Archeologisch bureau- en booronderzoek Beverweg 18 te Swifterbant, gemeente Dronten
收藏DANS Data Station Archaeology2012-07-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2B8-TUM7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat het onderzoeksgebied ligt in een vlakte met kalkrijke poldervaaggronden die zijn ontstaan als vlakte van zee-of meerbodemafzettingen. Daarnaast ligt in de ondergrond een dekzandrug. Op de dekzandrug kunnen archeologische sporen van het paleolithicum tot het neolithicum worden verwacht. Daarna is het gebied afgedekt met veen en klei.</p><p>Mogelijk is de top van het dekzand hierbij geërodeerd, wat verstoring van de archeologische resten tot gevolg kan hebben. Indien dit niet het geval is kan de afdekking door veen en klei juist tot bescherming van eventuele archeologische resten hebben geleid. De dekzandrug bevindt zich op een diepte van 8 m-NAP tot 10 m-NAP, het onderzoeksgebied ligt op een hoogte van 4 m-NAP tot 5 m-NAP. In het kleidek kunnen met name scheepswrakken uit de middeleeuwen of nieuwe tijd worden verwacht. Hiervan zijn enkele bekend uit de directe omgeving en er is in het verleden melding gemaakt van houtresten van een mogelijk scheepswrak die afkomstig zijn van de percelen rond Beverweg 18. Het onderzoeksgebied heeft een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden op de beleidskaart van de gemeente Dronten.</p><p>Uit het booronderzoek komt naar voren dat de bodemopbouw in het onderzoeksgebied van boven naar beneden bestaat uit een verstoorde toplaag (bouwvoor en soms ook omgewerkte laag, grotendeels uit Zuiderzeeklei) gevolgd door natuurlijke afzettingen van de ‘Almere Laag’ en soms een dunne ‘Flevomeer Laag’, veen en tenslotte dekzand. In het dekzand is in twee boringen een BC-horizont waargenomen (boring 9, 20). Alleen in boring 24 is een redelijk ontwikkelde podzol B-horizont waargenomen (boring 24).</p><p>Waarschijnlijk was het gebied grotendeels te nat voor de vorming van een podzolbodem. In de meeste boringen begint het veen op 2 tot 3 m-mv en het dekzand rond de 4,5 m-mv. De top van het dekzand bevindt zich op minimaal 3,8 m-mv en maximaal 5,40 m-mv. Het reliëf van de top van het dekzand ten opzichte van NAP laat een laaggelegen dekzandrug zien in het centrale deel van het onderzoeksgebied, die zuidwest-noordoost gericht is. In boring 22 is op 3,90-4,00 m-mv, op de overgang van veen naar<br>dekzand een aantal fragmenten bewerkt hout aangetroffen. Waarschijnlijk betreft het fragmenten van een scheepswrak dat tot op de top van het dekzand is afgezakt. De fragmenten zijn niet te dateren, maar gezien de vondsten uit de omgeving betreft het waarschijnlijk een scheepswrak uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. Uit het bureauonderzoek kwam naar voren dat in het verleden eerder melding is gemaakt van aangetroffen fragmenten hout die mogelijk van een scheepswrak afkomstig zijn, maar de exacte locatie van deze vondst was niet duidelijk.