five

Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (3232.001) Prins Hendriklaan 26 te Blaricum

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-09-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XC3-45GD
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting voor het voorkomen van archeologische resten uit de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied op een relatief hoog deel van de stuwwal ligt. Deze gebieden hadden een gunstige ligging had voor Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor Landbouwers waren de stuwwallen gunstige bewoningslocaties. Het stuwwalgebied vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen en resten van menselijke activiteit zijn waargenomen uit vooral het Neolithicum en de Bronstijd, waarbij uit de laatste periode fragmenten Drakenstein- en Hilversum-aardewerk. De resten zijn voornamelijk aangetroffen op de langer gelegen flanken van het stuwwallengebied, binnen de daluitspoelingswaaiers/smeltwaterwaaiers. Voor de periode Nieuwe tijd wordt de verwachting laag geacht. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat het plangebied aan het begin van de 19e eeuw deel uitmaakte van een uitgestrekt gebied woeste gronden. Hierdoor is er geen aanleiding om restanten van een historisch erf te verwachten. Het huidige villaterrein is pas aan het begin van de 20e eeuw ontstaan.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit gestuwde afzettingen, behorend tot de Formatie van Drente. In deze mineralogisch rijke afzettingen heeft zich van nature een holtpodzolprofiel gevormd, ook wel aangeduid als een bruine bosgrond. Binnen het merendeel van het plangebied is het natuurlijk bodemprofiel reeds verstoord tot minimaal de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper. De verstoringen zullen zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt tijdens de bouw van de reeds gesloopte villa dan wel de voorloper ervan (het villaterrein is ontstaan aan het begin van de 20e eeuw). Alleen in het uiterst zuidelijke deel van het plangebied is het van nature gevormde holtpodzolprofiel nog intact aanwezig. </p><p>Het opgeboorde materiaal binnen het gehele plangebied heeft geen archeologische resten opgeleverd die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Antropogene resten zijn alleen zijn alleen ter plaatse van boring 2 en 9 in de bovenste meter van de geroerde/verstoorde lagen grond aangetroffen, in de vorm van resten recent bouwpuin. Ter plaatse van boring 9 (toegang tot het terrein) gaat het duidelijk brokken/resten puin die zijn aangebracht als halfverhardingslaag. Deze resten zijn vanuit archeologisch oogpunt niet relevant. De resultaten stemmen daarmee niet overeen met de verwachting. </p><p>Conclusie<br>Voor het plangebied kan geconcludeerd worden dat de archeologische verwachting voor alle perioden laag is. Omdat de natuurlijke bodemopbouw binnen het merendeel van het plangebied verstoord is, en er in de boringen geen archeologische indicatoren bij het onderzoek zijn aangetroffen, wordt in het plangebied geen archeologische vindplaats meer verwacht.</p><p>Advies<br>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. De natuurlijke bodemopbouw is binnen het merendeel van het plangebied verstoord tot minimaal de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper. Tevens zijn in géén van de boringen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Blaricum (de heer R. de Jong) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-13
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务