Aan de rand van De Brand
收藏DANS Data Station Archaeology2014-07-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZTS-ZAQK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Bouwhaven/Joop BV heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in het najaar van 2011 een archeologische opgraving uitgevoerd op het terrein van de zorginstelling ASVZ, locatie Vincentius te Udenhout, gemeente Tilburg. Het zorgterrein, dat in de komende jaren herontwikkeld wordt, is gelegen aan de Schoorstraat 4, op de hoek van de Schoorstraat en de Groenstraat.</p><p>De opgraving ligt op een overgangszone van een hoger gelegen dekzandplateau naar een lager gelegen deel met fluvioperiglaciale lemige afzettingen (Brabantse leem) aan het oppervlak. Door laatglaciale erosie zijn een noord-zuid georiënteerde laagte en een depressie (ven) ontstaan, waarin grofzandige afzettingen dagzomen. In de laagte is vervolgens een fossiele akkerlaag (Late IJzertijd-Midden Romeinse tijd) ontstaan, waarop tussen de Midden Romeinse tijd en de Volle Middel eeuwen een leemlaag werd afgezet. De bodem hierboven bestaat over het algemeen uit een vergraven plaggendek op een tweede fossiele akkerlaag.</p><p>Het onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd voor menselijke activiteiten in het onderzoeksgebied in de Vroege tot Late IJzertijd, de Vroege of Midden Romeinse tijd, de Vroege Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. De resten uit het Neolithicum bestaan slechts uit enkele losse vondsten. Mogelijk al in de Vroege IJzertijd, maar zeker vanaf de Midden IJzertijd tot in de Vroege of Midden Romeinse tijd, vormde het onderzoeksgebied de randzone van een contemporaine nederzetting. De kern van deze nederzetting ligt naar verwachting ten oosten van het opgravingsgebied.</p><p>In de IJzertijd en de Romeinse tijd speelde het onderzoeksgebied een rol in de watervoorziening van de nederzetting, getuige de aanwezigheid van waterputten, waterkuilen en een ven. Een als drenkkuil geïnterpreteerd spoor, mestschimmels in een ven en enkele waterkuilen wijzen eveneens op de aanwezigheid van vee in het gebied.</p><p>In het onderzoeksgebied werd plaatselijk geakkerd. In de loop van de IJzertijd werd het landschap pener en droger, waardoor vanaf de Late IJzertijd op een smalle zandige strook akkerbouw bedreven kon worden. Greppels die zijn aangelegd vanaf de Vroege of Midden IJzertijd, dienden ter verdere afwatering en mogelijk deels als verkaveling. De verbouwde producten, zoals duivenboon, gerst, emmertarwe, pluimgierst en lijnzaad, werden mogelijk opgeslagen in spiekers die zich rond de akker bevonden.</p><p>Na de Romeinse tijd waren er gedurende enige eeuwen geen activiteiten in het onderzoeks gebied. Uit het pollenonderzoek blijkt dat de onderbreking in de bewoning geleid heeft tot de regeneratie van het bosbestand. In de Vroege Middeleeuwen vond er in de omgeving weer bewoning plaats. Uit deze periode is een waterkuil aangetroffen, die middels een 14C-datering tussen 655 en 773 na Chr. gedateerd is. De kuil is gegraven in een vrij bebost gebied, dat, getuige de aanwezigheid van een beperkte hoeveelheid mestschimmels, mogelijk (mede) gebruikt werd voor het grazen van vee. Er zijn verder geen vondsten gedaan uit deze periode. De kuil is de oudste datering van het middeleeuwse Udenhout, dat in schriftelijke bronnen voor het eerst in de 11e eeuw genoemd werd.</p><p>Uit de Volle of Late Middeleeuwen ontbreekt elk spoor van bewoning van het gebied. Vanaf deze periode of het begin van de Nieuwe tijd kwam het gebied echter wederom in agrarisch gebruik. Hieruit ontwikkelde zich een tweede fossiele akkerlaag, waarop het plaggendek werd opgeworpen. De grondsporen die op ontginning en agrarisch gebruik wijzen, dateren uitsluitend uit de Nieuwe tijd. Het gaat hierbij om spitbanen en greppels, waarvan de laatste pas uit de 19e eeuw dateren.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.
创建时间:
2014-07-07



