BO IVO Simon Lindhoutstraat 1 Tholen Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Simon Lindhoutstraat 1 te Tholen, gemeente Tholen (ZL)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zwc-ya47
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in december 2020 – januari 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Simon Lindhoutstraat 1 te Tholen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom geplande bouw van een appartementengebouw met 25 appartementen.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van het bureauonderzoek is het voormalige Pleistocene landoppervlak geërodeerd en is er geen archeologische verwachting. De Pleistocene afzettingen liggen verder te diep (meer dan 14 m -mv) om in het kader van dit project onderzocht te worden. Vanaf ca. 3 m -mv ligt waarschijnlijk een afgedekt kwelderlandschap dat mogelijk in het Neolithicum goede bestaansmogelijkheden bood. Omdat over deze omgeving verder weinig bekend is wordt hieraan een middelhoge archeologische verwachting gehangen. Door veengroei vanaf het Laat-Neolithicum was het plangebied waarschijnlijk te nat voor bewoning. Om die reden is de verwachting laag voor de Bronstijd-Midden-IJzertijd. In de Late IJzertijd was het veengebied voldoende ontwaterd voor bewoning. Mogelijk heeft enige erosie van het veen plaatsgevonden. Het Hollandveen Laagpakket met mogelijk het landoppervlak uit de IJzertijd-Romeinse tijd ligt waarschijnlijk op 2 à 3 m -mv. De archeologische verwachting voor de IJzertijd- Romeinse tijd is middelhoog. Na de Romeinse tijd lag het plangebied in een getijdengebied, dat door geleidelijke opslibbing rond 800 na Chr. weer gunstiger werd voor bewoning op de hoger gelegen gebieden. De archeologische verwachting is laag voor de Vroege Middeleeuwen, tot aan ca. 800 na Chr. Na 1200 waren de voor bewoning gunstigere gebieden allemaal ingedijkt en werden nieuwe door opslibbing ontstane gebieden ingedijkt. Het plangebied is ingedijkt in 1364. Het lag vanaf de Late Middeleeuwen binnen het schootsveld van de stad. Vanaf begin 17e eeuw lag het plangebied in de onmiddellijke nabijheid van de stadsgracht, na de uitbouw van de vesting Tholen met bastions. De eerst bekende bebouwing verscheen rond 1920. Om die reden is de archeologische verwachting middelhoog vanaf de Vroege Middeleeuwen (periode na 800 na Chr.)-Nieuwe tijd. Archeologische resten zijn te verwachten binnen 2 à 3 m -mv. Archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen bevinden zich mogelijk al in de bovenste 20 cm -mv (eventuele ophogingen hiermee buiten beschouwing latend).Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk bleek op een dusdanige diepte te zitten (>5 m -mv) dat het onmogelijk was om deze afzettingen te onderzoeken. De geplande verstoringsdiepte ligt echter boven deze laag, namelijk op maximaal 1 m -mv. Van het Hollandveen Laagpakket is de top geërodeerd, zodat eventuele archeologische resten waarschijnlijk zijn verdwenen. De zeer uitlopende diepteligging van het Hollandveen Laagpakket van 260 à 350 cm -mv (2,38 à 3,28 m -NAP) is een duidelijke indicatie voor de erosie van het veen na overstroming van het plangebied. In geen van de boringen is veraard veen aangetroffen.De afzettingen van het Walcheren Laagpakket zijn in een actief getijdengebied afgezet. Daarom kan de voor alle verkende laagniveaus van de gemeentelijke verwachtingskaart geldende hoge archeologische verwachting, naar beneden worden bijgesteld. In de bovengrond zijn archeologische indicatoren bestaande uit baksteen, steenkolengruis en houtskool aangetroffen. Verder is er een opgebrachte schelpenlaag aangetroffen onder een recent opgebrachte zandlaag en bouwvoor. De archeologische indicatoren in een opgebracht laagje en de bovenste subhorizont van de afgedekte A-horizont en de schelpenlaag zijn waarschijnlijk voornamelijk uit de periode na 1920. Toen werd het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal en de aangeleverde informatie uit het archief van Tholen voor het eerst bebouwd. De onderste subhorizont van de afgedekte A-horizont is indicatief voor een langdurig landbouwkundig gebruik. De daarin aangetroffen archeologische indicatoren hebben waarschijnlijk geen relatie met een vindplaats in het plangebied, maar zijn waarschijnlijk door bemesting op het veld gebracht. Het langdurig landbouwkundig gebruik wordt bevestigd met historisch kaartmateriaal vanaf 1555. Het plangebied lag vrij gauw na de inpoldering (1364) binnen het schootveld van de stad en werd pas rond 1920 bebouwd. Afgezien van een bodemprofiel dat karakteristiek is voor een langdurig landbouwkundig zijn er geen duidelijke indicaties aangetroffen van enig ander gebruik voor 1920.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, afgezien van sporen na ca. 1920. Het archeologisch belang hiervan is laag. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Tholen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer Karel-Jan Kerckhaert.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente of haar regio-archeoloog.
