Onderzoeksgebied Zuidpolder (fase 2.1) te Barendrecht, gemeente Barendrecht ; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2021-07-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-29D-J84A
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Barendrecht heeft RAAP in januari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het onderzoeksgebied Zuidpolder (fase 2.1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag. In 2017 is een deel van het plangebied Zuidpolder (fase 2.1), de Stormbaan, tijdens een vergelijkbaar archeologisch vooronderzoek onderzocht (Conradi, 2017). Het huidige onderzoek richt zich op het overige deel van het plangebied, dat betreft de noordzijde van de agrarische percelen aan de zuidzijde van de Zuidpolderse Boezem. Dit onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van circa 8 ha.</p><p>Methode<br>De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van het door Archeologie Rotterdam (BOOR) opgestelde PvE (Moree, 2016) en het door de bevoegde overheid goedgekeurde PvA (De Rijk, 2020). Het uitgangspunt van het booronderzoek was het in dit PvE opgenomen boorgrid. Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat een aantal perceelkoppen niet vanuit de noordkant toegankelijk was, terwijl er geen betredingstoestemming bleek te zijn voor de percelen ten zuiden van het onderzoeksgebied. Hierdoor zijn niet alle 20 boringen uitgevoerd. In totaal zijn 14 boringen uitgevoerd. In overleg met Archeologie Rotterdam is op basis van de voorlopige resultaten van dit booronderzoek besloten dat het uitvoeren van de niet -gezette boringen niet meer noodzakelijk wordt geacht.</p><p>Verkennend booronderzoek<br>Direct onder het maaiveld zijn een bouwvoor en andere verploegde lagen aanwezig. Deze lagen reiken in de boringen tot 25-60 cm –mv. In deze lagen worden geen in situ archeologische resten verwacht. De natuurlijke bodemopbouw onder deze verstoorde lagen is relatief uniform en bestaat uit dek - /dijkdoorbraakafzettingen op geulafzettingen (op beddingafzettingen) op Hollandveen. De aangetroffen lagen gaan gepaard met een lage archeologische verwachting voor bewoning en andere vormen van langdurig en intensief landgebruik.</p><p>De dekafzettingen zijn in de periode 1373-1650 gevormd en reiken in de boringen tot 70-135 cm –mv. Onderliggende geulafzettingen zijn mogelijk in een getijdenmilieu afgezet. Er zijn geen oeverafzettingen met een hogere archeologische verwachting aangeboord. Mogelijk waren zulke afzettingen in het verleden wel aanwezig, maar zijn ze geërodeerd. Het is waarschijnlijk dat de geulen aan de bovenliggende dijkdoorbraakafzettingen en aan de nabijgelegen kreek (de voorloper van de Zuidpolderse Boezem) kunnen worden gerelateerd. De geulafzettingen zijn tot op verschillende dieptes in het onderliggende Hollandveen ingesneden (variërend tussen 223 en 394 –mv). De overgang van de geulafzettingen naar het veen is in de meeste boringen waarneembaar erosief van aard, waardoor de<br>oorspronkelijke top van het veen niet meer aanwezig zal zijn. In het veen zijn geen veraarde trajecten aangetroffen. Binnen de maximale boordiepte (400 cm –mv) is de basis van het Hollandveen niet bereikt. Er zijn geen stroomgordelafzettingen onder het veen aangeboord.</p><p>Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in de onderzochte zones van het plangebied geen archeologische resten bij de voorgenomen bodemingrepen bedreigd worden.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2021-01-19



