five

Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek verkennende en karterende fase (booronderzoek) Empese en Tondense Heide te Empe. Gemeente Brummen.

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-10-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/FSZURP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
KSP Archeologie heeft een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase uitgevoerd voor 11 locaties binnen het plangebied Empese en Tondense Heide (gemeente Brummen). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de herinrichting van het gebied naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek. Voor deelgebied Blaarsloot is na het bureauonderzoek geen vervolgonderzoek noodzakelijk, dus dit deelgebied maakt geen onderdeel uit van het onderzoeksgebied voor het booronderzoek. In het bureauonderzoek zijn in de deelgebieden Veldbeek Noord en Zuid op basis van de archeologische verwachting en de geplande bodemingrepen in totaal 9 locaties geselecteerd voor het vervolgon¬derzoek door middel van boringen. Onlangs is een nieuwe maatregelenkaart verschenen op basis waarvan het aantal onderzoekslocaties is uitgebreid naar in totaal 11 locaties. Dit verkennende en karterende booronderzoek is uitgevoerd om de verwachting te toetsen. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolbodem in een groot deel van onderzoeksgebied is verstoord. Er heeft op grote schaal bodembewerking plaatsgevonden tot gemiddeld 50 cm beneden maaiveld. Op de terreindelen waar de bodem is verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Alleen ter plaatse van locatie B is een deels intact archeologisch bodemarchief aanwezig. Er zijn echter geen indicatoren in het onderzoeksgebied aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. De inschatting is dat de bodem is bewerkt tot in de top van de C-horizont, waardoor naar schatting de bovenste 10 tot 20 cm van de C-horizont is verdwenen. Dit betekent dat het bovenste deel van het potentiële archeologische sporenniveau is aangetast. Van diepere grondsporen zoals greppels of water¬putten kunnen nog restanten in de bodem liggen. Op sommige terreindelen reikt de bodemverstoring dieper tot 70 – 100 en zal vrijwel het gehele sporenniveau zijn verdwenen. Vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren en het aangetaste archeologische bodemarchief wordt de verwachting voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) op laag gesteld. Op grond van de grootschalige bodembewerking die in het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden en het ontbreken van archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats is voor grote delen van het onderzoeksgebied geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Op twee locaties blijft de verwachting zoals die in het bureauonderzoek is gesteld gehandhaafd. De eerste betreft een deel van locatie H, waar een sterk humeuze tot venige bodemlaag is aangetroffen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt ook een deel van locatie E bij deze verwachtingszone getrokken. Vanaf 50 cm beneden maaiveld geldt hier een hoge verwachting voor off-site sporen uit het Mesolithicum. Op locatie H zal in deze zone de bouwvoor worden verwijderd (maximaal 30 cm). Dit betekent dat het archeologische bodemarchief in de ondergrond behouden zal blijven. Op basis van de diepte van de geplande bodemingreep wordt voor locatie H geen vervolgonderzoek geadviseerd. Op locatie E zal een watergang, de nieuwe Veldbeek, worden aangelegd. De exacte ontgravingsdiepte is niet bekend, maar deze zal meer dan 50 cm beneden maaiveld zijn. Dit betekent dat het potentiële archeologische niveau wordt aangetast. Het advies is om voorafgaand aan de aanleg van de watergang ter hoogte van de boringen 42 en 44 een proefsleuf aan te leggen. Het doel is om vast te stellen of hier archeologische resten aanwezig zijn. De tweede locatie betreft een beekovergang bij de boerderij De Vossenbelt op locatie I. De diepteligging hiervan is onbekend, dus wordt vooralsnog het niveau direct onder de bouwvoor (vanaf ca. 30 cm) aangehouden. Op deze locatie zal een waterberging worden gegraven. De exacte ontgravingsdiepte is niet bekend, maar dit zal meer dan 30 cm beneden maaiveld zijn. Dit betekent dat het potentiële archeologische niveau wordt aangetast. Omdat de locatie van de voormalige beekloop en eventueel daarbij horende beekovergang onbekend is, is het advies om voorafgaand aan de aanleg van de waterberging een proefsleuvenonderzoek uit te voeren, waarbij eerst de voormalige beekloop wordt gelokaliseerd. Vervolgens kan gericht gezocht worden naar sporen van een beekovergang ter hoogte van het pad dat vanaf de boerderij De Vossenbelt naar de beek heeft gelopen.
提供机构:
KSP Archeologie
创建时间:
2022-10-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务