Wijk bij Duurstede Veilingterrein DO Opgraving
收藏DataCite Commons2025-03-12 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x8d-qmae
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in 2007 en 2008 een opgraving uitgevoerd op het terrein van de voormalige fruitveiling aan de Zandweg te Wijk bij Duurstede. De geplande nieuwbouw vormde hiervoor de aanleiding. In de Vroege Middeleeuwen maakte deze zone deel uit van de eens zo vermaarde handelsnederzetting Dorestad. Na het verval daarvan in de tweede helft van de 9e eeuw ging het terrein deel uitmaken van de villa Wijk en vanaf ca. 1300 kende het alleen nog een agrarisch gebruik.Zoals verwacht zijn tijdens de opgraving op het 1,7 ha grote terrein vele sporen tevoorschijn gekomen die sterk overeenkomen met hetgeen bij eerder onderzoek in Wijk bij Duurstede is opgegraven, maar er zijn ook vondsten gedaan op basis waarvan het beeld ten aanzien van de vroegste ontwikkeling van het noordelijk deel van Dorestad moet worden aangepast. Bovendien zijn sporen van gebouwen gevonden die verbonden kunnen worden aan een laatmiddeleeuws domein. Verder is door middel van het zeven van de inhoud van vele kuilen detailinformatie verzameld waarmee het bestaande beeld met betrekking tot de bewoning in Dorestad, vooral ten aanzien van de ambachten, kon worden aangevuld.Vastgesteld is dat het terrein in gebruik is genomen na het midden van de 7e eeuw, in de Laat- Merovingische tijd. De oudste sporen bestaan uit boerderijplattegronden, diverse menselijke begravingen, waterputten en vele afvalkuilen. Op basis van de oriëntatie van de gebouwen op de Kromme Rijn en de ligging van de sporen kunnen mogelijk drie erven worden onderscheiden. Erfgrenzen ontbreken echter. Op het meest noordelijke erf M2 kon geen gebouw worden gereconstrueerd, maar op basis van de aanwezigheid van twee graven, drie min of meer geconcentreerd liggende waterputten en enkele kuilen wordt dit deel van het terrein niettemin als apart erf beschouwd. In deze tijd was het gebruikelijk dat overleden bewoners op het eigen erf werden begraven, zodat de graven worden gezien als erfbegravingen. Op het middelste erf M1 ligt aan de westzijde een boerderijplattegrond die overeen komt met plattegronden die in het westen van ons land zijn opgegraven. Aan de oostzijde bevindt zich een bijbehorend erfgrafveld waarin zeven personen zijn begraven. Verspreid over het erf liggen afvalkuilen en waterputten. Ook op het meest zuidelijke erf M3 is (een deel van) een boerderijplattegrond aangetroffen. Zowel de boerderijplattegronden als het bijhorende afval laten zien dat de bewoners tijdens de eerste bewoningsfase in dit deel van Dorestad een agrarisch bestaan leidden.Na het midden van de 8e eeuw vonden veranderingen plaats op het onderzochte terrein. Deze veranderingen kunnen worden gekoppeld aan ontwikkelingen elders in Dorestad, die te maken hebben met de uitleg van de handelsnederzetting als gevolg van de economische groei. Het noordelijk deel van het terrein moet daarbij na 750 als eerste opnieuw zijn ingedeeld. Het meest zuidelijke deel (erf M3) volgt later. Op basis van vondstmateriaal kan namelijk gesteld worden dat de laat-Merovingische/ vroeg-Karolingische boerderij op dit erf pas na 770 buiten gebruik is geraakt. Voor de Karolingische tijd (ca. 750/775 – ca. 875) zijn zeven erven gereconstrueerd, met in totaal acht gebouwplattegronden: zeven bootvormige gebouwen en één gebouw met rechte wanden. De bootvormige gebouwen worden beschouwd als woon-stalboerderijen, de functie van het gebouw met de rechte wanden is niet zeker.Vondsten uit de Karolingische tijd wijzen er op dat verschillende activiteiten op de erven hebben plaatsgevonden. Naast agrarische activiteiten werden ook ambachtelijke activiteiten ontplooid. Voor het eerst kon voor Dorestad minstens één erf aangewezen worden als werkplaats van een kralenmaker die waarschijnlijk