Bergeijk Waterlaat 6. Een nederzetting uit de ijzertijd. Opgraving
收藏DANS Data Station Archaeology2013-06-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X7F-29UN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>BAAC bv (onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie) te ‘s-Hertogenbosch heeft tussen 14 en 29 november 2011 een opgraving uitgevoerd in het plangebied Waterlaat 6 in Bergeijk. Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van de bebouwde kom van Bergeijk. Het gebied heeft een waardering als gebied met hoge archeologische waarden gekregen op basis van archeologisch onderzoek dat in 2001 door het AAC (nu Diachron) op het naastgelegen Waterlaat 5 is uitgevoerd. Hierbij zijn nederzettingssporen en sporen van begraving uit de vroege- tot en met de late-ijzertijd aangetroffen. In 2009 is in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door de ACVU-HBS. Hierbij zijn vier vindplaatsen met sporen van bewoning uit de ijzertijd onderscheidden (vindplaats A – D) en één vindplaats met sporen van verkaveling en landinrichting uit de periode late middeleeuwen tot nieuwe tijd. De vindplaatsen met ijzertijdsporen zijn als behoudenswaardig aangemerkt, en dit advies is door de gemeente Bergeijk overgenomen. De gemeente Bergeijk heeft plannen om het industrieterrein Waterlaat uit te breiden. De realisatie van nieuwbouw zal gepaard gaan met bodemverstorende activiteiten waardoor de archeologische resten gevaar lopen. De gemeente Bergeijk heeft daarom op advies van de SRE Milieudienst besloten dat de archeologische resten die tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn aangetroffen, veiliggesteld dienen te worden. Het onderzoek heeft op vindplaats A sporen opgeleverd van bijgebouwen uit de ijzertijd, mogelijk uit de late ijzertijd. Ook zijn hier verschillende kuilen uit dezelfde periode aangetroffen. Uit de nieuwe tijd is een bundel karrensporen gedocumenteerd. Op vindplaats B is één werkput aangelegd met daarin voornamelijk natuurlijke sporen. Eén diepe kuil met aardewerk kan in de ijzertijd worden gedateerd. Op vindplaats D zijn de meeste bewoningssporen aangetroffen. Het gaat om drie huisplattegronden uit de ijzertijd, mogelijk allen uit de midden-ijzertijd, die na elkaar op vrijwel dezelfde locatie hebben gestaan. Daaromheen zijn sporen aangetroffen van 23 bijgebouwtjes, een palenzwerm waarin geen afzonderlijke structuren te herkennen zijn, een waterkuil, een erfgreppel en verschillende losse kuilen. Verder is een grote hoeveelheid handgevormd aardewerk aangetroffen. Uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd komen twee perceelsgreppels, waarvan één op de kadastrale kaart van 1832 staat aangegeven. Ook zijn enkele kuilen uit die periode aangetroffen.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2013-07-01



