Bureauonderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Herenstraat 67 te Rhenen gemeente Rhenen
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xvb-6yhf
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. J.W. Meijer een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase) uitgevoerd voor de Herenstraat 67 te Rhenen, gemeente Rhenen. Het betreft de uitbreiding van de bestaande woning en de bouw van een garage. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 54,5 m2 voor de aanbouw en 67,9 m2 voor de garage. In totaal bedraagt de oppervlakte 122,4 m2. De funderingen voor de aanbouw worden op 1100-peil aangelegd en tevens wordt er een kruipruimte gerealiseerd binnen de funderingen. De funderingsdiepte voor de garage bedraagt 900-peil. In het bestemmingsplan Rhenen Stad 2012 is aangegeven dat het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 heeft. Het beleid van de gemeente is het uitvoeren van KNA conform onderzoek, waarmee aangetoond wordt dat met toekomstige bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan indien de graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm-mv plaatsvinden, wanneer er heipalen gebruikt worden of wanneer de nieuwe graafwerkzaamheden bestaande bebouwing overschrijden.Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er archeologische vindplaatsen vanaf het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd in het plangebied aanwezig kunnen zijn. In het bestemmingsplan Rhenen Stad 2012 is aangegeven dat het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 heeft en dat archeologisch onderzoek moet plaatsvinden wanneer de bodemverstoring meer dan 30 cm-mv bedraagt.Door de tabaksplantage en de (voormalige) bebouwing in het plangebied kan een nog onbekende bodemverstoring aanwezig zijn. Uit boringen uit de omgeving blijkt dat de top van de gestuwde afzettingen (grof zand en grind) van de stuwwal zich vanaf 85 centimeter onder het maaiveld bevindt. Het doel van het karterend onderzoek was het toetsen van het archeologisch verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek en het toetsen van de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Het veldonderzoek toont aan dat in alle boringen onder de recente ophogingslagen een eerdlaag is aangetroffen, welke gemiddeld 65 centimeter dik is. In boring 3 is de top van de eerdlaag het dichtst onder het maaiveld aangetroffen: op 30 centimeter min maaiveld. Op zijn diepst komt de top van de eerdlaag op 130 cm-mv voor (boring 2). De top van de C-horizont komt op een diepte variërend tussen 80 cm-mv (boring 4) en 230 cm-mv (boring 3) voor. De sterk variërende dikte van de eerdlaag is afhankelijk van de positie op de flank van de stuwwal. Hoe hoger op de stuwwal, des te dikker het afdekkend pakket is. De vondsten die in de eerdlaag aangetroffen zijn, dateren tussen Late IJzertijd/Vroeg Romeinse tijd en het begin van de 20ste eeuw. De vondsten uit de cultuurlaag die in boring 3 is aangetroffen, dateren tussen de 13e eeuw en het begin van de Nieuwe Tijd (16e eeuw).Selectieadvies Na bureauonderzoek: In eerste instantie is gekozen voor een verkennend en karterend booronderzoek met een boordichtheid van zes (6) boringen per hectare, met een minimum van 6 boringen per plangebied, om de mate van intactheid van de bodem te toetsen. Gerelateerd aan het plangebied (122,4 m2) zijn dit minimaal 6 boringen. Zij worden zoveel mogelijk in een driehoeksgrid geplaatst en per deelgebied zullen 3 boringen tot 25 cm in de ongeroerde grond worden doorgezet. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld, dat getoetst en geaccordeerd is door de gemeente Rhenen en diens adviseur, de Regioarcheoloog van de ODRU.Na veldonderzoek: Op basis van de resultaten van het veldonderzoek beveelt Hamaland Advies aan dat ter plekke van boring 4 en 6 (bij het woonhuis) een vervolgonderzoek uitgevoerd wordt in de vorm van een archeologische begeleiding conform KNA protocol Opgraven. Het archeologische sporenniveau bevindt zich direct onder de bouwvoor en zal bij de geplande bodemingrepen geroerd worden. Vanwege de omvang van de bodemingrepen is een archeologische begeleiding de meest efficiënte manier van vervolgonderzoek. Ter plaatse van boring 1, 2 en 3 (schuur) bevindt de top van de eerdlaag zich op een diepte van 70 cm-mv. Indien de geplande bodemingrepen niet dieper reiken dan 60 cm-mv, adviseert Hamaland Advies om hier geen vervolgonderzoek uit te voeren. Archeologische resten kunnen dan in situ behouden worden. Indien de geplande bodemingrepen wel dieper reiken dan 60 cm-mv, wordt geadviseerd om ook hier eveneens een archeologische begeleiding uit te voeren conform protocol Opgraven.Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 14 augustus 2018 namens gemeente Rhenen beoordeeld door mw. L. Bruning en dhr. P. de Boer van de ODRU. De opmerkingen op het conceptrapport zijn verwerkt in deze definitieve rapportage (versie 2.0). Mede vanwege de beperkte omvang van de ingreep heeft de ODRU besloten haar advies bij te stellen. Er hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden, onder voorwaarde dat amateurarcheologen in de gelegenheid worden gesteld om tijdens de werkzaamheden waarnemingen te doen, foto’s te maken, en vondsten te verzamelen. Hiervoor kan contact worden opgenomen met Landschap Erfgoed Utrecht, de heer Alexander van de Bunt, 030-2219771, a.vandebunt@landschaperfgoedutrecht.nl, of eventueel met Werkgroep Archeologie van de Historische Vereniging Oudheidkamer Rhenen, contact de heer Ton van Drunen, 0317-617 038, email ton_en_renske_van_drunen@hetnet.nl,Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Rhenen (dhr. H. van Nijhuis) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31



