15075860 LEU.AHD.ARC Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek De Heiligenberg te Leusden
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zhr-pmuq
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachtingEen groot deel van het plangebied (het noordoostelijke, centrale en zuidelijke deel) ligt op een hoge stuifzandheuvel/uitzonderlijk hoge dekzandrug/-kop ligt. In het westelijke en noordwestelijke deel van het plangebied vindt de overgang plaats naar het beekdal van de Lunterensche Beek/Heiligenberger Beek (situatie van een hoog gelegen dekzandrug direct naast een beekdal). Het oostelijke deel van het plangebied ligt binnen een lager gelegen vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. De dekzand-rug vormde voor Jagers-Verzamelaars (jachtkampementen) een zeer gunstige (tijdelijke) bewoningslocatie. Ook voor Landbouwers vormde de dekzandrug een gunstige bewoningslocatie. Langs de aangrenzende zones van het beekdal konden specialistische activiteiten worden ontplooid (zogenaamde off-site activiteiten en rituele deposities). Voor de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen is de algemene tendens dat de huisplaatsen steeds plaatsvaster werden en zich vaak verplaatsen naar de flanken van de dekzandruggen en mogelijk voor (langere) perioden naar de dekzandvlakten. De overgangszone van de dekzandrug naar het beekdal van de Lunterensche Beek/Heiligenberger Beek, maar ook de dekzandvlakte waar het oostelijke deel van het plangebied in ligt, werden wellicht geschikt bevonden als bewoningslocatie in de perioden vanaf de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Meest van belang is dat het plangebied een lange vestigingsgeschiedenis kent die teruggaat tot 995, waarbij toen het landgoed De Heiligenberg is ontstaan. Deze lange vestigingsgeschiedenis wordt bevestigd door de aanwijzing van het landgoed als archeologisch monument (AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd) en rijksmonument (ook de individuele gebouwen en structuren binnen het landgoed).In het plangebied kunnen archeologische resten worden aangetroffen uit alle perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum. Vooral vanaf de Volle-Middeleeuwen, met het ontstaan van het landgoed De Heiligenberg, heeft het gehele plangebied een hoge tot zeer hoge archeologische verwachting. Door het historisch gebruik van het plangebied zal een antropogene laag zijn ontstaan (bewerking van de bovengrond/meerdere malen herinrichten van het landgoed). Archeologische resten ouder dat de Volle-Middeleeuwen worden in een reeds verstoorde context (ex situ) verwacht in de antropogene laag en in-situ in de onverstoorde natuurlijke dekzand- en beekdalafzettingen. Uit de perioden vanaf de Volle-Middeleeuwen, vanaf het ontstaan van het landgoed De Heiligenberg, kunnen resten worden verwacht van ondergrondse delen van voormalige historische bebouwing, in de vorm van muur- en funderingsresten. Deze worden vooral verwacht in het centrale deel van het plangebied, op de hoger gelegen stuifzandheuvel/dekzandrug. Verder kunnen er resten van grachtvullingen worden verwacht. In de grachtbodem kunnen vullingen en andere archeologische resten aanwezig zijn. De bestaande waterlopen binnen het plangebied dateren echter uit het begin van de 19e eeuw en liggen nog grotendeels open (er staat water in). Alleen in het zuidelijke deel van het plangebied is vanaf begin jaren ’30 van de 20e eeuw een deel van deze waterlopen niet meer aanwezig. Of dit deel op geheel natuurlijke wijze is dichtgeslibd, of dat er ook dempingsmateriaal is aangevoerd, is niet duidelijk. Ten aanzien van de geplande bodemingrepen is alleen de verwachting dat voor het uitgraven van de watergang in het zuidelijke deel van het plangebied, dat de locatie van een deel van de waterlopen betreft die in het begin van de 19e eeuw zijn aangelegd, er mogelijk aanwezige archeologische resten worden verstoord. Dit betreft de (oude) vulling van de waterloop die of al direct vanaf het maaiveld kan worden aangetroffen, of onder een laag dempingsmateriaal ligt die dan rond het begin jaren ’30 van de 20e eeuw is aangebracht. De (oude) vulling en hierin aanwezige archeologische resten zullen dus dateren vanaf het begin van de 19e eeuw tot aan begin jaren ’30 van de 20e eeuw. Voor de overige ingrepen (vernieuwen van de bestaande wandelpaden en de aanleg van een parkeerterrein in het zuidelijke deel van het plangebied) blijven de verstoringen beperkt tot hooguit de huidige bouwvoor (eerste 30 cm), waardoor geen verstoring van eventueel in situ aanwezige archeologische resten zal gaan plaatsvinden.AdviesOp grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek adviseert Econsultancy om ten aanzien van de aanleg van de watergang/waterloop in het zuidelijke deel van het plangebied de graafwerkzaamheden te laten uitvoeren onder begeleiding van een KNA-archeoloog (conform protocol Opgraven). Op deze manier kan in het werk door het bevoegd gezag (gemeente Leusden) beoordeeld worden of de te verwachten vulling van dit deel van de oude waterloop, met eventueel hierin aanwezige archeologische resten, als archeologisch waardevol moeten worden beschouwd. Voor de uitvoering van de archeologische begeleiding (conform protocol Opgraven) dient een archeologische Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Dit PvE moet voor aanvang van de werkzaamheden goedgekeurd zijn door het bevoegd gezag.Ervan uitgaande dat ten aanzien van de overige geplande ingrepen (vernieuwen van de bestaande wandelpaden en de aanleg van een parkeerterrein in het zuidelijke deel van het plangebied) geen bodemingrepen zullen plaatsvinden die dieper gaan dan 0,3 m (30 cm) onder het bestaande maai-veld, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Indien er in de toekomst bodemingrepen gaan plaatsvinden die dieper gaan dan de huidige bouwvoor (eerste 30 cm), dan geldt dat ook hiervoor een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd. Afhankelijk van de aard en omvang van de werkzaamheden kan bepaald worden welk type vervolgonderzoek meest geschikt is.Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leusden en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling door de RCE). Bovenstaand advies wordt deels onderschreven. Er is aangegeven dat het logischer wordt geacht om ter plaatse van de voormalige waterloop een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren. Daarmee kan de locatie van de voormalige waterloop exact bepaald worden en is er meer inzicht in de aard en informatiewaarde van de opvulling. Ook voor een proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Verder geldt voor het archeologisch Rijksmonument een vrijstellingsgrens van 0 cm -mv, waardoor alle toekomstige bodemingrepen vergunningsplichtig zijn. Dit betekend dat er overleg dient plaats te vinden met de RCE en er een monumentenvergunning moet worden aangevraagd. Buiten het archeologisch Rijksmonument geldt een vrijstellingsplicht van 30 cm.
创建时间:
2024-01-31



