Biervliet Braakmanlaan-Kloosterstraat Biervliet Braakmanlaan-Kloosterstraat. Gemeente Terneuzen. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen en vondstmelding waterput
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-x9n-r8y9
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in januari-februari 2015 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen een plangebied op de hoek van de Kloosterstraat en de Braakmanlaan te Biervliet, gemeente Terneuzen. De aanleiding tot het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever om het plangebied te verkavelen en 6 nieuwe bouwvlakken ten behoeve van woningbouw in te richten. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijzigingsprocedure. Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens werd in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Er kon samengevat gesteld worden dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt op het aantreffen van vindplaatsen uit de vroege prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Enkel voor de periode tussen het Neolithicum en de Bronstijd is er een lage verwachting op archeologische resten in verband met de veengroei die dan in het plangebied plaats vindt, waardoor het vermoedelijk te vochtig is voor permanente bewoning.De archeologische verwachting in het plangebied is voornamelijk hoog voor de periode van de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Reeds vanaf de vroegste geschiedenis van Biervliet heeft het plangebied wellicht deel uitgemaakt van de nederzettingskern. Het terrein ligt in de periferie van de OLV-kerk, op de plaats waar zeker vanaf 1445 het vrouwenklooster Emmaüs en een bijbehorend gasthuis mag worden verwacht. De hoge archeologische verwachting wordt bovendien onderstreept door de vondst van een laatmiddeleeuwse waterput, bij de sanering van twee ondergrondse stookolietanks in het plangebied. Deze waterput werd opgegraven. Het aardewerk in de vulling van deze waterput dateert uit de late 14de eeuw of vroege 15de eeuw, waardoor de waterput in deze periode mogelijk in gebruik kan zijn geweest. De waterput kan dus worden geïnterpreteerd als onderdeel van het klooster of het gasthuis, maar dit is absoluut niet zeker. Mogelijk behoorde deze put tot een oudere stedelijke structuur of ander, nog onbekend, religieus complex. In ieder geval toont de inhoud van de put enkele aspecten van het dagelijkse leven in het laat 14de-eeuwse Biervliet. Zo is er keukenafval aangetroffen, maar ook indicaties die verwijzen naar het verwerken van textiel en het telen van consumptiegewassen in de nabijheid van deze put.Vanaf de late 16de eeuw werd dit deel van de stad verlaten en werd de nieuwe, gebastioneerde vesting ten noorden van het plangebied aangelegd. Het plangebied werd pas opnieuw ingericht in de tweede helft van de 20ste eeuw. Deze inrichting hield in dat ter plaatse van het plangebied een garage met loodsen en een tankstation werd gebouwd. Deze gebouwen zijn recent gesloopt. Grootschalige verstoring van het bodemarchief wordt ter plaatse van het plangebied niet verwacht, behalve ter plaatse van het voormalige tankstation, waar de bodem tot 3 meter diep is gesaneerd.Dit verwachtingsmodel werd getoetst aan de hand van zeven controleboringen om de bodemopbouw en diepteligging van de verschillende niveaus te bepalen. Er werd ook gekeken naar de bodemgesteldheid en eventuele verstoringen in het plangebied. Binnen het plangebied werden in alle boringen verschillende laatmiddeleeuwse ophooglagen aangeboord. Op basis van deze ophooglagen is het plangebied op te delen in twee delen. In het westelijke deel van het plangebied zijn de ophooglagen beduidend dikker en onderin ook vaak sterk humeus tot venig. De oorzaak van het verschil in dikte van de antropogene ophooglagen tussen beide zones kan op basis van dit booronderzoek niet worden verklaard. Bij de meeste boringen liggen de antropogene ophooglagen op afzettingen van het Laagpakket van Walcheren. De top van dit Laagpakket bevindt zich, afhankelijk van het aanwezige ophoogpakket, tussen 0,55 en 2,45 meter –mv (1,12 meter +NAP en 0,82 meter –NAP). In vier boringen is onder de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren een dunne doch intacte veenlaag aangeboord. Deze kan gerekend worden tot de Formatie van Nieuwkoop. De top van het veen is in deze boringen vastgesteld op een diepte tussen 2 en 2,75 meter –mv (0,38 en 1,15 meter –NAP).In de boringen waar ook het veen aanwezig was, kon ook een intacte top van het dekzand worden aangetroffen. De intacte dekzandtop is vastgesteld op een diepte tussen 2,6 en 2,87 meter –mv (0,98 en 1,27 meter –NAP). In twee boringen zonder aanwezige veenlaag is eveneens dekzand waargenomen, maar het veen was hier geërodeerd of afgegraven. De erosie van het dekzandniveau is hier echter zeer beperkt. In alle boringen zijn in de antropogene ophooglagen verschillende fragmenten baksteen, kalkmortel, aardewerk, houtskool en organisch materiaal vastgesteld. Deze indicatoren liggen in lijn met wat men zou verwachten in middeleeuwse en postmiddeleeuwse stedelijke context. Opvallend voor dit plangebied is wel dat twee boringen (boringen 3 en 5) op relatief grote diepte zijn gestuit op een massief gegeven. Dit is in de boringen geïnterpreteerd als hout. Het zou hier kunnen gaan om resten van houten palen, ofwel bevinden zich hier van nature boomstammen in het veen. Boring 3 is gestuit op 2,75 meter –mv (1,12 meter –NAP) in een matig humeus kleipakket (Lp. van Walcheren). Boring 5 is afgebroken op 2,75 meter –mv (0,51 meter –NAP). Op deze diepte is hier een veenlaag vastgesteld (Hollandveen Lp.). De resultaten van het booronderzoek bevestigen over de volledige lijn het opgestelde gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel. De verwachtingswaarden zoals toegekend op basis van het bureauonderzoek kunnen dus worden gehandhaafd. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat de Formatie van Koewacht niet is aangeboord en dat de hoge verwachting hier dan ook gehandhaafd blijft. De resultaten van de bureaustudie en de verkennende boringen onderstrepen, behoudens ter plaatse van de saneringslocatie, de gaafheid van het aanwezige bodemarchief in het plangebied. Daarnaast bevestigt het veldonderzoek eveneens de hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Deze vindplaatsen kunnen worden aangetroffen in de top van de afzettingen behorende tot het Laagpakket van Walcheren en de antropogene ophooglagen. Deze lagen bevinden zich direct onder de huidige toplaag.
创建时间:
2024-01-31



