Wolvega, Hoofdweg 17a (Gemeente Weststellingwerf, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Karterende Fase
收藏DataCite Commons2025-10-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/YPQXH6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn zeventien boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen.
Wolvega ligt op een glaciale rug. Omstreeks 1500vC, in de midden bronstijd, veranderde het gebied van een dekzandlandschap in een veenmoeras. Binnen vijfhonderd meter rondom het plangebied zijn geen archeologische waarden geregistreerd. Uit historische kaarten blijkt dat het perceel tot aan 1925 als bos in gebruik is geweest, in de periode van 1925-1933 voor (veen)ontginningen is gebruikt en daarna als weiland/akker dienst heeft gedaan. In recentere tijden heeft het midden van het plangebied gefunctioneerd als erf voor een woning in de periode 1995-2022, waarna deze weer is afgebroken. Het enige overblijfsel van deze nederzetting is de aanwezigheid van een rijpad in het zuidelijke deel.
De aanwezigheid van de woning in het midden van het plangebied heeft geen invloed gehad op de mogelijke aanwezigheid van de archeologie. In het zuidelijke deel van het plangebied, met name boringen 6 tot en met 10, zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat met name om houtskoolconcentraties in de top van het dekzand in de boringen 7 tot en met 10 en er is een mogelijke vuursteenkern aangetroffen in de top van het dekzand in boring 6.
archeologisch verwachtingsmodel
Het plangebied lijkt tijdens de steentijd/bronstijd en later vanaf de middeleeuwen een geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens. Vooral in het zuidelijke deel van het plangebied op de plekken waar het dekzand hoger is gelegen. Dit gaat met name om de plekken van de boringen 1, 2, 3, 7, 8, 9 en 10. Archeologische resten zijn aangetroffen in de sporen 6 tot en met 10. Dit betreft een mogelijke vuursteenkern in boring 6 in de top van het dekzand en houtskoolconcentraties in boringen 7 tot en met 10.
Vooral in het zuidelijke deel van het plangebied is de bodem nog gaaf. In boringen 4 en 6 is er een B-horizont aangetroffen. Dat de bodem in het zuiden van het plangebied nog gaaf is heeft ook te maken met het feit dat alleen in het noordelijke deel van het plangebied (Figuur 14, groen) onderhevig is geweest aan (veen)ontginningen, op basis van historische kaarten.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-03



