Hoek Herbert H.Dowweg Hoek Herbert H. Dowweg, Gemeente Terneuzen. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2018-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3F-8AXV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van DOW Benelux B.V. heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed in juni - juli 2017 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd ten behoeve van de herontwikkeling van een deel van de DOW-terreinen, gemeente Terneuzen. DOW Benelux B.V. heeft het voornemen om een deel van zijn terreinen langs de Herbert H. Dowweg in lease uit te geven. Deze terreinen, hierna benoemd als plangebied, zijn gelegen in het zuidelijke deel van het DOW-terrein. De nieuwe gebruiker, meer bepaald Ravago Logistic Terneuzen B.V., zal het terrein inrichten voor logistieke handelingen en silo’s en magazijnen bouwen. In een eerste fase zullen de werkzaamheden beperkt zijn tot het noordelijke deel van het plangebied. Dit gedeelte valt binnen het afgebakende DOW-terrein en heeft op de vigerende Beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park (2013) een functie als bedrijventerrein A. Ten behoeve van de geplande werkzaamheden dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het zuidelijke deel van het plangebied is momenteel begroeid met bomen en bosschages en staat als beheersvlak groen op de beheersverordening aangegeven. Voor het inplannen van gebouwen hier is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Het is in het kader van zowel de omgevingsvergunning, als de bestemmingsplanwijziging dat onderhavig archeologisch onderzoek is uitgevoerd.</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens werd in het bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Tijdens het verkennende veldonderzoek werd het opgestelde verwachtingsmodel door middel van 58 van de boringen getoetst.<br>• Niveau Formatie van Koewacht – Midden Paleolithicum: Op dit niveau was er een lage kans op het aantreffen van archeologische resten. Dit niveau kan zich vanaf circa 16 meter –NAP manifesteren. Tot deze diepte is niet geboord en daardoor kon deze verwachting ook niet worden getoetst. De verwachting blijft dus laag. <br>• Niveau Pleistoceen zand – Laat-Paleolithicum tot en Mesolithicum: Op de plaatsen waar (de top van) het pleistoceen en het veen niet geërodeerd zijn door latere geulen vanuit het Laagpakket van Walcheren is de verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen hoog. Het booronderzoek heeft aangetoond dat de intacte dekzandtop in het plangebied zich lokaal bevind 3,75 en 4,8 meter –NAP. Hier blijft de archeologische verwachting dus hoog. In de boringen waar dit niveau is geërodeerd geldt geen verwachting meer voor vindplaatsen uit deze periode.<br>• Niveau Formatie van Nieuwkoop – Neolithicum tot en met Romeinse Tijd: Vindplaatsen uit het Midden Neolithicum tot Midden IJzertijd aangetroffen kunnen in de onderkant en het opgaand veenpakket worden aangetroffen, hoewel de kans hierop eerder als laag wordt beschouwd. De verwachting voor de Late IJzertijd en de Romeinse is, mede dankzij eerder vondsten in de buurt van het plangebied hoog. Hierbij moet worden opgemerkt dat het plangebied vermoedelijk reeds tussen 200 en 250 na Chr. opnieuw overstroomde. Vanaf die periode wordt de verwachting laag ingeschat. Een intacte top van het Hollandveen is waargenomen in 22 boringen. De top van het veen bevindt zich tussen 1,31 en 1,98 meter –NAP. De hoge verwachting ter plaatse deze boringen blijft gehandhaafd. Bij de andere boringen kan de verwachting bijgesteld worden naar laag. <br>• Niveau Formatie van Naaldwijk (Sluiskilafzettingen) – Vroege Middeleeuwen: De verwachting voor deze periode was laag ingeschat. Het booronderzoek heeft geen aanwijzingen gegeven die deze verwachting zou kunnen bijstellen. De archeologische verwachting blijft dus laag.<br>• Niveau Formatie van Naaldwijk (Sluiskil- en Westerscheldeafzettingen) – Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd: Voor de periode van de Late Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd gold deels een hoge verwachting en deels een onbestaande verwachting. Deze laatste is ingegeven door de vermoedelijke aanwezigheid van een actief geulensysteem uit de vroege Nieuwe Tijd die de oudere niveaus heeft opgeruimd. Dit is ook bevestigd tijdens het booronderzoek. In verschillende boringen zijn dergelijke diepreikende geulafzettingen aangeboord.</p><p>De top van de Sluiskilafzettingen is op een sterk variabele diepte aangetroffen, namelijk tussen 0,31 en 2,13 meter –NAP. Omdat de overgang tussen deze komafzettingen en de bovenliggende kwelderafzettingen scherp is, is het waarschijnlijk dat in de meeste gevallen de top van dit niveau geërodeerd is. Men zou kunnen vermoeden dat alles beneden circa 0,8 meter –NAP een zekere erosie heeft gekend. Bij 14 boringen werd een vrij gaaf Sluiskilniveau aangeboord. De hoge verwachting kan hier worden gehandhaafd. Deze verwachting is zeker te verantwoorden doordat in 3 boringen aanwijzing gevonden zijn voor menselijke activiteit.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2018-01-01



