five

Transect-rapport 2413: Een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Wijk en Aalburg, Perzikstraat 3a, Gemeente Altena (NB).

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-11-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27H-KYV8
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Perzikstraat 3a in Wijk en Aalburg (gemeente Altena). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.</p><p>In het vigerende bestemmingsplan Dubbelbestemmingen en Gebiedsaanduidingen (2017) heeft het plangebied een dubbelbestemming – Waarde Archeologie. Bovendien geldt een gebiedsaanduiding ‘overige zone – specifieke vorm van waarde – archeologie middelhoge verwachting 3´. Deze waardestelling heeft tot gevolg dat planregels voorschrijven dat bij bodemingrepen met een oppervlakte die groter is dan 100 m2, en die dieper reiken dan 150 cm -Mv een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 3500 m2. Dit betekent dat, gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Dit onderzoek moet inzicht geven in of, en in hoeverre de geplande werkzaamheden van invloed zullen zijn op de verwachtte archeologische waarden in het plangebied. Het archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen (IVO).</p><p>Conclusie<br>Op basis van het veldonderzoek geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van een vindplaats uit de periode Neolithicum-Romeinse tijd. Deze verwachting is gebaseerd op het aantreffen van een vegetatieniveau (een oud maaiveld) op een diepte van 110 tot 175 cm -Mv (0,2 tot 0,8 m NAP). Dit vegetatieniveau heeft zich gevormd in de top van een crevasseafzetting, die deel uitmaakte van de Biesheuvel-Hamer stroomrug. Volgens Cohen e.a. (2012) bevond deze stroomrug zich hoofdzakelijk ten zuiden van het plangebied. Wanneer de crevasse zelf exact ontstaan is, is onduidelijk. Deze was, echter, in ieder geval aanwezig in de periode waarin de Biesheuvel-Hamer stroomrug actief was. Dit was gedurende het Neolithicum-IJzertijd. Nadat de rivier inactief werd lag de crevasse vermoedelijk wat hoger in het lokale rivierlandschap. Hierdoor bleef de ondergrond er tot in de Romeinse tijd droger. De aanwezigheid van een bodemniveau in het crevasse-gebied vormt in combinatie met gley-verschijnselen een aanwijzing voor de drogere omstandigheden. De vondst van houtskool en een fragment gebroken kwarts in het vegetatieniveau versterken de verwachting dat archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn.</p><p>Voor de perioden van vóór het Neolithicum en die van ná de Romeinse tijd, geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting. Er zijn binnen de overig aangetroffen bodemlagen geen bewoonbare niveaus aan te wijzen op grond waarvan de aanwezigheid van archeologische resten vermoed kunnen worden.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-11-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务