Gemeente Sint-Michielsgestel. Plangebied Werststeeg 65 te Berlicum. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-01-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZE2-MNMZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Werststeeg 65 te Berlicum. Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen een bestaande woning tot aan het maaiveld te slopen en vervolgens een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied vanwege de ligging op de flank van een relatief hoog gelegen dekzandrug nabij een natter fluvioperiglaciaal dal een gunstige locatie heeft op het aantreffen van tijdelijke jachtkampjes van jagers/verzamelaars uit de steentijd. Ondanks het ontbreken van enige waarnemingen uit deze periode wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten uit de steentijd hoog geacht. De kans op het aantreffen van nederzettingsresten van sedentair levende boeren vanaf het neolithicum wordt middelhoog geacht. Het is bekend dat voormalige heidegebieden niet de meest kansrijke locaties zijn voor het aantreffen van archeologische nederzettingsresten van boeren. De aanwezigheid van boerenerven uit de periode neolithicum tot en met de volle middeleeuwen valt echter niet uit te sluiten. De kans op het aantreffen van resten uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd wordt laag geacht. Tot aan de bebouwing van het westelijke deel van het plangebied in de jaren ‘50/’60 van de vorige eeuw was het plangebied vermoedelijk in gebruik als heide- /bosgebied. Tevens zijn hoogstwaarschijnlijk in deze periode verstuivingen opgetreden als gevolg van boskap. De kans op het aantreffen van relevante archeologische resten uit de late middeleeuwen-nieuwe tijd wordt derhalve klein geacht. Op de hoogtekaart, de ontgrondingenkaart en het bodemloket zijn geen bekende verstoringen zichtbaar. Uit de bouwdossiers blijkt dat de aanbouwen van het woonhuis een funderingsdiepte hebben van circa 1,5 m –mv. Er zijn geen gegevens van kelders binnen het woonhuis bekend. Wel zijn op de hoogtekaart egalisatiewerkzaamheden binnen het bebouwde deel van het plangebied zichtbaar. Ook is er in het oostelijke deel een vijver gegraven. Plaatselijk worden dan ook verstoringen verwacht, die gerelateerd kunnen worden aan de bebouwing binnen het plangebied. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van een dekzandrug ligt. Het dekzand is afgezet binnen de contouren van een fluvioperiglaciaal dal. Oorspronkelijk kwam in de top van het dekzand een humuspodzolbodem voor, die echter, met uitzondering van boring 4, door verstuiving en recente grondwerkzaamheden niet meer aanwezig is. De top van het dekzand met daarin een intacte humuspodzolbodem wordt in boring 4 aangetroffen vanaf 70 cm – mv. In boring 3 bevindt de top van het dekzand zich op 130 cm –mv. Hier is het dekzand tot in de C-horizont van het dekzand “onthoofd” door verstuivingen, die vermoedelijk vanaf de late middeleeuwen hebben plaatsgevonden. In het afdekkende stuifzandpakket wordt in de boringen 3 en 4 een (geploegde) micropodzol aangetroffen vanaf respectievelijk 40 en 60 cm –mv. In de boringen 1,2 en 5 is de oorspronkelijke stuifzand- op dekzandbodem tot in de C-horizont van het (verspoelde) dekzand verstoord geraakt. Op basis van het verkennende booronderzoek kan worden vastgesteld dat de oorspronkelijke stuifzand- op dekzandbodem in het grootste deel van het plangebied tot (ver) in de C-horizont verstoord is. Alleen ter hoogte van de meest oostelijke boring 4 is sprake van een intact pleistoceen maaiveld onder een 70 cm dik stuifzanddek. De tijdens het bureauonderzoek opgestelde middelhoge tot hoge archeologische verwachting kan vanwege de grootschalige diepreikende verstoringen of aftoppingen tot in de C-horizont van het aanwezige (verspoelde) dekzand worden bijgesteld naar een lage verwachting voor alle perioden (fig. 3.6; 752 m2). BAAC adviseert dan ook om geen nader archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Dit advies is overgenomen door het bevoegd gezag</p>
BAAC(BAAC)在贝里克姆(Berlicum)Werststeeg 65号的规划区域内,开展了考古室内调查与钻孔辅助的勘测性田野调查(勘探阶段)。本次调查的触发原因为业主计划拆除现有住宅至自然地面,并在原址新建住宅及附属建筑。调查结果显示,该规划区域坐落于一处相对高耸的砂质沙丘(dekzandrug)侧翼,毗邻湿润的冰缘河谷(fluvioperiglaciaal dal),具备出土石器时代(steentijd)狩猎采集者临时营地遗存的有利条件。尽管目前尚未发现该时期的相关遗迹,但学界普遍认为此处出土石器时代考古遗存的概率较高。新石器时代(neolithicum)以来定居农耕群体的定居遗存(nederzettingsresten)概率被评定为中等:尽管既往石楠荒地(heidegebieden)并非农耕定居遗存的优质赋存区域,但新石器时代至中世纪盛期(volle middeleeuwen)的农舍聚落遗存(boerenerven)仍无法完全排除。晚中世纪(late middeleeuwen)至近代(nieuwe tijd)的遗存出现概率则被评定为较低。在20世纪50至60年代规划区域西部开展建设之前,该区域大概率曾作为石楠或林地使用,同时因伐木活动(boskap)可能引发了风成砂堆积(verstuivingen)。基于此,晚中世纪至近代的相关考古遗存出现概率进一步被判定为偏低。通过地形图(hoogtekaart)、土地开发图(ontgrondingenkaart)及土壤数据库(bodemloket),均未查询到已知的人为扰动记录。从建筑档案可知,住宅附属建筑的基础埋深(funderingsdiepte)约为地下1.5米,住宅内部未发现地下室遗迹,但地形图显示规划区域的建成区内存在场地平整工程(egalisatiewerkzaamheden),且东侧区域曾开挖池塘(vijver),因此局部区域存在与建设活动相关的人为扰动。本次勘探钻孔的田野调查结果显示,规划区域坐落于砂质沙丘的侧翼,砂质沉积物沉积于冰缘河谷的范围内。原本砂丘顶部发育有腐殖质灰壤(humuspodzolbodem),但除钻孔4外,其余区域的该层土壤均因风积作用与近期土方工程(grondwerkzaamheden)遭到破坏。钻孔4中,完整的腐殖质灰壤分布于地下70厘米处;钻孔3的砂丘顶部则位于地下130厘米处,该区域的砂丘顶部已被风成砂堆积削顶,该过程大概率始于晚中世纪。在钻孔3与4的覆盖砂层(stuifzandpakket)中,分别于地下40厘米与60厘米处发现了经耕作的微灰壤(geploegde micropodzol)。钻孔1、2与5的原始砂丘底界面已被扰动至(已破坏的)砂丘的土壤剖面C层(C-horizont)。基于本次勘探钻孔结果,规划区域内绝大多数区域的原始砂丘底界面已被扰动至C层,仅最东侧的钻孔4区域存在厚度70厘米的砂层覆盖下的完整更新世(pleistoceen)地面。原室内调查评定的中至高考古预期,可因本次勘探发现的大规模深层扰动(已波及砂丘C层),调整为所有考古时期的遗存出现概率均为低(图3.6;752平方米)。BAAC据此建议无需开展进一步的考古后续调查,该建议已被主管部门(bevoegd gezag)采纳。
提供机构:
BAAC
创建时间:
2019-01-25



