five

Tiendweg 2 te Naaldwijk, gemeente Westland

收藏
DataCite Commons2026-01-12 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/EOJHOG
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Dijckerhoek Projectontwikkeling BV en in samenwerking met ArcheoWest heeft ADC ArcheoProjecten in maart en april 2025 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Tiendweg 2 te Naaldwijk, gemeente Westland. De aanleiding voor het onderzoek was aanvankelijk de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing gevolgd door de nieuwbouw van een kantoorpand. Naderhand zijn de plannen gewijzigd en zal op de vrijkomende gronden een weg worden aangelegd. Het ontwerp van deze weg is nog niet bekend. Deze ontwikkeling betreft een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Uit de aardkundige gegevens blijkt dat het plangebied deel uitmaakte van een marien getijdengebied. De ondergrond bestaat naar verwachting uit afzettingen van de Oer-Gaaglaag gevolgd door dek- of eventueel geulafzettingen van de Gantellaag met daarop dekafzettingen van de Laag van Poeldijk. In en op de afzettingen van de Gantellaag moet aan de hand van gegevens uit gravend archeologisch onderzoek in het aangrenzende gebied Hoogeland rekening worden gehouden met archeologische resten uit de Late IJzertijd en met name de Romeinse tijd. Hiervoor geldt een hoge archeologische verwachting. Het archeologisch niveau zal zich manifesteren als een vegetatiehorizont in de top van de Gantellaag. Op basis van profielopnames op de aangrenzende ISW-locatie kan dit niveau op 0,70 à 0,90 m onder het oorspronkelijke maaiveld (vóór de aanleg van bebouwing) worden aangetroffen. Voorwaarde is dat de top van de Gantellaag niet is geërodeerd of is opgenomen in de Laag van Poeldijk. Eventuele resten zullen gezien de landschappelijke ligging waarschijnlijk uit verkavelingssporen bestaan. Nederzetingssporen zijn vanwege het natte landschap in het verleden minder waarschijnlijk. Wel dient in het oostelijk deel van het plangebied rekening te worden gehouden met een (deels) gegraven waterloop, die onderdeel uitmaakte van het kanaal van Corbulo. Aangenomen wordt dat bij de aanleg ervan gebruik is gemaakt van het riviertje de Vliet. Eventuele overblijfselen zullen bestaan uit een kleiige vulling en resten van beschoeiing in de vorm van palen en vlechtwerk. De verwachting voor resten uit de Vroege Middeleeuwen tot en met de eerste helft van de 12e eeuw wordt als laag ingeschat. Indien aanwezig zullen zij waarschijnlijk bestaan uit sporen van greppels of sloten en zich op hetzelfde niveau bevinden als de vindplaatsen uit de Late IJzertijd of Romeinse tijd. Hoewel het plangebied zich aan een doorgaande weg (Lange Broekweg) bevindt, worden op basis van oude kaarten, waaronder de kaart van het hoogheemraadschap van Delfland (1712), geen bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd verwacht. Het plangebied was achtereenvolgens in gebruik als bouwland, weiland/grasland en tuinbouw onder glas. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw werd het plangebied in gebruik genomen als bedrijfsterrein en werd het huidige bedrijfspand gerealiseerd. Als gevolg van het ophogen van het maaiveld en graafwerkzaamheden ten behoeve van aanleg van funderingen, kabels, leidingen en brandstoftanks moet rekening worden gehouden met verstoringen. Met name in het westelijk deel waar zich de brandstoftanks bevinden zal sprake zijn van diepe verstoringen. Om bovenstaande verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wijst uit dat de ondergrond van het plangebied hoofdzakelijk wordt gevormd door kleiige getijdenafzettingen. Deze zijn samengesteld uit de afzettingen van de Gantellaag, met in de boringen 1, 3 en 4 die in het westelijk deel zijn verricht een vegetatiehorizont, gevolgd door de afzettingen van de Laag van Poeldijk die ten tijde van inbraken van de zee in de 12e eeuw zijn ontstaan. De afzettingen van de Laag van Poeldijk gaan op hun beurt over in een 30 tot 95 cm dikke bouwvoor. Deze wordt afgedekt door een laag/pakket bouwzand waarop staatwerk is aangebracht. De vegetatiehorizont die in de boringen 1, 3 en 4 op 185 tot 200 cm -mv (circa 1,75 tot 1,85 m - NAP) in de top van de Gantellaag is aangetroffen, wordt geïnterpreteerd als een oud loopvlak uit de Romeinse tijd of vlak erna. In de overige boringen is dit niveau, vermoedelijk als gevolg vanmariene erosie bij de vorming van de bovenliggende afzettingen van de Laag van Poeldijk, niet (meer) aanwezig. Op basis van het veldonderzoek kan in het westelijk deel van het plangebied de hoge verwachting voor het aantreffen van resten uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd worden gehandhaafd. In het oostelijk deel dient deze verwachting naar laag te worden bijgesteld. Evenmin zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van het kanaal van Corbulo. Indien deze door het plangebied heeft gelopen, dient het tracé in het uiterste oosten te worden gezocht. Hier zijn echter als gevolg van de aanwezigheid van gebroken puin geen boringen gezet. Het is echter aannemelijk dat eventuele overblijfselen bij de verbreding van het watergang in de jaren tachtig van de vorige eeuw verloren zijn gegaan. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling op voorwaarde dat in het westelijk deel van het plangebied geen bodemingrepen dieper dan 1,40 m +NAP (hoogste voorkomen mogelijk Romeins niveau inclusief een buffer van 35 cm) plaatsvinden en de funderingspalen niet dieper dan genoemde diepte worden afgeknipt. Indien niet aan bovengenoemde voorwaarden kan worden voldaan, wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (IVO-P) geadviseerd. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de aanwezigheid van archeologische resten alsook de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). In het oostelijk deel van het plangebied wordt ongeacht de diepte van de bodemingrepen geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Westland
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-08
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作