Aardgastransportleiding tracé Hommelhof-Schinnen (A-665), catalogusnummers 22 en 39, gemeente Sittard-Geleen RA2372_G65-22
收藏DANS Data Station Archaeology2013-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X8P-ZHCR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van N.V. Nederlandse Gasunie heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in de periode van 27 juni tot en met 4 juli 2011 een inventariserend veldonderzoek (proefsleuven) uitgevoerd in verband met de aanleg van een aardgastransportleiding in de gemeente Sittard-Geleen. Het primaire doel van dit onderzoek was het toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het onderzochte gebied, waarbij het in eerste instantie ging om het (al dan niet) vaststellen van de aanwezigheid van archeologische grondsporen. Voorts diende het onderzoek zich te richten op de aard, omvang, datering, kwaliteit (gaafheid en conservering) en diepteligging van eventueel aanwezige archeologische grondsporen en resten.</p><p>Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek op de vindplaats Sittard-Sittarderweg is vastgesteld dat er geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Binnen het leidingtracé is de bodem tot maximaal 1,2 m -Mv verstoord. Onder de verstoring is nog een tweede archeologische niveau aanwezig. Een eerste niveau is door de recente verstoring in diverse putten niet meer aanwezig. Op het tweede niveau zijn enkele sporen aangetroffen. Deze duiden er op dat in het onderzoeksgebied menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden. Uit de paalsporen zijn echter geen structuren te herleiden. Mogelijk betreft het de periferie van een nederzetting of een legere zone binnen een woonlocatie. Bij een woonerf zou de sporendichtheid hoger zijn en minder verspreid. Het aantal vondsten zou hoger liggen en zich ook in de sporen bevinden. Dit tezamen duidt er op dat er geen intensieve bewoning heeft plaatsgevonden. Indien de sporen onderdeel vormen van de periferie van een nederzetting, zal deze zich waarschijnlijk ten zuidoosten van WP 2, WP 4 en WP 10 bevinden. In deze werkputten is de spoordichtheid namelijk het hoogst. Omdat in de sporen geen dateerbaar materiaal is aangetroffen, is niet met zekerheid vast te stellen uit welke periode ze dateren. Als echter wordt gekeken naar type spoor, ingravingsniveau, kleur en verspit vondstmateriaal, zullen deze dateren uit de IJzertijd, Middeleeuwen en Nieuwe tijd.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2014-01-01



