Veldhoven Compensatiegebieden Percelen Zilverackers en Groot Goor Aansluiting Kempenbaan A67-N69
收藏DANS Data Station Archaeology2015-06-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27K-4379
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In april en mei van 2015 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het kader van natuurcompensatiegebieden voor de aansluiting Kempenbaan-A67-N69 (gem. Veldhoven). Het betreft twee deelgebieden, te weten deelgebied C (aan de Knegselseweg en deelgebied D aan de Gagelgoorsedijk (figuur 1).Deze staan ook wel bekend als respectievelijk Percelen Zilverackers en Percelen Groot Goor. Het plangebied ligt landschappelijk gezien in het Zuid-Nederlandse zandgebied. Daarbij ligt deelgebied C binnen de Centrale Slenk/Roerdalslenk en deelgebied D op het Kempenblok (‘Kempisch Hoog’ of Kempenhorst). Voor wat betreft deelgebied C, Zilverackers, is het streven om het beekdallandschap van de Poelenloop en het oorspronkelijke karakter van de beek op te waarderen tot een ecologisch, landschappelijk en recreatief waardevol gebied. Hierbij wordt het oorspronkelijke landschap van hooi- en weilandjes hersteld (Koks & Winkel 2015). In deelgebied D, Groot Goor, zijn de doelen voor inrichting en beheer, vernatting, verschraling en versterking van de (natte) natuurwaarden. Daarbij wordt verschraling niet alleen door een verschralingsbeheer tot stand gebracht, maar versneld door in delen van het terrein de voedselrijke bovenlaag af te graven. Daarna wordt op de graslanden een verschralingsbeheer toegepast. Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een archeologische quickscan en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Hieruit blijkt dat de bodemopbouw in deelgebied C overwegend uit beekeerdgronden c.q. fluvioglaciaal zand bestaat. In deelgebied D is sprake van met veen afgedekte fluvioglaciale afzettingen (zuidoostelijk deel; ‘Het Goor’). Grote stenen aan het maaiveld zijn indicatief voor afzettingen van de Formatie van Sterksel die als gevolg van egalisatie zijn aangesneden. Lokaal is nog een restant van het dekzand aanwezig, maar deze is tot in de C-horizont afgetopt. In deelgebied C ligt de top van het ongeroerde bodemniveau op een diepte van circa 20 tot 90 cm – Mv. De diepte varieert afhankelijk van de ligging binnen het deelgebied. In de lager gelegen delen lijkt meer grond te zijn opgebracht dan op de hogere delen. In deelgebied D heeft egalisatie het archeologisch relevante niveau dermate aangetast, dat de kans op behoudenswaardige archeologie in het betreffende gebied (zeer) klein is geworden. Dit geldt specifiek voor de hoger gelegen delen van het landschap. Voor de drassige zuidoostelijke zones, waar veen is aangeboord, is het oorspronkelijke niveau juist afgedekt met afgeschoven zand en dus weinig aangetast. Hier is wel de bodem lokaal verstoord door de aanleg van drainagebuizen. Ontwatering zal geleid hebben tot oxidatie van het veen dat binnen de drainagezone ligt. Gezien de oorspronkelijke moerascondities is hier sprake van een lage verwachting, behoudens de kans op rituele deposities en andere beek-gerelateerde archeologische resten, maar dit is een algemene verwachting voor veengronden. In deelgebied C is voor wat betreft de lagere en oorspronkelijk drassige zones sprake van een vergelijkbare situatie en verwachting. Voor wat betreft de hogere zones, is vanwege de aftopping van het pleistoceen, sprake van een lage kans op archeologische resten uit de periode van het LaatPaleolithicum B t/m Romeinse tijd. Deze aftopping is af te leiden uit de aanwezigheid van recente/historische ophogingen, die scherp op een C-/Cg-horizont liggen. </p><p>Voor wat betreft beide deelgebieden moet worden geconstateerd dat het archeologisch niveau grotendeels is vergraven (hogere delen van het landschap), dan wel dat het relatief laaggelegen en natte landschappelijke eenheden betreft. De percelen waar deelgebied D uit bestaat, zijn volledig geëgaliseerd. Door de ondiepe ligging van het Pleistoceen is daarbij de podzol volledig afgetopt. De dekzandrug in deelgebied D, die nog op het Bonneblad uit 1901 is te zien, blijkt te zijn afgeschoven in de lagere delen van het terrein. Hierdoor is de archeologische verwachting voor deze zone op alle perioden laag tot nihil. Er zijn behoudens enkele losse vondsten, geen archeologische indicatoren aangetroffen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2015-06-19



