five

Aanleg natuurvriendelijke oever Schouwen Oost en West 2e fase, gemeente Schouwen-Duiveland; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek Aanleg natuurvriendelijke oever Schouwen Oost en West 2e fase, gemeente Schouwen-Duiveland; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek

收藏
DataCite Commons2024-07-11 更新2024-07-13 收录
下载链接:
https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:347741
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van het Waterschap Zeeuwse Eilanden heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in april, mei en september 2005 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de aanleg van natuurvriendelijke oevers in Schouwen Oost en West in de gemeente Schouwen-Duiveland. Doel van dit onderzoek was eventueel aanwezige archeologische resten op te sporen en, voor zover mogelijk, een eerste indruk te geven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging ervan. Op basis van de gegevens van het onderzoek in de plangebieden Schouwen Oost (SDSO) en Schouwen West (SDSW), kan gesteld worden dat in beide plangebieden Afzettingen van Duinkerke (komafzettingen en geulafzettingen) op Hollandveen op Afzettingen van Calais voorkomen en in plangebied Schouwen West naast deze afzettingen ook Oude Duin- en Strandzanden. Er is geconstateerd dat het Hollandveen in bijna alle boringen niet meer intact is als gevolg van natuurlijke erosie door geulen en grootschalige veenafgravingen in de Middeleeuwen. Wat betreft Schouwen West en het noordelijke deel van het plangebied Schouwen Oost komt dit beeld niet goed overeen met de geologische opbouw die op de geologische kaart van Nederland wordt gesuggereerd. Als gevolg van moernering in de Middeleeuwen is het gehele gebied afgegraven en zijn eventuele Afzettingen van Duinkerke II verdwenen. Omdat er na de moernering geen sedimentatie meer in het gebied heeft plaatsgevonden, is het restant veen deels ondergeploegd of verteerd, zodat nog maar een zeer dun laagje veen overgebleven is dat vaak verrommeld is. Uit het bureauonderzoek blijkt dat beide onderzoeksgebieden (plangebieden en omgeving) tot aan de Nieuwe tijd praktisch onbewoond zijn geweest. Na de moernering heeft zich geen dik zand- of kleipakket meer gevormd in het landschap. Het restveen bleef aan de oppervlakte liggen, met direct daaronder de Afzettingen van Calais. Deze slappe, zandige klei biedt weinig bewonings- en ontginningsmogelijkheden. Tot aan de herverkavelingen in 1953 is dit zo gebleven. De archeologische resten die hier aanwezig geweest zouden kunnen zijn, zijn door het afgraven van veen (moernering) geheel verdwenen. Bij het karterend veldonderzoek zijn in beide plangebieden in totaal op 10 locaties aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten aangetroffen. Op 9 locaties betreft het oppervlaktevondsten en in één boring (boring 12) is een archeologische laag aangetroffen. In de plangebieden Schouwen Oost en Schouwen West is op vrijwel het gehele traject een systematische oppervlaktekartering uitgevoerd. Daarbij zijn in totaal op 9 locaties aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten aangetroffen. Hier zijn oppervlaktevondsten aangetroffen voornamelijk uit de Late Middeleeuwen en één fragment ruwwandig aardewerk uit de Romeinse tijd (zie tabel 2). Op één locatie, op vindplaats 25 (SDSW), is in boring 12 een archeologische laag met veel houtskool aangetroffen op een diepte van circa 1,3 m -Mv. Plangebied Schouwen Oost (SDSO) Op grond van het ontbreken van (duidelijke) aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten wordt ten aanzien van plangebied Schouwen Oost (SDSO) een aanvullend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Tijdens het onderzoek zijn onvoldoende aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van eventuele archeologische vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Na de herverkaveling in 1953 is het landschap bovendien sterk veranderd. Het cultuurhistorisch landschap is door de grote ruil- en herverkaveling als het ware vernietigd. Wegen zijn rechtgetrokken, vliedbergen genivelleerd, etc. Plangebied Schouwen West (SDSW) Op grond van het ontbreken van (duidelijke) aanwijzingen voor de aanwezigheid van intacte archeologische resten wordt ten aanzien van plangebied Schouwen West (SDSW) een aanvullend archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht op de vindplaatsen 31 en 58. Tijdens het onderzoek zijn onvoldoende aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van eventuele archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd op deze vindplaatsen. Na de herverkaveling in 1953 is het landschap sterk veranderd. Het cultuurhistorisch landschap is door de grote ruil- en herverkaveling als het ware vernietigd, doordat onder andere wegen werden rechtgetrokken en vliedbergen genivelleerd. Uit de boringen blijkt duidelijk dat de ondergrond binnen het plangebied op vele plaatsen reeds verstoord is geraakt. Voor vindplaats 25 wordt echter wel een vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Op deze vindplaats is in boring 12 een archeologische laag met veel houtskool aangetroffen op circa 1,3 m -Mv. Vindplaats 25 wordt in ARCHIS beschreven als een mogelijk middeleeuws nederzettingsterrein (huisplaats) dat op grond van oppervlaktevondsten ter plaatse gedateerd moet worden in de 11e tot 13e eeuw. Opmerkelijk is dat de archeologische laag enkel en alleen in boring 12 is aangetroffen. Desondanks bestaat de mogelijkheid dat deze laag verband houdt met de vermoedelijke middeleeuwse huisplaats. Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek wordt aanbevolen de graafwerkzaamheden op vindplaats 25 in plangebied Schouwen West archeologisch te laten begeleiden. Archeologische begeleiding houdt in dat er in overleg met de aannemer ruimte wordt gecreëerd om tijdens de bodemingrepen archeologische waarnemingen te verrichten zonder de voortgang van de werkzaamheden ernstig belemmeren. De archeoloog dient ten tijde van de graafwerkzaamheden doorlopend aanwezig te zijn en de afspraken dienen bij voorkeur in de bestekken te worden vastgelegd.

