Bureau- en booronderzoek Treubweg te Uithuizen, gemeente Het Hogeland (GR)
收藏DANS Data Station Archaeology2022-09-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NYYBRJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Advies. MUG Ingenieursbureau b.v. adviseert om binnen het door middel van boringen onderzochte gebied geen vervolg-onderzoek uit te voeren. Op basis van het booronderzoek geldt voor deze gebieden een lage archeologische verwachting. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem weliswaar intact is, maar dat eventueel aanwezige archeologische resten waarschijnlijk niet behoudenswaardig zullen zijn. Dit advies geldt niet voor de noordwestelijke hoek van het plangebied. In dit gebied zijn aanwijzingen voor een heerdstede uit de late middeleeuwen of nieuwe tijd. Hoewel dit gebied in het huidige bestemmingsplan geen dubbelbestemming heeft en daarom buiten het onderzoeksgebied valt, was dat in een eerdere versie van het bestemmingsplan nog wel het geval. Zoals in dit rapport is betoogd, was de dubbelbestemming voor de plek van de heerdstede mogelijk niet opgeheven wanneer de aanwijzingen voor de heerdstede in de overwegingen waren meegenomen. Alleen het zuidelijke deel van de vermoede heerdstede overlapt met het plangebied. Op basis van de huidige ontwerptekening wordt dit gebied niet verstoord, maar mocht dit toch het geval zijn, bijvoorbeeld voor het aanleggen van kabels of leidingen, dan wordt geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Door middel van een proefsleuvenonderzoek kan goed inzicht worden verkregen in de mogelijk in dit deel van het plangebied aanwezige archeologische sporen zoals resten van de heerd, eventuele bijgebouwen en de gracht die rond de heerdstede moet hebben gelegen. Voor het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek moet een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen worden opgesteld. Onderzoek. Aanleiding tot het hier beschreven archeologische bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen zijn de plannen van Daiwa House Modular Europe Jan Snel BV voor de bouw van vijftig wisselwoningen en de aanleg van een weg. Door deze werkzaamheden worden mogelijk archeologische resten bedreigd. Conform de Erfgoedwet is het onderzoeksgebied eerst onderzocht op de aanwezigheid van archeologische waarden. Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat het plan- en onderzoeksgebied op een vlakte van getij-afzettingen tussen twee kwelderwallen ligt. Deze zijn op zijn vroegst rond het begin van de jaartelling ontstaan. Op basis van archeologische resten en historische bronnen dateert bewoning op de kwelderwal vanaf het eind van de vroege middeleeuwen. In de directe nabijheid van het plangebied hebben verschillende steenhuizen gestaan. Eén daarvan lag mogelijk in de in het bestemmingsplan vrijgegeven noordwesthoek van het plangebied. Deze noordwesthoek valt daarmee buiten het huidige onderzoeksgebied. De verspreiding van de steenhuizen en andere bewoning vertoont een duidelijke associatie met de kwelderwallen. Het is dan ook niet waarschijnlijk dat binnen het relatief kleiige onderzoeksgebied bewoningsresten voorkomen. Wel kunnen vooral resten verwacht worden die samenhangen met de nabij gelegen bewoning en de agrarische exploitatie van het gebied vanaf het eind van de vroege middeleeuwen. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw intact is. Onder de humeuze bouwvoor komt een sequentie van wadafzettingen voor bestaande uit zavel. In de centraler gelegen boringen in het onderzoeksgebied zijn deze iets kleiiger en komen ook zand- en kleibandjes voor. Dit past goed bij de kartering van het gebied als vlakte van getij-afzettingen. Er zijn geen indicaties aangetroffen die duiden op archeologische vindplaatsen. Het bevoegd gezag, gemeente Het Hogeland, heeft dit rapport goedgekeurd en bovenstaand advies overgenomen. Het voorliggende onderzoek is met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd. Indien onverhoopt toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, wijzen wij op de wettelijke meldingsplicht hiervan (artikel 5.10 van de Erfgoedwet) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in casu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondst-melding via Archis). De melding kan ook bij de provincie of gemeente gedaan worden (zie colofon voor contact-gegevens).
提供机构:
MUG Ingenieursbureau
创建时间:
2022-08-31



