande nieuwbouw waar momenteel nog geen bebouwing staat). Archeologische sporen, indien aanwezig, worden direct onder het ophogingspakket/de geroerde lagen grond verwacht en zullen meest zichtbaar zijn onderin de Bws-/BC-horizont en op de overgang naar de C-horizont, op een diepte van circa 90/165 en 120/190 cm -mv (vanaf circa 23,4-26 m NAP). Het archeologisch potentiële vondstniveau zal al wel zijn verstoord door verstoring/bewerking van de oorspronkelijke minerale bovengrond tijdens de inrichting als woonperceel, dan wel tijdens de periode dat het plangebied deel uitmaakte van een omvangrijk heidegebied (op basis van historisch topografisch kaartmateriaal beschikbaar via topotijdreis.nl). De huidige bebouwing/villa dateert uit 1963. Daarvoor heeft een landhuis op het perceel gestaan die rond 1938 is gebouwd en iets ten westen van de huidige villa heeft gestaan (ongeveer in lijn met de aangrenzende panden ten noorden en ten zuiden van het perceel). Verstoringen ter plaatse van waar dit landhuis heeft gestaan zijn beperkt geweest, aangezien de hier gezette boringen (boringen 1 t/m 5) hebben uitgewezen dat de onderzijde van de bodem nog intact is.</p><p>
Het plangebied (daarbij ook het terreindeel binnen de contour van de geplande nieuwbouw waar momenteel nog geen bebouwing staat (westelijke deel van de geplande nieuwbouw)) behoud dan ook zijn hoge verwachting op het voorkomen van nederzettingssporen uit de perioden vanaf het Laat Neolithicum. De hoge verwachting voor restanten van steentijdbewoning (perioden (Laat) Paleolithicum t/m Midden Neolithicum) kan wel worden bijgesteld naar een lage verwachting. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars, welke voornamelijk bestaan uit strooiingen van fragmenten vuursteen en (beperkt voorkomen van) ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke bodem, zullen waarschijnlijk al verloren zijn gegaan (geen in situ gelegen strooiing van fragmenten vuursteen). </p><p>
Advies</p><p>
De quickscan toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De hoge archeologische verwachting, die uit de quickscan naar voren kwam, blijft behouden voor het plangebied ten aanzien van het voorkomen van nederzettingssporen uit de perioden vanaf het Laat Neolithicum. De aangetroffen bodemopbouw bestaat namelijk uit een ophogingspakket/geroerde lagen grond met hieronder nog een intact restant van een oorspronkelijke/van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond (veelal een dun restant van de Bws- en de BC-horizont), gevormd in de top van het pakket ijssmeltwater- dan wel gestuwde afzettingen.
</p><p>
Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied nog aanwezig zijn, daarbij ook voor het terreindeel waar nieuwbouw is gepland en waar momenteel nog geen bebouwing staat (westelijke deel van de nieuwbouw, zie bijlage 4). De nieuwbouw zal worden onderkelderd, waardoor graafwerkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw zullen reiken tot ruim voorbij de top van de natuurlijke afzettingen. Eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen zullen daarbij verloren gaan. Daarom wordt geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek te laten uitvoeren binnen het terreindeel waar nieuwbouw is gepland en waar momenteel nog geen bebouwing staat (zie kaart 5). Standaard vervolgonderzoek betreft normaliter een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek, waarmee bepaald kan worden of een vindplaats aanwezig is en om te bepalen of deze behoudenswaardig is. Vanuit pragmatisch oogpunt kan de bevoegde overheid ook het besluit nemen om de geplande graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw onder archeologische begeleiding (conform protocol proefsleuven) te laten uitvoeren. Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dan wel de archeologische begeleiding (conform protocol proefsleuven), dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Ede).</p><p>
Vooralsnog zijn binnen de overige delen van het plangebied nog geen bodemingrepen gepland die dieper gaan dan 30 cm -mv (vrijstellingsdiepte). Met de geplande ontwikkeling is hier vooralsnog geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Mochten er in de toekomst toch diepere bodemingrepen gaan plaatsvinden, zal ook hier archeologisch vervolgonderzoek moeten worden uitgevoerd.</p><p>
Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Ede wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Ede op de hoogte te stellen.</p><p>
De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-03-31



