Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen DN400 drinkwaterleiding Ewijk, gemeente Beuningen
收藏DANS Data Station Archaeology2021-09-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XNE-9Y4D
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In augustus 2020 – maart 2021 heeft Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd ter voorbereiding op het verleggen van een DN400 drinkwaterleiding in Ewijk, gemeente Beuningen. Hierbij werden vier mogelijke tracévarianten bekeken. In november/ december 2020 is tot de aanleg van een vijfde variant besloten. Het onderhavige archeologisch bureauonderzoek is hierop aangevuld, waarbij de focus ligt op deze nieuwe tracévariant. Na oplevering van revisie 0A van dit rapport (d.d. 1 maart 2021) zijn in het ontwerp van het tracé de aangetroffen vindplaatsen (met indicatoren) ontzien door middel van HDD-boringen. </p><p>Bureauonderzoek<br>Voor het plangebied geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Het tracé doorsnijdt daarnaast meerdere AMK-terreinen en ook zijn er meerdere Rijks-beschermde archeologische monumenten in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. Het plangebied is onderdeel van het rivierengebied net ten zuiden van de Waal. Het noordoostelijke gedeelte van het gebied is gelegen op de Winssense stroomgordel. Het zuidwestelijke gedeelte bevindt zich binnen het afzettingsbereik van deze stroomgordel.</p><p>Booronderzoek<br>Het plangebied ligt in een kronkelwaard van de Winssense stroomgordel met een prominente zuidelijke oeverwal die dit systeem begrensd. Deze zuidelijke oeverwal is in het neolithicum en de Romeinse tijd bewoond geweest: dit is in het huidige onderzoek bevestigd met zowel oppervlaktevondsten als vondsten uit boringen. Ten zuiden van deze oeverwal is een complex aanwezig aan gerijpte komafzettingen met vegetatielagen en sporadische crevasseafzettingen. Naast één van deze crevasses is ook houtskool aangetroffen. Aan de noordzijde van de genoemde oeverwal richting de (huidige) Waal komen een reeks van beddingen, komafzettingen, restgeulen en oeverwallen voor. Eerdere waarnemingen bevestigen dat zich ook op die delen van het systeem (vermoedelijk vooral de oeverwallen daarvan) archeologische vindplaatsen hebben bevonden, maar die zijn niet in het onderhavige onderzoek aangetroffen.</p><p>Advies revisie 0A<br>In revisie 0A van dit rapport is geadviseerd om ter plaatse van de aangetroffen vindplaatsen (boring 30, 70-73 en 82) een planaanpassing uit te voeren om deze vindplaatsen te ontzien en in situ te sparen. Dit advies is door de opdrachtgever vertaald naar een aangepast ontwerp, waarbij deze zones worden ontzien door middel van een diepe HDD-boring. Voor de overige delen van het plangebied werd vrijgave geadviseerd. Nadrukkelijk is er verwezen naar artikel 5:10 van de Erfgoedwet 2016, die ook voor vrijgegeven gebieden onverminderd van toepassing is (Meldingsplicht toevalsvondsten).</p><p>Selectiebesluit<br>De vorige versie van dit rapport (revisie 0A) is namens de bevoegde overheid, gemeente Beuningen, beoordeeld door haar adviseur, mevr. E. Mietes. Na deze beoordeling is een selectiebesluit opgesteld waarbij de keuze tot het in situ veiligstellen van de aangetroffen vindplaatsen door middel van diepe gestuurde HDD-boringen is overgenomen. Voor het gebied waar geen indicatoren zijn aangetroffen, maar wel vegetatielagen of laklagen in het komkleigebied is het advies voor vrijgave niet overgenomen. Het selectiebesluit luidt om ook in die zones archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Uit het veldonderzoek is immers gebleken dat de bodemopbouw in de komgebieden intact is en dat de in dat gebied voorkomende laklagen en vegetatiehorizonten vermoedelijk mogen worden opgevat als loopvlakken uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Hoewel in deze periode de hoger gelegen oeverwallen zullen zijn gebruikt voor het merendeel van de activiteiten (zoals de nederzetting, de doorgaande weg, de begraafplaats, etc.) bestaat er in het komkleigebied (ondanks het ontbreken van indicatoren in de boringen) kans op off site archeologische resten. Off site-resten kunnen in verband staan met het vroegere agrarisch-economische gebruik van de grond en kunnen bijvoorbeeld bestaan uit veekralen, afrasteringen of perceelsloten, ontwateringsloten en drenkkuilen. De verwachting betreft een complex met lage dichtheid aan sporen en vondsten. Deze verwachting geldt in principe voor vrijwel het gehele plangebied, waar dit althans in het huidige plan (april 2021) in open ontgraving wordt aangelegd. Een archeologische begeleiding, als variant van proefsleuvenonderzoek of opgraving, is voor deze verwachting een passende methode om eventuele archeologische resten in dit gebied te herkennen en te documenteren. Voor een archeologische begeleiding dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat vooraf aan de werkzaamheden door opdrachtgever en de bevoegde overheid akkoord moet zijn bevonden.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2021-04-12



