five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Wollinghuizerweg 50 ong. te Wollinghuizen, gemeente Westerwolde (GR) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Wollinghuizerweg 50 ong. te Wollinghuizen, gemeente Westerwolde (GR)

收藏
DataCite Commons2026-02-10 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/P6ZMDI
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in April/mei 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Wollinghuizerweg 50 (ong) te Wollinghuizen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een woning.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten blijkt dat het plangebied in het vroege Holoceen tussen twee rivierdalen lag. Tussen 500 voor Chr. en 100 na Chr. raakt het plangebied en het beekdal van de Ruiten Aa bedekt met veen. Dit veen kon zich handhaven tot circa 1000 na Chr. Vanaf dat moment vond in toenemende mate turfwinning plaats, waardoor uiteindelijk het onderliggende dekzand weer bloot kwam te liggen. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een zone met ten dele verspoelde dekzanden. Tegen de westzijde van het plangebied ligt een dekzandrug. Bodemkundig ligt het gebied in een zone met veldpodzolgronden.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit het Neolithicum, IJzertijd en Nieuwe Tijd bekend. In/nabij het buurtschap heeft in de 17e eeuw een belangrijke veldslag plaatsgevonden Rond 1832 is op de kaart een woning met erf (eigendom van een arbeider) in het plangebied aangegeven. In de directe omgeving van het plangebied kwamen geen boerenerven voor. Westelijk grenst het plangebied aan een oude es. Rond 1935 verdwijnt de bebouwing uit het plangebied. Rond 1965 verschijnt een klein bijgebouw in de oostelijke helft van het plangebied.</p><p>Voor de periode Laat-Paleolithicum ? Vroeg Neolithicum wordt een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten aangehouden. Steentijdnederzettingen bevinden zich met name op dekzandhoogten en ruggen in de buurt van vers water. Op 60 m ten noordwesten van het plangebied ligt een dekzandrug, die bovendien grenst aan het beekdal van de Ruiten Aa. Hoewel een nederzetting sneller op deze dekzandrug verwacht zal worden ligt het plangebied nog wel dusdanig dichtbij dat randactiviteiten van een nederzetting in het plangebied aangetroffen kunnen worden.<br>Voor de periode Laat Neolithicum ? vroege IJzertijd geldt ook een middelhoge verwachting. Het plangebied ligt ietwat lager en in een gebied met veldpodzolgronden. Dit maakt het gebied overwegend weinig geschikt voor landbouw en ook voor deze periode geldt dat resten van bewoning vooral op de nabijgelegen dekzandrug zijn te verwachten. Resten die met deze bewoning samenhangen kunnen wel in het plangebied worden verwacht.<br>Voor de periode Midden IJzertijd ? Vroege Middeleeuwen geldt een lage verwachting. tussen 500 voor Chr. en 100 na Chr. raakt het plangebied waarschijnlijk bedekt met veen. Dit wijst op natte omstandigheden die het gebied ongeschikt maken voor bewoning.<br>In de loop van de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd is door plaggenbemesting een esdek op de dekzandrug gevormd. Vanaf ongeveer 1100 na Chr. ontstaat een proces waarbij boerenerven zich verplaatsen naar de randen van de es en sindsdien ook min of meer plaatsvast bleven. Daarvoor lagen ze meestal middenin de bouwlanden en werden ze geregeld verplaatst. Op basis van oude kaarten, het AHN en de bodemkaart kan aangenomen worden dat het plangebied aan de oostrand van een es ligt.<br>Vooralsnog moet rekening worden gehouden met een hoge verwachting op resten uit de periode Late Middeleeuwen- Nieuwe Tijd.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht.<br>Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Westerwolde. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, stichting Libau.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).<br>?</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务