five

Dijkverbetering Het Gein, gemeente De Ronde Venen; archeologisch onderzoek: een Dijkverbetering Het Gein, gemeente De Ronde Venen; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding

收藏
DANS Data Station Archaeology2015-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2BA-JUKD
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Waternet heeft RAAP in september 2014 en in maart 2015 een archeologische begeleiding uitgevoerd. Het onderzoek was nodig in verband met de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de dijkverbetering langs de rivier Het Gein, tussen Abcoude en Driemond in de gemeente De Ronde Venen. In 2006 is voor het traject Driemond-Velterslaan (dit is het noordelijke deel van het gehele traject Driemond-Abcoude) een bureauonderzoek uitgevoerd en hier opvolgend een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen om de 25 m (Akkerman, 2006). Ter hoogte van de erven is geen booronderzoek uitgevoerd. Er zijn bij het veldonderzoek zeven verhoogde huisplaatsen en vier locaties met antropogene lagen aangetroffen (in totaal elf vindplaatsen). In 2011 is ook voor het traject Velterslaan-Spoorlijn (dit is het zuidelijke deel van het gehele traject Driemond- Abcoude) een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd (Feiken & Nales, 2011). Tijdens dit onderzoek zijn langs het Gein nog eens tien vindplaatsen aangetroffen. Het gaat om zes vindplaatsen met indicatoren uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd in oeverafzettingen, drie vindplaatsen met indicatoren uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd in terplagen en een vindplaats met indicatoren uit de Nieuwe tijd in de bouwvoor en in een puinlaag gelegen op oeverafzettingen. In totaal is hiermee in het plangebied sprake van 21 vindplaatsen. Op tien locaties langs Het Gein zijn de graafwerkzaamheden begeleid. Sommige delen zijn passief begeleid (een archeoloog liep achteraf de ontgraving na) en sommige delen zijn actief begeleid (de archeoloog was bij de graafwerkzaamheden aanwezig). Op vier locaties zijn cultuurlagen (donkere lagen met bijvoorbeeld houtskool, aardewerk en/of bouwmateriaal) aangetroffen, waarvan op drie locaties de laag dateerbaar aardewerk bevatte. Op één locatie is een mogelijke cultuurlaag aangetroffen (deze bevatte alleen houtskool). Bij één locatie is sprake van een relatief dik pakket met vondsten en puin; hier is vermoedelijk sprake van een ophogingspakket. Twee van de zes locaties waren bij het vooronderzoek reeds als vindplaats aangemerkt, de overige vier kunnen worden beschouwd als nieuwe vindplaatsen. Op basis van het aangetroffen aardewerk dateren de vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd (met name Nieuwe tijd B: 1650-1850 na Chr.). De resultaten van de begeleiding wijzen erop dat bij de zones A, B, J, K, L en M rekening moet worden gehouden met (behoudenswaardige) archeologische resten in aangrenzende gebieden buiten het plangebied. Daarom wordt aanbevolen archeologisch onderzoek uit te voeren indien ontwikkelingsplannen voor aangrenzende gebieden worden voorgenomen. Het zal dan in eerste instantie gaan om bureau- en booronderzoek, bedoeld om zowel begrenzingen van bekende vindplaatsen als eventuele nieuwe vindplaatsen in kaart te brengen. Afhankelijk van de uitkomsten van dat onderzoek kan meer onderzoek plaatsvinden. Tevens wordt aanbevolen om bij het opstellen van toekomstige Programma’s van Eisen (PvE’s) in vergelijkbare situaties (een lintvormige ingreep en dus lijnvormig plangebied) de strategie voor het archeologisch veldwerk te beperken tot het plangebied. Hoewel het wenselijk is om niet alleen informatie te hebben over dat deel van de vindplaatsen dat wordt doorsneden, maar een beter beeld van de omvang/verspreiding van de resten te krijgen, is gebleken dat het praktisch niet uitvoerbaar is om hiervoor boringen te zetten in aangrenzende gebieden buiten het plangebied.</p>
创建时间:
2016-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务