five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Loolaan tussen 55B en 59 te Apeldoorn

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-10-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZHM-VMAQ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Van Berlo Ontwikkeling BV heeft archeologisch onderzoeksbureau Archeodienst BV een bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O(verig); booronderzoek) uitgevoerd in het plangebied aan de Loolaan tussen 55B en 59 in Apeldoorn (gemeente Apeldoorn, Fig. 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de nieuwbouw van een woning. Door de graafwerkzaamheden die nodig zijn voor de nieuwbouw kunnen eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische resten verloren gaan.</p><p>Op basis van het onderzoek kunnen in het plangebied begravingsresten uit de periode Neolithicum – IJzertijd worden verwacht. Mogelijk zijn ook bewoningssporen uit deze periode aanwezig, die geassocieerd kunnen worden met de begravingen en sporen uit latere perioden. Hoewel uit het booronderzoek is gebleken dat het bovenste deel van het archeologische bodemarchief is verdwenen, kunnen diepere grondsporen nog aanwezig zijn. Concreet kan dit betekenen dat grondsporen die samenhangen met de grafheuvel uit het Laat-Neolithicum – Bronstijd kunnen zijn verdwenen. Een grotere kans bestaat op restanten van kringgreppels van het urnenveld en dieper ingegraven urnen.</p><p>Omdat de exacte inrichting van het terrein nog niet bekend is, is ook nog onduidelijk in welke zones de bodem zal worden verstoord en tot welke diepte. Op de locatie zal een woning worden gebouwd en zullen bomen worden gerooid. Ter plaatse van de bomen zelf zal het archeologische niveau zijn verstoord. Een deel van de uitgebreide wortelstelsels kan goed onder het archeologische niveau zijn doorgegroeid, waarbij de eventuele archeologische resten intact zijn gebleven. Bij het rooien van de bomen en het verwijderen van het wortelstelsel kunnen deze resten alsnog verloren gaan. Wanneer de uiteindelijke plannen duidelijk zijn en ook de werkwijze met betrekking tot bomen bekend is, kan aan de hand van de advieskaart bepaald worden of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. Op de advieskaart staat de diepteligging van het archeologische niveau aangegeven (Fig. 4.1). Wanneer de bodem door de werkzaamheden dieper wordt verstoord dan het archeologische niveau, zal vervolgonderzoek noodzakelijk zijn.</p><p>Hoewel nog niet duidelijk is of vervolgonderzoek noodzakelijk is, wordt hier alvast een voorstel gedaan voor de methode van het onderzoek. De gebruikelijke volgende stap is een proefsleuvenonderzoek. Een ‘conventioneel’ proefsleuvenonderzoek met werkputten van ca. 4 m breed en 20 tot 30 m lang is vanwege de bomen die op het terrein staan niet mogelijk. Een voorstel is om voorafgaand aan de werkzaamheden verspreid over het terrein tussen de bomen kleine kijkgaten te graven om vast te stellen of archeologische resten aanwezig zijn. Een andere mogelijkheid is om het rooien van de bomen onder archeologische begeleiding (protocol proefsleuven) uit te voeren, waarbij de aanwezigheid van archeologische resten wordt vastgesteld. Voor het gravende onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het onderzoek vastgelegd.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2014-07-25
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务