De Pals 210726_A0026_BOOR
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BS-DD8F
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Bodac B.V. heeft begin 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van Windmolenpark De Pals in het buitengebied van Hapert en Bladel, dicht bij de Belgische grens. Dit in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de aanleg van dit park. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat een groot gedeelte van het toenmalige plangebied/tracé vrijgegeven kon worden, aangezien hier enkel een kabelsleuf gegraven wordt. Voor het windpark zelf geldt een hoge archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Bij de aanleg van de kabels, een bouwweg, kraanopstelplaatsen en de windmolens zelf worden binnen het 4,18 hectare grote onderzoeksgebied ontgravingen van circa 0,50 tot 3,00 meter onder maaiveld uitgevoerd. Om de bodemopbouw binnen dit gedeelte van het plangebied te beoordelen, is aanbevolen om een verkennend booronderzoek uit te voeren.Het verkennend archeologisch booronderzoek had als doel om door middel van boringen de ontstaansgeschiedenis, aard, topografie, morfologie en bodemvormende processen van de ondergrond in het plangebied in kaart te brengen. Aan de hand van de resultaten van het verkennend archeologisch booronderzoek is de mate van intactheid van de bodem en de daarmee samenhangende archeologische potentie van het plangebied bepaald. Hierbij is gebruik gemaakt van een 7 centimeter Edelmanboor, waarbij de boringen 50 meter uit elkaar lagen. Daarnaast is het boorgat nageboord met 12 centimeter Edelmanboor en alle opgeboorde sediment gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 millimeter. Dit om, hoewel het boorgrid niet fijn genoeg is voor correcte opsporing, eventuele vuursteenvindplaatsen vast te kunnen stellen. De afwezigheid van vuursteen in de uitgevoerde boringen betekent dus niet dat er geen dergelijke vindplaatsen zijn.Uit het op 24, 25 en 28 juni uitgevoerde onderzoek blijkt dat de ondergrond bestaat uit een dunne laag, al dan niet verspoeld, dekzand met daaronder pleistocene, fluviatiele afzettingen. Deze laatste bestaan uit matig grof tot zeer grof zand met bijmenging van kleine tot grote grinden. In een enkele boring is een veenlaag aangetroffen. De grondwaterstand bevindt zich op een diepte van 60 tot 80 centimeter onder maaiveld. In het overgrote deel van de boringen is een AC(p)-profiel aanwezig, wat wijst op de verstoring van de natuurlijke bodemopbouw en/of de aanwezigheid van relatief natte eerdgronden. Daarnaast is een tiental boringen een verstoorde laag tussen de A- en C-horizont waargenomen, een aanwijzing voor verstoring van de top van de C-horizont. Ook is in een aantal boringen een (gedeeltelijk verstoorde) podzolbodem aangetroffen. Bij de gedeeltelijke verstoorde podzolen is de uitspoelingslaag