five

Plangebied locatie Ecoduct N227, gemeente Leusden. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2007-03-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27G-JHQW
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de provincie Utrecht heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in mei 2007 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de aanleg van een ecoduct over de provinciale weg N227. Het ecoduct is gepland tussen Amersfoort en Maarn. Doel van het onderzoek was onderzoeken of archeologische resten in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn en of planaanpassing of vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voorafgaand aan het veldonderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd om na te gaan of er reeds archeologische vondsten uit het plangebied geregistreerd staan en om ten behoeve van het veldwerk de landschappelijke (geologische en bodemkundige) kenmerken alsmede de gespecificeerde archeologische verwachting te bepalen. Vervolgens zijn een verkennend booronderzoek, visuele inspectie, karterend booronderzoek en oppervlaktekartering uitgevoerd. De verkennende fase van het booronderzoek was erop gericht de intactheid van de bodem in kaart te brengen en te bepalen of, en in welke mate de voorgenomen bodemingrepen eventueel aanwezige archeologische waarden zouden kunnen bedreigen. Aan de hand van de resultaten van het verkennend booronderzoek is vastgesteld welke delen van het plangebied onderzocht moesten worden door middel van een karterend booronderzoek. Doel van het karterend onderzoek was te onderzoeken of er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn binnen de intacte delen van het plangebied. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn 24 boringen (boringen 1 t/m 24) verricht in een grid van 40 x 50 m. Boring 25 is gezet ter hoogte van een in het plangebied aanwezige terreinverheffing. In tweede instantie is verkennend geboord ter plaatse waar een tijdelijke weg aangelegd zal worden (boringen 50, 51 t/m 54). In overleg met drs. A. Borsboom van de provincie Utrecht is besloten het karterend booronderzoek in eerste instantie alleen uit te voeren ter plaatse van de dekzandrug die op het AHN zichtbaar is en tijdens het verkennend booronderzoek in het oostelijke deel van het plangebied was aangetroffen. In tweede instantie zijn ook de locaties waar de poelen aangelegd zullen worden, onderzocht door middel van een karterend booronderzoek. Tijdens het karterend booronderzoek is in een grid van 20 x 25 m geboord ter plaatse van de terreinverheffing (boringen 26 t/m 44) en de locatie van de voorgenomen poelen (boringen 45 t/m 49 en 55 t/m 60). Er zijn monsters genomen van archeologisch relevante niveaus. De monsters zijn droog gezeefd met een zeef met een maaswijdte van 04 cm. Uit het verkennend booronderzoek bleek dat het oorspronkelijke bodemprofiel in vrijwel het hele plangebied is afgedekt met een laag stuifzand waarvan de dikte varieert van 5 tot 140 cm. Hieronder zijn dekzand en fluvioperiglaciale afzettingen aangetroffen waarin zich een podzol gevormd heeft. De bodemopbouw bleek goeddeels intact te zijn. Tijdens de visuele inspectie zijn geen hoogteverschillen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van grafheuvels of Celtic Fields in het plangebied. Wel is een terreinverheff ing in het oosten van het plangebied waargenomen. Bovendien bleek recentelijk een deel van het plangebied te zijn afgeplagd ten behoeve van heideontwikkeling. Tijdens het karterend booronderzoek is de terreinverheffing onderzocht omdat verwacht werd dat dit mogelijk een dekzandrug was waarvoor een hoge archeologische verwachting zou gelden. Bovendien is gekarteerd op de locatie van de voorgenomen poelen omdat de aanleg hiervan mogelijk aanwezige archeologische waarden zou kunnen bedreigen. Op grond van de resultaten van de verkenning bleek dat de overige voorgenomen bodemingrepen geen bedreiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden zou</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-03-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务