five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Parkstraat te Ulft Gemeente Oude IJsselstreek

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xsu-3yqk
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van gemeente Oude IJsselstreek, ten behoeve van reconstructiewerkzaamheden en rioolwerkzaamheden aan de Parkstraat te Ulft (Afbeelding 1), een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een veldonderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd. Voor de reconstructiewerkzaamheden wordt de bovengrondse infrastructuur (asfalt, betonstraatstenen en betontegels) verwijderd en vervangen door nieuwe materialen. Daarnaast wordt het oude gemengde riool vervangen door een nieuw vuilwateren infiltratieriool. De geplande werkzaamheden kennen een verstoringsdiepte van maximaal 3,0 m-mv ter plaatse van het nieuwe en oude riool en 1,0 m-mv bij de andere werkzaamheden. De lengte van het tracé bedraagt ca. 390 meter en het totale plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3176,9 m2.Uit de archeologische beleidskaart2 van gemeente Oude IJsselstreek, blijkt het plangebied in een zone te liggen met een hoge archeologische verwachting (Categorie 4). Dit houdt in dat bij bodemingrepen van meer dan 250 m², die dieper reiken dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. In verband met het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Het onderhavig onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002. Het archeologisch onderzoek is op 04-05-2020 beoordeeld namens de gemeente Oude IJsselstreek door mw. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek.Conclusie BureauonderzoekUit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op het overgangsgebied tussen een restgeul van de Oude-IJssel en een Terrasrest-rug ligt. Dit dynamische karakter maakte het gebied een aantrekkelijke locatie voor bewoning in alle archeologische periodes en geschikt als foerageergebied voor jagers/verzamelaars. Een uitzondering hierop is de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In deze periode was het plangebied volgens het cartografisch onderzoek in gebruik als bouwland. Vanaf 1888 werden de uiteinden van het plangebied in gebruik genomen als weg en in 1934 volgde de rest van het plangebied. De verwachting voor resten uit die periode is dus laag. Hetzelfde geldt voor resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied was al voor de Tweede Wereldoorlog in gebruik als weg, dus voor deze periode geldt ook een lage verwachting. Indien er eventueel archeologische resten aanwezig zijn, dan komen deze direct aan of onder de bouwvoor voor tot in de top van het pleistocene zand. Organische resten en bot zullen door de overwegend wisselend nat/droge en basische/zure bodemomstandigheden matig goed zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk ook matig goed geconserveerd.Op basis van het bureauonderzoek wordt verwacht dat er in het plangebied nog intacte archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn. Deze kunnen sporen bevatten uit alle archeologische periodes vanaf het Laat Paleolithicum. Daar waar het huidige riool is aangelegd worden archeologische niveaus niet meer verwacht door de verstoringsdiepte tot maximaal 3,0 m-mv. Vervolgonderzoek is voor deze locaties niet noodzakelijk. Het nieuwe riool wordt echter niet ter plaatse van het oude riool aangelegd en zullen derhalve voor een nieuwe bodemverstoring zorgen. Ditzelfde geldt voor de overige werkzaamheden die het hele plangebied tot 1,0 m-mv zullen verstoren. Voor het deel van het plangebied waar het huidige riool niet gelokaliseerd is, is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk in de vorm van verkennende boringen. De resultaten van het booronderzoek tonen aan dat de bodem bestaat uit een ooivaaggrond bestaande uit roodbruin matig grof siltig zand met veel grind en kiezels. Dergelijke zware gronden zijn niet erg geschikt voor landbouwdoeleinden en zijn daarom relatief laat ontgonnen. De basis van het bodemprofiel bestaat uit grof grindig zand van de Formatie van Kreftteheye, die deel uit maken van een rivierterrasrestrug van de IJssel. In boring 1 is op deze afzettingen nog een dunne laag dekzand aangetroffen, die mogelijk de uitloper vormt van een nabijgelegen rivierduin. In het dekzand zijn echter geen ‘vuile lagen’ aangetroffen. Vermoedelijk is het dekzand afgetopt bij de ontginning of de aanleg van de weg.SelectieadviesOp grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan is nihil.SelectiebesluitHet conceptrapport van het bureauonderzoek is op 4 mei 2020 door de adviseur van het bevoegd gezag, mevr. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst beoordeeld.Het rapport van het bureauonderzoek, veldonderzoek en het selectieadvies zijn op 24 juni 2020 beoordeeld door de adviseur van het bevoegd gezag, mevr. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst beoordeeld), (Zaaknummer 2020EA1419). Mevrouw Lugtigheid stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat op basis van het booronderzoek kan geconcludeerd worden dat het gebied voor een deel diep verstoord is. Ook is de bodem op de locatie in het verleden niet heel geschikt geweest voor gebruik (veel grind en kiezels). Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De kans is hierdoor zeer klein dat op de locatie een archeologische vindplaats aanwezig is. Archeologisch vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het plangebied kan worden vrijgegeven. Mevrouw Lugtigheid adviseert de gemeente Oude IJsselstreek om met dit advies in te stemmen. Tevens adviseert mevrouw Lugtigheid de aannemer er op te wijzen dat hij een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten heeft, omdat een vindplaats ook niet volledig uit te sluiten is.VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder geldt er voor toevalsvondsten conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet een meldplicht. Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar namens de gemeente Oude IJsselstreek (mevr. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek) hierover direct te informeren.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务