tegelijkertijd sieraden van barnsteen maakte. Op hetzelfde erf is verder ook messing geproduceerd volgens de zogenaamde cementatiemethode waarbij koper wordt verhit met een zinkerts dat voor het grootste gedeelte bestaat uit zinkcarbonaat. De oudste beschrijving van deze methode dateert uit de 11e eeuw. Archeologische resten van messingproductie zijn niet eerder in Nederland aangetroffen en vermoedelijk is het zelfs de eerste vondst in Noordwest-Europa uit deze periode.De grote hoeveelheid geïmporteerd aardewerk uit vooral het Duitse Rijnland en de Eifel, waar tevens de maalstenen vandaan kwamen, maar ook kralen en kammen uit Scandinavië en mozaïeksteentjes.(tesserae) uit het mediterrane gebied, onderstrepen de handelsfunctie en het internationale karakter van de nederzetting in de Karolingische tijd. De belangrijkste handelsgoederen die archeologisch traceerbaar zijn, blijken aardewerk, glas, wijn en maalstenen te zijn. Gedeeltelijk bleef dit in de nederzetting en gedeeltelijk werd dit verder vervoerd naar Engeland en Scandinavië. Dorestad had hierbij een belangrijke rol als doorvoerhaven.Na 875 nam de bewoningsdichtheid enorm af, maar afgaande op de vondsten moet er in de periode tussen ca. 875 en 1050 zeker gebruik zijn gemaakt van het terrein. Vóór 1050 is er in ieder geval ook gewoond op het Veilingterrein, getuige de vondst van een boerderijplattegrond. Meer dan één erf lijkt echter niet aanwezig zijn geweest.In de volgende bewoningsfase, die wordt gedateerd tussen ca. 1050 en 1300, nam de bewoningsdichtheid weer toe en voor deze periode kunnen mogelijk drie erven worden gereconstrueerd.Eén erf ligt in het westen en is maar voor een deel aangesneden. Hoewel zich ter hoogte van dit erf diverse paalsporen bevinden, kon geen gebouwplattegrond worden gereconstrueerd. Een tweede erf ligt aan de noordzijde en sluit aan op sporen die tijdens de opgraving Frankenweg/Zandweg zijn aangetroffen. Een gebouw kon ook hier niet worden gereconstrueerd. Op het erf liggen wel drie waterputten die op verschillende momenten in deze bewoningsfase in gebruik zijn geweest. In één van deze waterputten, die gedempt is tussen 1200 en 1250, zijn minimaal twintig Maaslandse kannen gevonden.Het derde en meest opvallende erf uit deze periode ligt in het zuidoosten van het onderzoeksgebied. Op dit erf is een bijzonder gebouwencomplex gevonden, bestaande uit een bootvormig hoofdgebouw, een tweebeukige schuur en een rechthoekig gebouw. Laatstgenoemde kende twee verbouwingen waarbij het uiteindelijk een afmeting had van ca. 9,25 bij 8 m en omgeven was door greppels. Voor dit gebouw zijn alleen parallellen gevonden op vindplaatsen met een bijzondere status: kasteelterreinen. Het is daarom niet uitgesloten dat we te maken hebben met een vroege (woon)toren. Wanneer de archeologische gegevens worden gecombineerd met de historische gegevens komen we tot de conclusie dat deze gebouwen tot het domein van de abdij van Deutz of de proost van Oudmunster (Utrecht) moeten hebben behoord, of zelfs tot de kern ervan. Een dergelijk domein werd beheerd door een vertegenwoordiger van de eigenaar, een meier. Domeinen leverden vooral agrarische producten op waarvan een deel naar de domeineigenaar ging en een deel naar de bewoners van het domein, waaronder de meier. De (woon) toren kan dan gezien worden als opslagplaats voor agrarische producten en had mogelijk tegelijkertijd een woonfunctie op momenten dat de heer zijn goed bezocht. Diverse vondsten onderstrepen eveneens de aanwezigheid van elite op het terrein.Uiterlijk rond 1300 stopt de bewoning op het terrein, waarna het tot in de 20e eeuw in gebruik blijft als akkerland. Met de aanleg van de (voormalige) gebouwen van de fruitveiling breekt een nieuwe gebruiksfase aan en in naam zet deze fruitveiling zich voort in het inmiddels gerealiseerde nieuwbouwplan Veilingpark.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11



