Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (11718.002) Rotondeweg 25 te Blaricum
收藏DANS Data Station Archaeology2021-11-15 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-285-7JPC
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek<br>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Middeleeuwen. Alleen voor de periode Nieuwe tijd wordt de kans op het voorkomen van archeologische resten laag geacht. Het plangebied ligt namelijk op een relatief hoog deel van de stuwwal. Dergelijke hooggelegen gebieden blijken een gunstige ligging te hebben gehad voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de stuwwallen gunstige bewoningslocaties. Het stuwwalgebied vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen en resten van menselijke activiteit zijn waargenomen uit het Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaande uit een vuursteen afslag en aardewerk (handgevormd, Pingsdorf en Siegburg). De resten zijn zowel midden op de stuwwal als aan de randen van de stuwwal aangetroffen. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat het plangebied in de 19e eeuw deel uitmaakte van een uitgestrekt gebied woeste gronden. Hierdoor is er geen aanleiding om restanten van een historisch erf te verwachten. Het huidige villaterrein is pas in de tweede helft van de 20e eeuw ontstaan.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat voor vrijwel het gehele plangebied een geheel intacte bodemopbouw aanwezig is, bestaande uit een dik plaggendek met hieronder een restant van het holtpodzolprofiel, vanaf de inspoelings-Bws-horizont met hieronder de overgangs-BC-horizont. Vanaf gemiddeld 90/120 cm -mv bevindt zich de C-horizont en dit betreft gestuwde afzettingen. Archeologische sporen, indien aanwezig, zullen meest zichtbaar zijn op de overgang van de BC- naar C-horizont, op een diepte van circa 90/120 cm -mv.</p><p>Antropogeen materiaal is onderin het plaggendek/in de Bws-horizont aangetroffen en bestaat uit vijftien fragmenten van handgevormd aardewerk uit de Late-Bronstijd-IJzertijd. De resten worden als archeologisch relevant beschouwd en kunnen duiden op de aanwezigheid van één of meerdere archeologische vindplaatsen uit verschillende archeologische perioden binnen dan wel in de direct nabijheid van het plangebied.</p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat het plangebied, vanwege de intacte oorspronkelijke bodemopbouw, zijn hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten vanaf het begin van het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen behoudt. Voor de periode Nieuwe tijd blijft de verwachting op het voorkomen van archeologische resten laag. <br> <br>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Er is namelijk over het algemeen sprake van een deels zo niet geheel intacte bodemopbouw binnen het plangebied, waardoor het zijn hoge verwachting behoudt op de aanwezigheid van archeologische resten en/of sporen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proef-sleuvenonderzoek nadat het plangebied vrij is gemaakt van de bestaande bebouwing en begroeiing (woning en bomen). Vooralsnog wordt uitgegaan van één archeologisch sporenniveau. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen.</p><p>Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is alleen mogelijk als er archeologie-vriendelijk gebouwd wordt door niet dieper te ontgraven dan 30 cm onder het huidige maaiveld, waardoor een bufferzone van circa 30 cm van het plaggendek overblijft (bijvoorbeeld door het plangebied/terreindeel op te hogen waar de nieuwbouw zal worden gerealiseerd). In de praktijk zal dit lastig uitvoerbaar zijn, gezien de wens te gaan bouwen op de vaste ondergrond (‘bouwen op geel zand’).</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-11-15