拉格兰德考古事务所(Laagland Archeologie)于2020年12月至2021年1月,在荷兰托伦(Tholen)西蒙·林豪特街1号开展了桌面考古研究与勘探性田野调查——勘探阶段。本次调查系为配合某25套公寓住宅楼的规划建设空间审批程序而实施。
桌面考古研究的核心目标为构建考古遗存预期模型,需解答的核心问题为:规划区域内是否存在考古遗存?若存在,其遗存类型(复合遗存类型)、年代、埋藏深度及完整性如何?研究过程中查阅了地貌学、考古学与历史学相关资料。
基于桌面研究结果,原更新世(Pleistocene)地表已遭受侵蚀,区域内无考古遗存预期。更新世沉积物埋藏深度超过14米(-基准面,即地下14米),超出本次项目的勘探范围。约3米(-基准面)深度处可能存在被覆盖的潮滩景观,该景观在新石器时代(Neolithicum)或具备良好的人类生存条件。由于目前对该区域的了解有限,因此赋予其中等偏高的考古遗存预期。自新石器时代晚期起的泥炭堆积使得规划区域长期过于潮湿,不适宜人类居住,因此青铜时代(Bronstijd)至中铁器时代(Midden-IJzertijd)的考古遗存预期较低。
晚铁器时代(Late IJzertijd)时,泥炭区域已具备足够的排水条件以支持人类居住,期间可能发生过一定程度的泥炭侵蚀。荷兰泥炭薄层(Hollandveen Laagpakket)可能埋藏有铁器时代至罗马时期的地表,埋藏深度约2至3米(-基准面),该时期的考古遗存预期为中等偏高。罗马时期结束后,规划区域处于潮汐影响区域,随着公元800年左右的逐步淤浅,高地势区域重新具备居住条件。公元800年之前的早期中世纪(Vroege Middeleeuwen)考古遗存预期较低。1200年之后,所有适宜居住的区域均已完成筑堤防护,新淤浅形成的区域也陆续被筑堤。规划区域于1364年完成筑堤。中世纪晚期起,该区域被划入城市射击场范围。17世纪初,随着托伦棱堡要塞扩建完成,规划区域紧邻城市护城河。已知的最早地面建筑出现于约1920年,因此公元800年之后的早期中世纪至近现代的考古遗存预期为中等偏高,考古遗存可能埋藏于2至3米(-基准面)深度范围内。中世纪晚期以来的考古遗存可能埋藏于最上层20厘米(-基准面)深度处(未考虑可能存在的人工填土抬升情况)。
本次实施的勘探性钻探工作,旨在验证并补充此前构建的考古遗存预期模型。研究团队在规划区域的可进入范围内布置了若干勘探钻孔。现阶段,勘探性钻探是评估规划区域考古潜力的最高效手段。
瓦默尔薄层(Laagpakket van Wormer)与奈尔德魏克地层(Formatie van Naaldwijk)的埋藏深度超过5米(-基准面),无法对该套沉积物开展勘探。但本次项目计划的最大扰动深度为1米(-基准面),位于上述地层之上。荷兰泥炭薄层的顶部已遭受侵蚀,因此该层内可能存在的考古遗存已基本消失。该泥炭薄层的埋藏深度为260至350厘米(-基准面,即2.38至3.28米阿姆斯特丹高程基准面(NAP)),这一显著的深度分布特征表明,规划区域在遭受洪水淹没后发生了明显的泥炭侵蚀。所有勘探钻孔均未发现固结泥炭。
瓦尔赫伦薄层(Walcheren Laagpakket)的沉积物形成于活跃潮汐环境中,因此市政考古预期地图中针对所有勘探层位的高考古预期评级需向下调整。表层沉积物中发现了砖块、煤渣与木炭等考古指示物。此外,在近期堆积的砂层与耕作层之下,还发现了一层人工堆积的贝壳层。人工堆积层、被覆盖的A层剖面(A-horizont)的上部亚水平界面以及贝壳层中的考古指示物,大概率属于1920年之后的时期——此时规划区域根据历史地图资料与托伦档案馆提供的档案信息,首次开展地面建设活动。被覆盖的A层剖面的下部亚水平界面表明该区域曾长期用于农业生产,其中发现的考古指示物大概率与规划区内的古代遗址无关,而是通过农田施肥等人类活动带入的。该区域的长期农业活动可由1555年起的历史地图资料得到佐证。规划区域在1364年完成筑堤后不久即被划入城市射击场范围,直至约1920年才被开发建设。除了体现长期农业活动的土壤剖面外,未发现1920年之前存在其他土地用途的明确迹象。
基于本次勘探性钻探工作结果,规划区域内除约1920年之后的遗存外,发现考古遗迹的概率较低,且其考古价值亦较低。因此研究团队建议无需开展后续考古勘探,可批准该规划区域的建设开发。本建议的执行主体为托伦市政府,具体对接人为市政府考古顾问卡雷尔-扬·克克哈特(Karel-Jan Kerckhaert)先生。
若在后续挖掘作业中意外发现考古遗存,根据《荷兰遗产法》(Erfgoedwet)第5.10条规定,相关责任方需履行考古发现报告义务,可向托伦市政府或其区域考古学家报告。
创建时间:
2024-01-31



