Nagele, Nagelertocht, Gemeente Noordoostpolder (Fl.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek IVO-O (Verkennende Fase).
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x2x-yabe
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Er is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd langs de Nagelertocht te Nagele, gemeente Noordoostpolder, provincie Flevoland. De aanleiding voor het onderzoek is een geplande afgraving van de oever tot een maximale diepte van twee meter beneden maaiveld. Dit graafwerk vormt een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O). Het doel van het bureauonderzoek (protocol 4002) is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek (protocol 4003) is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn 33 verkennende boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen. De Nagelertocht ligt tussen de glaciale ruggen van Urk en Schokland. Het gebied veranderde achtereenvolgens van dekzandlandschap naar getijdengebied, naar veenmoeras, naar Zuiderzee. Het meest oostelijke deel van het plangebied, dat deel uitmaakt van AMK-terrein Schokland, is in het verleden onderzocht door bureau Transect dat er een archeologische begeleiding van graafwerk adviseert. Het meest westelijke deel is onderzocht door bureau ARC dat geen nader onderzoek adviseert langs de Nagelertocht. De Noordoostpolder is drooggevallen in 1942. Het pleistocene dekzand bestaat uit welvingen zonder uitgesproken koppen of ruggen. De top van het zand loopt licht op richting het oosten waar de top net binnen twee meter beneden maaiveld ligt. In het grootste deel van het plangebied is in het zand een podzolbodem gevormd wat wijst op langdurig droge condities omstreeks het mesolithicum. Op basis daarvan lijkt het grootste deel van het plangebied een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor mensen omstreeks het mesolithicum. De bodem is in het algemeen redelijk tot goed bewaard gebleven, waardoor resten van een eventuele archeologische vindplaats bewaard gebleven kunnen zijn. Het sterkst aangetast zijn de hogere delen van het zand als gevolg van erosie ten tijde van de ontwikkeling van veenmoeras. In het oosten van het plangebied ligt aan de voet van de glaciale rug van Schokland een dal van mogelijk een pingoruïne. Westelijk van dit dal is de top van het zand bij het huidige onderzoek het hoogst aangetroffen met een diepte beneden maaiveld van iets minder dan twee meter. Door de hoogte en de waarschijnlijke nabijheid van oppervlaktewater in het dal lijkt dit omstreeks het mesolithicum de meest aantrekkelijk vestigingsplek te zijn geweest voor mensen omstreeks het mesolithicum. Maar hier is de top van het dekzand zo zeer geërodeerd dat eventuele archeologische resten sterk zullen zijn aangetast. Op het pleistocene zand ligt ongeveer anderhalve meter veen en anderhalve meter zeeklei. Oude getijdenafzettingen / zeeklei uit de tijd dat de zee vanuit het westen tot in het gebied kwam, zijn niet aangetroffen. Het onderzoek heeft geen vondsten opgeleverd die eenduidig dateren van voor de Noordoostpolder. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. BongersAangezien binnen het deel van het plangebied dat nu is onderzocht binnen twee meter diepte als gevolg van erosie geen bodems bewaard gebleven zijn, adviseren wij om daar geen nader onderzoek te ondernemen en het terrein vrij te geven voor de geplande ingrepen. Voor het meest westelijke deel van het plangebied heeft ARC geen advies voor archeologisch vervolgonderzoek gegeven (De Roller & Mulder 2006). Voor het meest oostelijke deel van het plangebied dat is onderzocht door Transect, blijft het advies van dat bureau van kracht: 'Gezien de beperkte bodemingreep wordt geadviseerd om de ontgravingen onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren.' (Kerkhoven 2014). In Figuur 12 is dit oostelijke deel van het plangebied rood omlijnd. toetsing provincie Flevoland, mevr. M.C. Houkes 7 maart 2020In een toetsing van het conceptrapport van 29 januari 2020 door mevr. M.C. Houkes van de provincie Flevoland schrijft ze: 'Aan de oostzijde van het plangebied worden restanten van dijklichamen of dijkschaduwen verwacht. Het onderzoek van Transect heeft zelfs een restant dijklichaam aangetoond, daar waar terpen en dijken rondom Schokland zich meestal alleen laten zien als schaduw. […] Vondstlagen samenhangend met de dijklichamen kunnen wellicht opgespoord worden met een aanvullend veldkartering. Voor deze zone is een begeleiding van de graafwerkzaamheden echter de meest praktische werkwijze om de dijklichamen / schaduwen in kaart te brengen.' Figuur 12 toont de archeologische beleidskaart van de gemeente Noordoostpolder op het westelijke deel van Schokland waar het plangebied ongeveer drie voormalige dijken kruist. Graafwerk op deze delen van het plangebied dient dus archeologisch te worden begeleid. 'Vanwege de hogere verwachting voor de hogere delen, is juist in het overgangsgebied, rondom de zone waar sprake is van erosie naar het lager gelegen gebied (opvulling mogelijke pingo), kans op vondstrijke lagen. […] Voor de delen waar de podzol zich met een buffer van 30 centimeter onder de ontgravingsdiepte bevindt is vervolgonderzoek niet nodig.' Bij een ontgravingsdiepte van twee meter en een buffer van 30 centimeter gaat dit dus om delen van het plangebied waar binnen 2,3 meter diepte een podzolbodem ligt. De hoogst aangetroffen podzolbodem ligt bij boring 58. Het maaiveld aan de top van het talud ligt er rond -4,4 meter, de top van het pleistocene zand op -6,7 meter oftewel op een diepte van precies 2,3 meter. De overige podzolbodem liggen op grotere diepte beneden maaiveld. Nader onderzoek van overgangsgebieden is op basis hiervan dus niet nodig. 'In verband met de kans op aantreffen van vliegtuig- en scheepswrakken wordt ons advies ook hier om hiervoor een PvE en meldingenprotocol in te richten voorafgaand aan de uitvoering.'
创建时间:
2024-01-31



