five

Krabbendijke Baanstraat 1-8 Krabbendijke Baanstraat 1-8. Gemeente Reimerswaal. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XGF-EDAU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het voornemen is om aan de Baanstraat 1 t/m 8 te Krabbendijke de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouwwoningen te realiseren. Ten behoeve van de nieuwbouwplannen is een omgevingsvergunning vereist. Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning. De nieuwbouw is voorzien binnen de bouwvlakken van de huidige bebouwing. De nieuwe woningen worden niet onderkelderd en de funderingen worden aangelegd op een diepte van circa 0,80 m -mv. </p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Er gold op basis van het bureauonderzoek een lage archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit het Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum (niveau pleistoceen dekzand), aangezien het dekzand hier relatief laag ligt en daarmee minder geschikt was voor bewoning en mogelijk aan erosie onderhevig is geweest. Voor het Laat-Neolithicum (niveau Laagpakket van Wormer) gold eveneens een lage verwachting, ingegeven door het beperkte aantal aangetroffen vindplaatsen in de wijde omgeving van het plangebied en toenmalige landschappelijke situatie waarin sprake was van minder gunstige bewoningscondities. Voor de Bronstijd (niveau onderzijde Hollandveen) gold een lage verwachting, eveneens vanwege ongunstige bewoningscondities van het toenmalige landschap (een veenmoeras). Voor de IJzertijd en Romeinse Tijd (top Hollandveen) gold een hoge verwachting; op Zuid-Beveland werden reeds verschillende vindplaatsen uit deze periode aangetroffen in het veen in de omgeving van Krabbendijke echter niet. Voor zowel het Laagpakket van Wormer en het Hollandveen Laagpakket geldt dat deze aan mariene erosie blootgestaan kunnen hebben, waardoor deze afzettingen deels of geheel kunnen zijn weggeslagen. Voor de Vroege Middeleeuwen gold een lage verwachting en Late Middeleeuwen een middelhoge verwachting, aangezien het gebied vanaf de 13de eeuw bedijkt werd en er bewoning mogelijk was. Voor de Nieuwe Tijd gold lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen, gelet op de ligging van het plangebied in onbebouwd gebied ten noordoosten van de dorpskern, op basis van cartografische gegevens.</p><p>Tijdens het inventariserend veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel middels vier verkennende boringen (tot maximaal 4,80 m -mv) getoetst en bijgesteld. Uit het booronderzoek blijkt dat binnen de deelgebieden van het plangebied er een gelijkaardige bodemopbouw is. <br>Het dekzandniveau lag beneden de maximale boordiepte van het onderzoek. Voor het niveau van het Laagpakket van Wormer (Laat-Neolithicum) waarvan de top gelegen is op een diepte vanaf 3,08 m -NAP (3,80 m -mv) blijft de archeologische verwachting vastgesteld op een lage verwachting, gezien het ontbreken van hoger gelegen ruggen in het lokale landschap die gunstig waren voor bewoning. De verwachting voor de Bronstijd, IJzertijd en Romeinse Tijd wordt binnen het plangebied bepaald door de intactheid van het Hollandveen. De veentop, gelegen tussen 1,50 en 1,98 m -NAP (2,25 – 2,60 m -mv), blijkt in de vier boringen aan mariene erosie onderhevig te zijn geweest, als gevolg van fluviatiele invloeden waarbij klei is afgezet (Kreekrak Formatie). Dit betekent dat de verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd (top veen) wordt bijgesteld naar laag. Voor de Bronstijd (onderzijde veen) blijft de lage verwachting gelden.<br>Voor de Vroege en Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd (niveau Laagpakket van Walcheren) geldt dat de verwachting naar beneden moeten worden bijgesteld. Uit het booronderzoek blijkt dat het toenmalige landschap uit slikken en schorren bestond. Aanwijzingen de aanwezigheid van vindplaatsen, zoals afdekte bodems, cultuurlagen of vondstlagen die kunnen dateren in de Middeleeuwen zijn bij het booronderzoek niet waargenomen. Op basis daarvan wordt de verwachting voor de Late Middeleeuwen bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de Vroege Middeleeuwen blijft de verwachting vastgesteld op laag. Vanaf deze tijd tot in het begin van de 20ste eeuw zijn er geen historische gegevens (kaartmateriaal) die aanwijzingen geven voor bebouwing binnen het plangebied. Ook zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van vindplaatsen uit deze periode. Op basis hiervan blijft de verwachting voor de Nieuwe Tijd laag.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2020-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务