Pastoor Hackenstraat te Sint-Oedenrode
收藏DANS Data Station Archaeology2011-10-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-278-2WAK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Synthegra heeft in opdracht van BM BodemManagement bv een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Pastoor Hackenstraat in Sint-Oedenrode.</p><p>Archeologische interpretatie veldonderzoek<br>In het plangebied zijn aan de westzijde verstoorde boringen aangetroffen. Deze zone sluit aan bij de gedocumenteerde ontgronding ten westen van het plangebied. Daarom geldt op basis van het uitgevoerde veldonderzoek voor de westzijde van het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden. In de rest van het plangebied zijn onder een dunne bovengrond in boring 1 en 5 en onder een plaggendek in boring 3 (restanten van) podzolgronden aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bestaat voor een deel uit fluvioperiglaciale afzettingen. Dit getuigt van een relatief lage ligging in het dekzandlandschap vanwege een dunne laag dekzand. Toch lag het plangebied niet zo laag dat er geen podzolprofiel kon ontstaan in het zand. Deze is namelijk (gedeeltelijk) aangetroffen in boring 1, 3 en 5.<br>In het bureauonderzoek is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, en bevinden zich in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. De bovenste helft van de podzolgrond is aangetroffen in de boringen 1 en 3. Dit betekent dat gezien de intactheid van het archeologisch niveau eventuele vuursteenvindplaatsen in situ aanwezig kunnen zijn. Het veldonderzoek heeft de relatief lage ligging van het plangebied bevestigd. Het plangebied was geen voorkeursplaats voor verblijf in het laat-paleolithicum en mesolithicum. De lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum blijft daarom gehandhaafd.<br>In het bureauonderzoek is aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Nederzettingsresten uit deze periode bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen voorkomen vanaf de B-horizont van de podzolgrond tot in de C-horizont. In het plangebied is de B-horizont (het archeologische sporenniveau) intact aangetroffen in boring 5. Dit betekent dat een eventuele vindplaats uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen nog aanwezig zou kunnen zijn in een deel van het plangebied. Op grond van deze resultaten dient de hoge archeologische verwachting die op basis van het bureauonderzoek aan het plangebied is toegekend te worden gehandhaafd.<br>In het bureauonderzoek is aan het plangebied een middelge archeologische verwachting toegekend voor de periode middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Nederzettingsresten uit deze periode bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen voorkomen tot diep in de C-horizont. In het plangebied, behoudens het westelijke deel, is de top van de C- horizont (het archeologische sporenniveau) intact aangetroffen. Daarom dient de middelhoge verwachting voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd te worden gehandhaafd.</p><p>Aanbeveling<br>Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied het volgende geadviseerd.<br>Het plangebied ligt op de gemeentelijke beleidskaart in een zone waarbinnen geldt dat indien er verstoringen plaats gaan vinden van 50 cm beneden maaiveld of dieper, er een vrijstelling wat betreft archeologie geldt indien de totale oppervlakte van de verstoringen maximaal 200 m2 bedraagt. Dus als de totale oppervlakte van de verstoringen onder deze waarde blijft is nader onderzoek niet noodzakelijk.<br>Indien de totale oppervlakte van de verstoring van 50 cm of dieper groter is dan 200 m2, wordt op grond van de resultaten van het booronderzoek vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.<br>Op basis van de resultaten van het booronderzoek is mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan. Ter plaatse van boring 2 en 4 zijn eventueel aanwezige archeologische resten al verdwenen, vermoedelijk door ontgronding. Om eventueel aanwezige archeologische resten niet ongedocumenteerd verloren te laten gaan adviseren wij een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuf waarvan de locatie (indien de plannen bekend zijn), zo goed mogelijk op de ligging van de bouwputten wordt afgestemd. Voor een dergelijk onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het onderzoek vastgelegd.</p>
创建时间:
2011-10-28



