five

Gemeente Heumen. Plangebied Broekstraat 3A te Nederasselt. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (karterende fase naar een archeologische laag)

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-01-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3A-CTA4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>BAAC heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (karterende fase naar een archeologische laag) uitgevoerd in het plangebied Broekstraat 3A te Nederasselt. Aanleiding voor het onderzoek is het plan in de nabije toekomst in het centrale deel van het plangebied een nieuwe woning te realiseren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het gehele plangebied een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen geldt. Voor de periode nieuwe tijd geldt een lage verwachting vanwege de verwachte bodemverstoringen in de top van de aanwezige ooivaaggronden en het ontbreken van historische bebouwing binnen het plangebied. Archeologische resten worden vanaf 0,6 m –mv verwacht in de top van de afgedekte kom-, oeverof crevasse-afzettingen. Een tweede archeologische loopvlak bevindt zich in de top van een (eventueel aanwezig) rivierduin en/of in de top van een onderliggend vroeg-holoceen oeverdek op beddingzand van het Jonge Dryas terras. Het rivierduinzand kan voorkomen vanaf 1 m –mv en het beddingzand wordt vanaf circa 2 m –mv verwacht. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied op een vlechtend rivierterras ligt van het Jonge Dryas terras. In de noordelijke boringen 2, 3 en 6 bestaat de oorspronkelijke bodem uit oever- op beddingafzettingen, waarbij in top van de oeverafzettingen beginnende bodemvorming heeft opgetreden in de vorm van interne verwering. Het betreft hier een vroeg-holoceen oeverdek dat vanaf het Boreaal (midden-mesolithicum) droog kwam te liggen. In boring 2 zijn op circa 0,9 m –mv houtskoolspikkels aangetroffen in de top van deze oude bodem. Dit kan mogelijk duiden op menselijke activiteit. Dit oude maaiveld uit het Vroeg- Holoceen wordt afgedekt door komafzettingen, die hier vermoedelijk pas vanaf de middeleeuwen zijn afgezet. In de top van de komafzettingen zijn geen archeologische lagen herkend. De top van dit niveau is veelal recentelijk verstoord door (sub)recente grondbewerking en het gebied was tot aan de bedijking van het gebied te drassig voor bewoning. De zuidelijke boorlocaties 1, 4 en 5 liggen binnen de contouren van een met (zandige) leem en siltrijk zand opgevulde, voormalige vlechtende riviergeul uit het Jonge Dryas. Er is geen rivierduinzand aangetroffen, wel is in boring 4 herverstoven stuifzand dat van elders afkomstig is aangetroffen. De basis van de geulopvulling bestaat uit vroeg-holocene overstromingsleem behorende tot de Laag van Wijchen. De geulbasis wordt hoofdzakelijk afgedekt door zandige klei of uiterst siltig zand behorende tot een crevasse. Lokaal komt ook matig siltige geulklei voor. In de top van dit paleo maaiveld vanaf 0,55/0,65 m –mv zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. De reden hiervoor is de relatief drassige en natte omstandigheden, de relatief jonge ouderdom van het crevasselichaam en de aftopping van het maaiveld door (sub)recente graafwerkzaamheden. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek kan de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen worden bijgesteld naar een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het midden-mesolithicum tot en met de Romeinse tijd voor het noordelijke deel van het plangebied (2340 m2). Voor het zuidelijke deel kan de hoge verwachting worden bijgesteld naar een lage verwachting voor alle perioden (3384 m2). BAAC adviseert om bodemverstorende activiteiten die dieper reiken dan 0,7 m – mv in de zone met een hoge verwachting zo veel mogelijk te vermijden. Indien dit niet mogelijk is adviseert BAAC een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren om zodoende eventueel aanwezige sporen vanuit het begraven loopvlak te karteren en eventueel te waarderen. De exacte invulling van het archeologisch onderzoek en bijbehorende onderzoekstraject dient te worden opgesteld in een Programma van Eisen (PvE). De zone met een lage verwachting hoeft niet nader te worden onderzocht.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2020-01-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务