受泽兰群岛水务局委托,RAAP考古咨询事务所于2005年4月、5月及9月,针对斯豪文-迪夫兰登市斯豪文东岸与西岸的自然友好型河岸建设项目,开展了室内与勘察性田野考古调查。本调查的目标为排查区域内可能存在的考古遗存,并尽可能对其质量(完整性与保存状态)、性质、年代、范围及埋藏深度形成初步判断。 基于斯豪文东岸(SDSO)与斯豪文西岸(SDSW)规划区域的调查数据,可判定两处规划区内均存在发育于荷兰泥炭层之上的敦刻尔克沉积层(漫滩沉积与沟谷沉积);而斯豪文西岸规划区除上述沉积层外,还分布有古沙丘与海滩砂。经勘察发现,几乎所有钻孔中的荷兰泥炭层均已不再完整,这是中世纪沟谷自然侵蚀与大规模泥炭采掘共同作用的结果。就斯豪文西岸与斯豪文东岸北部区域而言,该地质情况与荷兰地质图所暗示的地质构造并不完全吻合。中世纪的泥炭垦殖活动已将整片区域挖掘殆尽,敦刻尔克II期沉积层也随之消失。由于泥炭垦殖后该区域未再发生沉积作用,残留泥炭层部分被翻耕或分解,仅余下极薄的一层且常混杂破碎。室内调查结果显示,两处调查区域(规划区及周边)直至近现代均几乎无人居住。泥炭垦殖后,区域内未再形成厚层砂质或黏土层。残留泥炭层直接覆于加来沉积层之上。 这种松软的砂质黏土几乎不具备居住与开发的条件。这一状况一直持续至1953年的土地重划工程。原本可能存在的考古遗存,因泥炭垦殖活动已完全消失。 在测绘性田野调查中,两处规划区内共计10处点位被发现存在考古遗存线索。其中9处为地表采集遗物,另有1处钻孔(钻孔12)发现了考古地层。 在斯豪文东西两岸规划区内,几乎全区域开展了系统性地表测绘调查,共计9处点位被发现存在考古遗存线索。上述点位的地表采集遗物主要来自中世纪晚期,另有1件罗马时期粗壁陶器残片(详见表2)。在点位25(SDSW)的钻孔12中,于约1.3米(地面以下)处发现了富含木炭的考古地层。 斯豪文东岸规划区(SDSO):鉴于未发现明确的考古遗存线索,且本次调查未获取足够证据证明存在中世纪晚期与近现代的考古遗址,同时1953年土地重划后区域景观发生了剧烈变化,因此认为无需对斯豪文东岸规划区开展补充考古调查。此次大规模土地交换与重划工程彻底破坏了原有文化景观:道路被拉直,防洪堤被夷平,等等。 斯豪文西岸规划区(SDSW):点位31与58未发现明确的完整考古遗存,因此认为无需对该两处点位开展补充考古调查。本次调查未获取足够证据证明上述点位存在中世纪晚期与近现代的考古遗存,且1953年土地重划后区域景观发生了剧烈变化,原有文化景观因道路拉直、防洪堤夷平等工程措施被彻底破坏。钻孔结果显示,规划区内多处区域的地下土层已遭到严重扰动。 但点位25需开展后续调查。在该点位的钻孔12中,于约1.3米(地面以下)处发现了富含木炭的考古地层。点位25在ARCHIS数据库中被描述为一处疑似中世纪住宅址,根据地表采集遗物可将其年代判定为11至13世纪。值得注意的是,该考古地层仅在钻孔12中被发现。尽管如此,该地层仍有可能与疑似中世纪住宅址存在关联。 基于室内调查与田野调查的结果,建议对斯豪文西岸规划区点位25的土方工程开展考古监理。考古监理指与施工方协商预留作业空间,以便在土方作业过程中开展考古观测,且不会严重阻碍施工进度。考古人员需全程在场参与土方作业,相关约定应优先在工程招标文件中予以明确。
提供机构:
Data Archiving and Networked Services (DANS)
创建时间:
2024-07-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务