Archeologische begeleiding uitgraven cunet voor parkeerplaatsen aan de Stadsfenne te Stavoren, gemeente Súdwest-Fryslân (FR)
收藏DANS Data Station Archaeology2014-06-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZVB-5KG7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding tot de hier beschreven archeologische begeleiding (AB) protocol opgraven is de aanleg van een parkeerplaats aan de Stadsfenne te Stavoren, gemeente Súdwest-Fryslân. Omdat deze plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Wet op de archeologische monumentenzorg. Gemeente Súdwest-Fryslân heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven de AB uit te voeren.</p><p>Voorafgaand aan het veldwerk heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden waarbij een bodemlaag met mogelijke archeologische potenties is aangetroffen. Deze bodemlaag wordt door de aanleg van de parkeerplaatsen bedreigd. Omdat het terrein een oppervlakte van circa 700 m2 heeft, is het te klein voor een proefsleuvenonderzoek. Daarom is gekozen voor een archeologische begeleiding van het grondwerk. De archeologische begeleiding is uitgevoerd conform de eisen van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en de richtlijnen uit het Programma van Eisen.</p><p>Uit de archeologische begeleiding blijkt dat het civieltechnisch werk in een laag opgebrachte grond is uitgevoerd. Onder de recentelijk aangebrachte bovengrond ligt een rommelige laag klei waarin zich in het zuidelijke deel fragmenten van rode baksteen en scherven geglazuurd aardewerk uit de nieuwe tijd bevinden. Daarnaast zijn brokken veen en turf aanwezig. Dit betreft een ophooglaag waarvoor grond van elders is gebruikt. Dit kan grond zijn uit bijvoorbeeld een rioolsleuf die elders in Stavoren is gegraven of grond uit een bouwput. Het is vermoedelijk geen grond die is vrijgekomen bij de aanleg van de sluis in de jaren ‘60 van de vorige eeuw, omdat hierbij muurwerk van zogenaamde Friese geeltjes zijn gebruikt. In het noordelijke deel ontbreekt de component baksteenpuin en aardewerk. Daar is alleen sprake van klei met brokken veen en turf. Deze noordelijke laag ligt op geel zand, wat erop wijst dat het om een zeer recente ophoging gaat, vermoedelijk met grond uit bouwputten van de woningen aan de Stadsfenne. De noordelijke en zuidelijke laag zijn gescheiden door een laag grijze klei zonder bijmengingen die mogelijk behoort tot een oude kade of dijk.</p><p>Uit de boringen blijkt dat onder de opgebrachte grond intacte archeologische bodemlagen liggen, terplagen. Deze komen voor vanaf 0,3 m-NAP en lopen door tot circa 2 m-NAP. Hieronder bevindt zich een laag Zuiderzeeafzettingen met verslagen stukken veen. Deze gaan over in veen dat op dekzand ligt en waarin nog een podzolbodem aanwezig is. De top van het dekzand bevindt zich hier op circa 3,6 m-NAP.</p><p>In de intacte archeologische bodemlaag is op 1,5 m-NAP een scherf kogelpotaardewerk aangetroffen die uit de middeleeuwen stamt.</p><p>Gezien de uitkomsten van boringen die tijdens de archeologische begeleiding zijn gezet bevelen wij aan om bij werkzaamheden rond de Stadsfenne rekening te houden met intacte archeologische lagen vanaf circa 0 m-NAP. Dit betreft een aanbeveling. Het selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, gemeente Súdwest-Fryslân.</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau b.v.
创建时间:
2014-06-15