</p><p>Gezien bovenstaande resultaten van het onderzoek bevelen wij aan rond boring 22 vervolgonderzoek uit te voeren om de begrenzing en de nadere diepteligging van het vermoedelijke scheepswrak te onderzoeken. Op advies van de regioarcheoloog, de heer prof. dr. A.F.L. van Holk (Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland) zal het vervolgonderzoek bestaan uit aqualock-boringen in een kruisraai rond de boring 22, waarbij elke meter een boring wordt gezet. Dit wordt gedaan totdat geen hout meer in de boringen wordt aangetroffen. Zo gauw er geen hout (meer) in de boring zit kan de raai worden afgebroken en in tegenovergestelde richting worden vervolgd tot ook geen hout meer aanwezig is. Verder wordt op advies van de regioarcheoloog vervolgonderzoek aanbevolen in een karterend boorgrid 24 boringen per hectare (circa 20 x 25 m) met een mechanische avegaarboor met een diameter van circa 12 cm (conform het beleid van de gemeente Dronten; Eimermann, Gouw & Kerkhoven, 2009). Voor de rest van de onderzoeklocatie bevelen wij geen vervolgonderzoek aan.</p><p>Bovenstaande betreft een aanbeveling. Het selectiebesluit is te allen tijde voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze gemeente Dronten.</p>
<p>案头调研结果显示,本研究区域地处一片发育有富钙质圩田泥炭壤土的平原,该类土壤由海相或湖相底积物堆积形成。此外,地下分布有一处岸沙脊。该岸沙脊上有望发现旧石器时代至新石器时代的考古遗迹。此后该区域被泥炭与黏土覆盖。</p><p>岸沙脊的顶部可能遭受过侵蚀,这会导致考古遗存遭到破坏。若未发生侵蚀,则泥炭与黏土覆盖层反而可能对潜在考古遗存起到保护作用。该岸沙脊的埋深为8米(荷兰阿姆斯特丹基准面,Normaal Amsterdams Peil,简称NAP)至10米(NAP),本研究区域的海拔为4米(NAP)至5米(NAP)。在黏土层中,尤其有望发现中世纪至近代的沉船残骸。周边区域已记录有同类遗存,且过往曾有报告称,在Beverweg 18周边地块发现了疑似沉船残骸的木质残余。在德龙滕(Dronten)市政府的考古政策规划中,本区域具有极高的考古遗存发现潜力。</p><p>钻探调查结果显示,本研究区域的土壤剖面自上至下依次为:受扰动的表层(耕作层,局部为改造层,主体为须德海黏土(Zuiderzeeklei)),随后为自然堆积的“阿尔米尔层(Almere Laag)”,局部发育有薄层“弗莱沃米尔层(Flevomeer Laag)”,再上为泥炭层,最底部为岸沙层。在两处钻探点位(9号、20号孔)的岸沙层中观测到了BC层位。仅在24号钻探孔中发现了发育较为完整的灰化土B层位。</p><p>该区域整体湿度偏高,大概率无法形成灰化土。多数钻探孔中,泥炭层埋深为2至3米(相对于场地地面,mv),岸沙层埋深约为4.5米(mv)。岸沙层顶部的埋深范围为3.8米(mv)至5.40米(mv)。以NAP为基准的岸沙层顶部地形显示,本研究区域中部发育有一处低海拔岸沙脊,走向为西南-东北向。在22号钻探孔中,于3.90~4.00米(mv)处的泥炭层向岸沙层过渡位置,发现了数块加工过的木质残块。该残块大概率为一艘沉没至岸沙层顶部的沉船残骸。残块无法直接断代,但结合周边区域的同类发现,推测其年代为中世纪晚期至近代。案头调研结果显示,过往曾有报告发现疑似沉船残骸的木质残块,但该发现的精确位置不明。</p><p>结合上述调查结果,我方建议针对22号钻探孔周边区域开展后续研究,以明确疑似沉船残骸的分布范围与精确埋深。根据区域考古学家、弗莱福兰考古与文物支持中心(Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland)的A.F.L. van Holk教授的建议,后续研究将采用锁定式钻探(aqualock-boringen)在22号孔周边布设十字剖面,每间隔1米布设一个钻探孔,直至钻探样本中未发现木质残块为止。当某一钻探孔未发现木质残块时,即可终止该方向的剖面钻探,并转向相反方向继续作业,直至该方向也无木质残块发现。此外,根据区域考古学家的建议,建议采用测绘钻探网格方案开展后续研究:每公顷布设24个钻探孔(间距约20×25米),使用直径约12厘米的机械螺旋钻探机(avegaarboor),符合德龙滕市政府政策要求(Eimermann, Gouw & Kerkhoven, 2009)。对于研究区域的其余部分,我方建议无需开展后续研究。</p><p>以上内容为研究建议。最终遴选决策权限始终归属于主管部门,即德龙滕(Dronten)市政府。</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau BV
创建时间:
2012-07-02



