five

Veldhoven Diverse WILG inrichtingsplan Winterle-Oerle Booronderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XQW-M9Q6
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied WILG inrichtingsplan Wintelre-Oerle in de gemeenten Veldhoven en Eersel. In het plangebied, dat is opgedeeld in 18 deelgebieden, zullen nieuwe natuur en ecologische verbindingszones worden gerealiseerd. Voor deze activiteiten moet de initiatiefnemer een omgevingsvergunning aanvragen.<br>In 2003 is door Verhoeven voor het plangebied een bureauonderzoek uitgevoerd. Vervolgens is een aantal percelen onderzocht door middel van een extensief veldonderzoek in de vorm van een oppervlaktekartering en een booronderzoek. Dit had als doel alle in het gebied aanwezige bodemkundige en landschappelijke eenheden te karteren op het voorkomen en de aard van archeologische resten. Op basis van de resultaten is een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart vervaardigd.<br>De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart werd echter door de gemeenten Eersel en Veldhoven volgens de huidige stand kennis als verouderd en te beperkt beschouwd. Daarom is een actualisatie van het bestaande bureauonderzoek uitgevoerd. Hierbij is onder andere op perceelsniveau gekeken op historische kaarten, zijn Archismeldingen daterend van na 2003 geïnventariseerd en is de ontgrondingenkaart van de provincie opgenomen. Dit heeft, met uitzondering van de percelen waar ontgrondingen hebben plaatsgevonden, niet geleid tot aanpassing van het verwachtingsmodel. Deelgebied 8 viel in 2003 buiten het bureauonderzoek. Op basis van de bodemopbouw wordt aan dit perceel een hoge verwachting toegeschreven.<br>Het verwachtingsmodel uit 2003 is opgesplitst in een verwachting voor jagers-verzamelaars en voor landbouwers. Gesteld kan worden dat de sterke voorkeur voor gradiëntzones in het landinrichtingsgebied bepalend is voor de verspreiding van vindplaatsen van jagersverzamelaars.<br>De vindplaatsen komen vooral op laarpodzolgronden voor, maar ook op veldpodzolgronden en zwarte enkeerdgronden. Voor de landbouwers dient onderscheid gemaakt te worden tussen nederzettingen en graven. Over niet-economische motieven, zoals begrafenisrituelen, is weinig bekend, zodat ze niet gebruikt kunnen worden in verwachtingsmodellen. Daarom zijn graven/grafvelden niet meegenomen in het model. Op één uitzondering na (gooreerdgrond) liggen alle nederzettingen onder esdekken. De archeologische verwachting voor de overige bodemeenheden is laag.<br>Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek blijkt dat de ondergrond in hoofdzaak bestaat uit zwak siltig, matig fijn dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Boxel Formatie). Plaatselijk komen zwak grindhoudende, grovere zandlagen en leemlagen voor. In een aantal deelgebieden zijn in de top van het dekzand restanten van podzolbodems in de vorm van een uitspoelingshorizont (Ehorizont), humusinspoelingshorizont (Bh-horizont) en een overgangshorizont (BC-horizont) vastgesteld. De bovengrond wordt gevormd door een plaggendek. Deze zones worden als kansrijk beschouwd voor prehistorische vindplaatsen. Elders is sprake van door grondbewerking verstoorde of afgetopte bodemprofielen.<br>Voor de zones met podzoldbodems zijn adviseert ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. De proefsleuven dienen aangelegd te worden in de delen die vergraven worden. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).<br>Voor de zones met afgetopte of verstoorde bodemprofielen adviseert ADC ArcheoProjecten deze vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen de onderzochte gebieden toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.<br>Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.</p>
创建时间:
2012-06-07
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务