verdwenen, maar de inspoelingslaag boven de C-horizont nog wel aanwezig.Ter plaatse van de enkele boringen waar de podzolbodem volledig intact is blijft de hoge verwachting voor vuursteenvondsten van jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Mesolithicum intact. Voor dit deel van het plangebied adviseren wij een karterend booronderzoek in een grid van 10 bij 12 om eventuele vindplaatsen te lokaliseren. Voor de rest van het plangebied wordt deze verwachting bijgesteld naar laag aangezien hier geen intacte bodemprofielen aanwezig zijn.Daarnaast blijft de hoge archeologische verwachting voor sporen en vondsten van nederzettingen uit het Neolithicum tot en met de Late Middeleeuwen grotendeels gehandhaafd. In het westen van het onderzoeksgebied wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid van archeologische resten en of deze behoudenswaardig zijn. Wij adviseren vrijgave voor de resterende zones binnen het onderzoeksgebied. Deels in verband met een relatief natte context, wat bewoning onwaarschijnlijk maakt, deels omdat het onderzoeksgebied hier relatief smal is en archeologisch onderzoek weinig informatie op zal leveren.Extra aandacht verdient de holocene dalvlakte van de Goorloop. Bij eventuele grondroerende werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met de vondst van archeologische hotspots in vorm van een voorde en/of rituele deposities. Daarom wordt aanbevolen om de werkzaamheden hier archeologisch te begeleiden.Het rapport en bovenstaand advies dienen beoordeeld te worden door de adviseur archeologie van de gemeente Bladel en leidt tot een selectiebesluit.</p>
Bodac B.V.于2021年初为在哈珀特(Hapert)与布拉德尔(Bladel)郊区、紧邻比利时边境区域建设De Pals风电场,开展了桌面考古调查,相关工作系该风电场建设环境许可申请的必要环节。本次调查结果显示,规划区域/走线的大部分区域可予以豁免,因为该区域仅需开挖电缆沟。但风电场本体区域则存在较高的考古遗存预期,覆盖旧石器时代晚期至中世纪晚期的遗存。在建设电缆、施工便道、起重机站位及风电机组本体时,这片总面积4.18公顷的研究区域内,将开展地面下约0.50米至3.00米的开挖作业。为评估该规划区域内的土层结构,建议开展勘探钻探调查。本次勘探考古钻探调查的目标为:通过钻孔作业,厘清规划区域地下土层的形成历史、土质、地形、地貌及成土过程。基于勘探钻探调查结果,可确定该区域土层的完整性及与之相关的考古潜力。本次调查采用直径7厘米的埃德曼钻孔器(Edelmanborer),钻孔间距为50米。此外,所有钻孔均采用直径12厘米的埃德曼钻孔器进行扩孔,并将采集的所有沉积物过孔径3毫米的筛网,以尽可能识别出可能的燧石遗存——尽管本次钻孔网格的密度不足以实现精准的遗存探测。即便本次钻孔未发现燧石,也不代表该区域不存在此类遗存。本次调查于6月24日、25日及28日开展,结果显示地下土层依次为:一层厚度较薄的(可能经冲刷的)覆盖砂,其下为更新世河流沉积层。后者由中粗至极粗砂混合大小砾石组成。仅在单个钻孔中发现了泥炭层。地下水位位于地面下60至80厘米处。绝大多数钻孔中可见AC(p)剖面,这表明自然土层结构遭到扰动,或存在相对湿润的黏土层。此外,约10个钻孔的A层与C层之间存在扰动层,这是C层顶部遭到扰动的佐证。部分钻孔中还发现了(部分遭到扰动的)灰化土剖面;在部分遭到扰动的灰化土中,淋溶层已消失,但C层上方的淀积层仍有留存。仅在个别钻孔中发现完整的灰化土剖面,这类区域仍保留有旧石器时代晚期至中石器时代狩猎采集者相关燧石遗存的高考古预期。针对该部分规划区域,我们建议采用10×12米的网格开展加密钻探调查,以定位潜在遗存点。对于规划区域的其余部分,由于未发现完整的土层剖面,考古遗存预期下调至较低等级。此外,新石器时代至中世纪晚期的定居点遗存与相关发现的高考古预期,仍在绝大多数区域得以保留。在研究区域的西部,建议开展探沟调查,以明确是否存在具有保存价值的考古遗存。我们建议对研究区域内的其余区域予以豁免:一方面是因为该区域多处于相对湿润的环境,几乎不可能存在定居遗存;另一方面则是因为该区域范围相对狭窄,开展考古调查所能获取的信息有限。古尔河(Goorloop)全新世河谷平原需予以额外关注。若在此区域开展土方作业,需警惕发现以壕沟和/或仪式性堆积形式存在的考古热点区域。因此,建议在此类作业中配备考古现场监督人员。本报告及上述建议需经布拉德尔市(Bladel)考古顾问审核,并最终形成选址决策文件。
提供机构:
Bodac B.V.
创建时间:
2021-01-01



