Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Westvlietweg naast nr. 71 te Den Haag, Gemeente Den Haag
收藏DANS Data Station Archaeology2016-08-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZDJ-TAHH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van Schoutenbouw een archeologisch bureauonderzoek en een bouwdossieronderzoek uitgevoerd voor de geplande ontwikkeling van een bedrijfsverzamelgebouw met 10 eenheden aan de Westvlietweg te Den Haag, gemeente Den Haag.</p><p>Het perceel waarop de ontwikkeling plaatsvindt, is momenteel in gebruik als parkeerterrein, nadat voor 1995 de aanwezige bebouwing (een voormalige houthandel) is gesloopt. Het te ontwikkelen terrein heeft een oppervlakte van 1.572 m². De bodem wordt door de nieuwe fundering verstoord tot op een maximale diepte van 0,80 m-mv. Tevens wordt er een bodemverstoring veroorzaakt door de aanleg van kabels en riolering tot op een, voor deze rapportage aangenomen aanlegdiepte van minimaal 0,80 m-mv.</p><p>Het plangebied heeft in de Verordening Vlietzone een dubbelbestemming Waarde - Archeologie met de bepaling in het paraplubestemmingsplan Archeologie dat bij een verstoring van meer dan 50 m² en dieper dan 0,5 m de archeologische waarde in voldoende mate vastgesteld dient te worden om te kunnen bepalen of er voorwaarden aan de vergunning moeten worden verbonden. De gemeente heeft de ontwikkeling beoordeeld en geconstateerd dat bij de aanleg van fundering de toegestane verstoringsgrenzen worden overschreden. Aan een vergunningsaanvraag wordt daarom de voorwaarde verbonden dat de archeologische waarde van het plangebied door middel van archeologisch onderzoek moet worden vastgesteld.</p><p>Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat in de diepere ondergrond van het plangebied sprake is van een Vlakte van getij-afzettingen op een getijdegeul. Er bestaat een verhoogde trefkans op archeologische vindplaatsen vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd.</p><p>Door de bouw- en sloopwerkzaamheden van de voormalige bebouwing die tussen 1911 en 1995 is gerealiseerd voor o.a. de NV Voorburgse Houthandel en de daarop volgende bodemsanering is de grond in het plangebied geroerd tot een verwachtte diepte van minimaal 1m-mv (leeflaag) en maximaal 4m-mv. Hierbij is een groot deel van de te verwachten archeologisch relevante spoorniveaus reeds verdwenen. Bovendien beperkt de geplande bodemingreep zich tot 80 cm onder het huidige maaiveld. Dit is minder dan de diepte van de verstoring door de in 1995 uitgevoerde sloop van de bebouwing en de in 2008/2009 uitgevoerde bodemsanering. De geplande nieuwbouw vindt dus plaats in reeds geroerde grond.</p><p>Selectieadvies De nieuwe ontwikkeling leidt niet tot nieuwe en/of diepere verstoringen van de bodem en de te verwachten potentiële archeologisch waardevolle niveaus worden niet bedreigd omdat ze buiten het bereik liggen van de te plegen bodemverstoring. Een onderzoek naar de mate van intactheid van de bodem en eventuele aanwezige archeologische niveaus wordt daarom niet noodzakelijk geacht.</p><p>Bij twijfel over de mate van verstoring van de bodem kan ervoor gekozen worden om een verkennend booronderzoek uit te voeren, waarbij minimaal 5 boringen verspreid over het plangebied worden gezet tot een maximale diepte van 130 cm-mv (50 cm onder de maximale verstoringsdiepte).</p><p>Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. </p><p>Selectiebesluit De resultaten en aanbevelingen uit deze rapportage zijn getoetst door het bevoegd gezag, gemeente Den Haag. De afdeling Archeologie heeft het bureauonderzoek beoordeeld op 14 juli 2016. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie. </p><p>Op basis hiervan heeft het bevoegd gezag op 22-07-2016 een selectiebesluit genomen waarbij het selectieadvies d.w.z. geen vervolgonderzoek wordt overgenomen. Er behoeven geen controle boringen te worden gezet. Vanuit archeologie zullen er dus geen voorwaarden aan de omgevingsvergunning worden gesteld. Hiermee is de archeologische waarde, conform de eis van het bestemmingsplan, in voldoende mate vastgesteld.</p><p>Dit rapport kan samen met de brief van het selectiebesluit worden ingediend bij de aanvraag omgevingsvergunning. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2016-09-01



