five

Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (18515.002) Berg en Dalseweg 409 te Nijmegen

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-09-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/CG61ZQ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m IJzertijd en een hoge verwachting voor de periode Romeinse tijd. Deze verwachting is met name gebaseerd op de ligging van het plangebied op een hoge stuwwal. De ligging op een hoge stuwwal, en daarmee de grote variatie in hoogtes en het zeer grove zand met grind, maakt dit gebied tot een minder gunstige locatie voor akkerbouw, omdat het lastig te bewerken en wellicht ook minder vruchtbaar was (minder leem-/siltrijk, fijn zand). Wel zijn binnen het onderzoeksgebied grafheuvels bekend uit het Neolithicum en een grafveld uit de Romeinse tijd, waardoor het aannemelijk is dat er in de omgeving nederzettingen moeten hebben bestaan tijdens deze perioden. Tevens heeft ter plaatse van, dan wel in de directe nabijheid van de (voorloper van de) Berg en Dalsweg, een Romeinse weg gelegen. Voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (vuursteenvindplaatsen), Middeleeuwen en Nieuwe tijd is de verwachting laag. Voor Jagers-Verzamelaars was van oudsher waarschijnlijk geen (stromend) water aanwezig. Ook uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied tot op heden geen sporen dan wel resten sporen van menselijke activiteit zijn aangetroffen daterend uit de Vroege-/Midden-Steentijd. Historisch kaartmateriaal geven verder geen aanwijzingen dat er in de directe omgeving van het plangebied historische (boeren)erven hebben gelegen. Vanaf in ieder geval het begin van de 19e eeuw maakt het plangebied deel uit van een (productie)bosgebied. De villawijk Kwakkenberg ontstond vanaf het begin van de 20e eeuw. Het plangebied zelf is pas in 1950 in gebruik genomen als woonperceel, waarbij de bestaande woning werd gebouwd. Resultaten inventariserend veldonderzoek. De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) laten duidelijk zien dat er sprake is van een recent bewerkte/verstoorde bodemopbouw tot een diepte van gemiddeld 80 cm -mv. Tot deze diepte is de bodem sterk gevlekt en zijn vermengde brokken van de B-/BC-horizont van de oorspronkelijke holtpodzolbodem met geel zand van de C-horizont goed zichtbaar. Intacte restanten van de oorspronkelijke/van nature gevormde bodemopbouw is bij géén van de gezette boringen aangetroffen. De onverstoorde bodem betreft direct de C-horizont, in de vorm van gestuwde afzettingen. Op grond van deze bodemopbouw geldt vanuit de verkennende fase van het booronderzoek dat in ieder geval het archeologisch potentiële vondstniveau volledig is verstoord. Het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw heeft in lichte mate fragmenten modern glas, fijne resten bouwafval (beton- en baksteenpuin) en kolengruis opgeleverd. Het betreft in de grond vermengd geraakt sloopafval en is niet archeologisch relevant. Er zijn verder geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen. Ook op basis van de karterende fase van het booronderzoek is er dan ook geen aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Conclusie. Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge verwachting gold voor de perioden Laat-Neolithicum t/m IJzertijd, een hoge verwachting voor de periode Romeinse tijd en een lage verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (vuursteenvindplaatsen), Middeleeuwen en Nieuwe tijd, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting. Advies. Op grond van de al in sterke mate aangetaste/verstoorde bodemopbouw binnen het plangebied en het verder ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden (geen archeologische resten aangetroffen in het zeefresidu), adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2022-08-23
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务