Gemeente Waterland. Plangebied De Broekermeer te Broek in Waterland.
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/JWWERJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (dhr. Molenaar) heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Broekermeer te Broek in Waterland. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om de Broekermeerdijk aan de noordzijde van de polder ‘De Broekermeer’ te verstevigen. In dat kader zal langs de waterkant van de Broekermeerdijk een damwand geplaatst worden. Tevens zal de dijk aan de binnenzijde worden verhoogd, waarbij de teensloot circa tien meter zal worden verplaatst. Het betreffende dijktracé, met een lengte van circa 3,4 km, loopt langs de watergang de Broekervaart, grofweg tussen de N235 en de N247. Het plangebied maakt deel uit van een gebied waar in het Holoceen een 14 à 16 meter dik pakket veen en klei is afgezet. Gedurende het pleistoceen maakte het plangebied deel uit van een (dek)zandgebied, dat in het mesolithicum dermate nat is geworden dat het bedekt is geraakt met veen. Van het landschap uit deze periode, dat zich tegenwoordig op grote diepte bevindt, is niet bekend of het ter hoogte van het plangebied bewoonbaar was. Aan de Pleistocene ondergrond in het gehele plangebied wordt derhalve voor het paleolithicum-mesolithicum een middelhoge verwachting voor archeologische waarden (vuursteenvindplaatsen) toegekend. De uit te voeren werkzaamheden zullen, met uitzondering van het plaatsen van de damwanden, niet tot deze diepte reiken. Het plaatsen van de damwanden wordt gezien de geringe verstoring niet als bedreigend voor archeologische waarden beschouwd. Als gevolg van de stijgende zeespiegel werd het plangebied in eerste instantie dermate nat dat het bedekt raakte met veen. Door de voortdurende zeespiegelstijging veranderde het gebied na verloop van tijd in een waddengebied. Hoewel de mens ook dit landschap mogelijk zal hebben gebruikt, is het onwaarschijnlijk dat hiervan nog resten aanwezig zijn in de ondergrond. Aan archeologische waarden uit het mesolithicum-neolithicum wordt derhalve een lage archeologische verwachting toegekend. De top van deze afzettingen bevinden zich aan het oppervlak of op relatief geringe diepte. Vanaf 4000 à 5000 jaar geleden is het plangebied deel gaan uitmaken van een groot veengebied, dat werd doorsneden door enkele rivieren en veenstroompjes. Als gevolg van erosie gedurende de middeleeuwen is het veenpakket, inclusief eventueel aanwezige archeologische resten, geheel verdwenen. Ter plaatse van het plangebied ontstond een meer (het Broekermeer) dat hier tot aan de inpoldering begin 17e eeuw heeft gelegen. Voor de bronstijd tot en met de late middeleeuwen geldt derhalve een lage archeologische verwachting. De Broekermeer werd in de eerste helft van 17e eeuw drooggemaakt. Pas vanaf deze periode is het plangebied en omgeving weer in gebruik genomen door de mens. Op basis van het bureauonderzoek wordt aan grote delen van het plangebied een lage verwachting toegekend op het voorkomen van archeologische resten. Op een drietal locaties geldt echter een hoge archeologische verwachting gerelateerd aan de mogelijke aanwezigheid van (funderings)resten van molens of de mogelijke aanwezigheid van (funderings)resten van gebouwen behorende tot buitenplaatsen, evenals sporen van tuinaanleg. Aangezien er nog geen definitief ontwerp voorhanden is, is het niet mogelijk vast te stellen of en waar archeologische resten bedreigd zullen worden door de voorgenomen werkzaamheden. BAAC beschouwd het slaan van de damwanden in de dijk aan de boezemzijde niet als verstorend. Het graven van een nieuwe teensloot kan wel verstorend werken. Indien bij het definitieve ontwerp de gebieden met een hoge verwachting ontzien kunnen worden, is ons inziens geen vervolgonderzoek nodig. Indien er niet ontkomen kan worden om binnen de gebieden met een hoge verwachting graafwerkzaamheden uit te voeren, is vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk.
受荷兰北霍兰德水利委员会(Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)莫伦纳尔(Molenaar)先生委托,研究咨询机构BAAC为位于布罗克沃特兰(Broek in Waterland)的布罗克米尔(De Broekermeer)规划区域开展了考古专项调查。本次调查的缘起为计划加固“布罗克米尔”圩田北侧的布罗克米尔堤(Broekermeerdijk)。据此,将在布罗克米尔堤的临水侧设置板桩墙(damwand),同时加高圩田内侧的堤身,相关横向排水渠(teensloot)将被迁移约十米。该堤段总长约3.4公里,沿布罗克伐尔特河(Broekervaart)水道延伸,大致介于N235与N247两条公路之间。规划区域所在的全新世(Holocene)地层沉积有14至16米厚的泥炭与黏土层。更新世(Pleistocene)时期,该区域属于砂质覆盖区,至中石器时代(Mesolithic)因区域过度湿润,被泥炭层覆盖。该时期的古地表现今埋藏于极深位置,目前尚不清楚规划区域所在位置是否曾有人类活动痕迹。因此,针对规划区域内的更新世基底,旧石器时代-中石器时代的考古遗存(燧石制品遗存)被评定为中等考古期望值。本次实施的作业,除板桩墙安装外,均不会达到该地层深度。考虑到扰动范围极小,板桩墙的安装作业不会对考古遗存构成威胁。受海平面上升影响,规划区域最初因过度湿润被泥炭覆盖。随着海平面持续抬升,该区域逐渐演变为瓦登海区域(waddengebied)。尽管人类可能曾利用该区域,但地层中几乎不可能留存相关遗存。因此,中石器时代-新石器时代(Neolithic)的考古遗存被评定为低考古期望值。该套沉积层的顶部位于地表或相对较浅的深度。约4000至5000年前,规划区域成为大型泥炭沼泽的一部分,其间有多条河流与泥炭溪流穿过。中世纪时期受侵蚀作用影响,整套泥炭地层及其中可能存在的考古遗存完全消失。规划区域原址此后形成了布罗克米尔湖(Broekermeer),该湖存续至17世纪初圩田开垦完成。因此,青铜时代至中世纪晚期的考古遗存被评定为低考古期望值。17世纪上半叶,布罗克米尔湖被排干。自此之后,规划区域及周边才重新被人类开发利用。基于本次专项调查,规划区域的大部分区域的考古遗存存在概率被评定为低期望值。但在三处地点,因可能存在磨坊的(基础)遗存、庄园建筑的(基础)遗存以及园艺遗迹,被评定为高考古期望值。由于目前尚无最终设计方案,无法确定哪些考古遗存会受到拟实施作业的威胁,以及具体受威胁的位置。BAAC认为,在滨水侧堤身安装板桩墙的作业不会造成地层扰动。但开挖新的横向排水渠可能会产生扰动。若在最终设计中能够避开高考古期望值区域,则无需开展后续调查。若无法避免在高期望值区域开展开挖作业,则必须开展探沟考古调查(proefsleuvenonderzoek)作为后续工作。
创建时间:
2024-01-31



