Transect-rapport 2693: Giessenburg, Binnendamseweg 26a. Gemeente Giessenlanden (ZH) . Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2020-04-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X77-KQFW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>• Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in de overstromingsvlakte van de Wijde Giessen ligt. Hoewel langs de Wijde Giessen ten zuiden van het plangebied laatmiddeleeuwse woonheuvels liggen, liggen deze naar verwachting in het plangebied niet. Er valt echter aan de hand van het AHN af te leiden dat hier een noord-zuid georiënteerde hoogte aanwezig is, die mogelijk indicatief is voor een oude waterloop. Thijs en Wullink (2008), die ten westen van het plangebied onderzoek hebben gedaan, suggereren de aanwezigheid van een oude kreekrug of een oude meandergeul van de Wijde Giessen. Dit laatste zou betekenen dat de rivier een andere ligging heeft gehad. Er ontbreken echter lithologische gegevens (van boringen) uit het plangebied. Hiermee zijn uitspraken over de daadwerkelijke opbouw en ontstaan van de ondergrond op basis van het bureauonderzoek niet te doen. Wel zou de aanwezigheid van een inversierug (in het geval van een kreekrug) kunnen betekenen dat in het plangebied ook bewoonbare omstandigheden hebben bestaan sinds het Neolithicum, de periode waarin de perimariene kreken in het gebied (en zo mogelijk ook de voorganger van de Wijde Giessen) zijn ontstaan. Zodoende geldt in het plangebied theoretisch gezien een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen.<br>• Voor resten uit de Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting. Er is op historisch kaartmateriaal sinds het begin van de 19e eeuw geen bebouwing aanwezig. Het is hiermee aannemelijk dat in de periode daarvoor (tot 1500) eveneens geen bebouwing aanwezig is geweest. Het plangebied ligt immers niet aan een historische infrastructuur.<br>• De aanwezigheid van resten uit het Mesolithicum is binnen dit kader buiten beschouwing gelaten. In het plangebied zijn naar verwachting rivierduinafzettingen aanwezig, die in potentie bewoonbaar kunnen zijn. Deze bevinden zich echter rond 9,5 m -Mv bevinden, hetgeen gebaseerd is op de resultaten van Thijs en Wullink (2008) op het aangrenzend perceel. Vanwege de grote diepteligging en de beperkte ingrepen in het gebied (heipalen) is het effect binnen deze planvorming op dit niveau beperkt.<br>• Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat in westelijk deel van het plangebied vermoedelijk een kreekgeul gelegen heeft. Deze constatering komt overeen met de waarnemingen op het AHN en de bevindingen van Thijs en Wullink (2008). De afzettingen zijn verder slap en sporen van bodemvorming ontbreken in dit deel van het terrein. Mede gezien de aanwezigheid van zandlagen, verspoeld hout, slakjes en detrituslagen, lag hier vermoedelijk een watervoerende geul. Dergelijke plaatsen zijn doorgaans nat en drassig geweest en hiermee niet geschikt voor bewoning. Getuige het ontbreken van bodemvorming in de top van de klei (rijping) moet dit ook het geval geweest zijn toen de kreekgeul verland is geraakt. Hoe oud de geul is, is verder niet duidelijk, maar een Neolithische datering is mogelijk. In het oostelijk deel ligt een restant van een oeverafzetting. Het restant is nog 20 cm dik en ligt op komafzettingen en veen. Gezien de scherpe overgang tussen de oeverafzettingen en de erboven gelegen antropogene lagen is vermoedelijk een deel van de oeverafzettingen vergraven geweest. Zodoende is vanwege het ontbreken van sporen van bodemvorming, veronderstelde natte omstandigheden en de geconstateerde aantasting van bewoonbare oeverafzettingen de hoge verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen voor de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-04-07



