Proefsleuven en archeologische begeleiding plangebied Bankenstraat 17 te Etten-Leur
收藏DANS Data Station Archaeology2017-08-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XM8-5UZG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Inleiding In opdracht van Bouwkundig Adviesbureau Verwijst en de heer E. Strijbos heeft RAAP in plangebied Bankenstraat 17 te Etten-Leur een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van proefsleuven (14 t/m 16 juni 2017) en een archeologische begeleiding (24-25 juli 2017). Het onderzoek vond plaats in verband met geplande kassenbouw.</p><p>Verwachting Op basis van het vooronderzoek werden er in het oostelijk deel van het plangebied nederzettingsresten vanaf het Neolithicum verwacht, en in het westelijk deel (langs een voormalige turfvaart) resten die samen hangen met het gebruik van natte landschappen, zoals turfwinning. </p><p>Proefsleuven Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er 21 sleuven gegraven met een totaal oppervlak van 2000 m². De bodem in het plangebied bestaat in algemene zin uit zwak tot sterk siltig matig fijn dekzand. De bodem is in grote delen van het plangebied zwaar verstoord als gevolg van recente vergravingen die zich kenmerken als sterk humeuze grijs tot zwarte sporen met materiaal zoals glas, steenkool, porselein en plastic. Slechts op enkele plekken is er sprake van een oorspronkelijke B-horizont. In totaal zijn er 23 spoornummers aan antropogene sporen toegekend. Het gaat om vooral om greppels, maar ook om enkele paalkuilen en kuilen. Gezien de aan de huidige percelering gelijkaardige oriëntatie, alsook de recente vondsten, zijn de greppels van recente oorsprong (Nieuwste tijd). Dit geldt ook voor vrijwel alle andere sporen. Een mogelijk wat ouder spoor is een grote veen\turfwinningskuil uit de Nieuwe tijd. Er zijn tijdens het proefsleuvenonderzoek geen archeologische relevante sporen of vondsten gedaan. </p><p>Begeleiding Tijdens de begeleiding is er een put van ca. 138x28 m en een diepte van maximaal ca. 90 cm langs de turfvaart in het westen onderzocht. Net zoals in de zone met proefsleuven, is de bodem zwaar verstoord. De bovengrond bestaat onder de bouwvoor uit een verstoorde zandlaag, met daaronder een donkerbruin pakket met puinresten dat waarschijnlijk is opgebracht om het gebeid wat droger te krijgen. Onder dit pakket bevindt zich een sterk lemige grijze zandlaag, ook met puinresten. In grote delen van de put ligt deze laag op een grijs-bruin gevlekt pakket stugge klei, met puin en scherven uit de Nieuwe tijd in de bovenkant. Het is mogelijk dat dit de resten zijn van de Sint Elisabethsvloed uit 1421. Onder deze verstoorde pakketten, op een diepte van ca. 60 cm, bevinden zich natuurlijke en onverstoorde lagen. Deze bestaan voornamelijk uit veraard veen (‘turf’), met her en der resten van stammen, takken en wortels. Onder het turf bevindt zich wit zand of lichtgrijze klei.</p><p>De enige antropogene sporen die zijn aangetroffen bestaan uit drie oost-west gerichte sloten die tot op vrijwel de bodem submodern materiaal als tegelresten en plastic bevatten. Het zijn waarschijnlijk oude ontwateringssloten die relatief recent zijn dichtgestort. </p><p>Conclusie & advies Samenvattend, heeft noch het proefsleuvenonderzoek, noch de begeleiding de verwachtte archeologische resten opgeleverd. Er zijn slechts zeer weinig sporen en vondsten, die bovendien allemaal in de Nieuwe- of Nieuwste tijd dateren. De inhoudelijke kwaliteit (zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde) is laag. Er is met andere woorden geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats, of een vindplaats die verder onderzocht moet worden. </p><p>Op basis van het uitgevoerde onderzoek stelt RAAP dat er geen sprake is van een behoudens¬waardige vindplaats. Het advies is daarom om het plangebied voor ontwikkeling vrij te geven.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2017-08-15



