Ronde Hoep, gemeente Ouder-Amstel
收藏DANS Data Station Archaeology2023-05-10 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/VPUZ2Y
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in april, mei en juli 2021 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden ter plaatse van de ringdijk van de Ronde Hoep in de gemeente Ouder-Amstel. Het bureauonderzoek is onderdeel van een LCA-onderzoek waarbij landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden in beeld worden gebracht. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. De diepere ondergrond van de Polder de Ronde Hoep wordt gevormd door wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk). Op dit niveau, dat op circa 5,5 - 6,0 m –NAP is aan te treffen, kunnen in de top van getij-inversieruggen archeologische resten uit het Midden- en Laat-Neolithicum worden aangetroffen. Deze ruggen en de daarin aanwezige resten zijn in potentie niet of nauwelijks verstoord en kunnen dus intacte vindplaatsen met een hoge informatiewaarde herbergen. Als gevolg van de ligging in een afgedekt paleolandschap is het echter niet bekend waar de getij-inversieruggen zich in de ondergrond bevinden. Een archeologisch booronderzoek langs de zuidzijde van de Oude Waver heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van getij-inversieruggen. Mogelijk moeten zij elders in het onderzoeksgebied gezocht worden. In de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen werd het onderzoeksgebied ingenomen door uitgestrekte veenmoerassen, die door kleine veenrivieren zoals de Amstel, Bullewijk, Oude Waver en Winkel werden doorsneden. Het is niet waarschijnlijk dat de veenmoerassen, behoudens de eventuele beter ontwaterde randzones, in de periode Bronstijd tot en met Vroege Middeleeuwen geschikt waren voor bewoning. De kleiige oeverzones van de rivieren kunnen daarentegen vanaf de IJzertijd wel op beperkte schaal bewoningsmogelijkheden hebben geboden, hoewel er geen sprake was van goed ontwikkelde oeverwallen. Een bewoningsniveau zal zich manifesteren als een humeuze en/of ontkalkte laag met daarin kleine fragmenten aardewerk, bot, houtskool en dergelijke. Tot op heden zijn echter geen waarnemingen bekend die bewoning op de oeverzones aantonen. Toch kan bewoning op grond van bekende vindplaatsen gerelateerd aan het Vecht-Angstel-systeem, dat met de veenrivieren in het onderzoeksgebied in verbinding stond, niet worden uitgesloten. In de 11e eeuw werden de veengebieden vanaf de oeverzones van de kleine rivieren ontgonnen. In de 12e eeuw ontstond daarbij de Polder de Ronde Hoep, die als gevolg van wateroverlast vrij snel van een ringdijk werd voorzien. De dijk werd in de loop ter tijd meermaals verstevigd en opgehoogd, onder meer in 1687 naar aanleiding van een verhoging van het waterpeil van de Amstel. Ter plaatse van de huidige ringdijk moet daarom rekening worden gehouden met opgebrachte klei- en veenlagen. Daarnaast moet op een drietal locaties, daar waar het water uit de polder om de Amstel en de Bullewijk werd uitgeslagen, rekening worden gehouden met resten van duikers of bruggenhoofden. Uit oude kaarten blijkt dat de boerenerven aan de binnenzijde van de ringdijk waren gesitueerd. De aanwezigheid van laatmiddeleeuwse huisplaatsen onder de huidige dijk is daarom minder waarschijnlijk. Gelet op het kaartbeeld van de ‘Caarte vanden Ronden Hoeps Polder’ uit 1680 en de verschillende minuutplannen van de gemeente Ouder-Amstel uit 1811-1832 is in enkele delen op of direct aan de buitenzijde van de dijk bebouwing aangegeven. Uit de bij de minuutplannen behorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT) blijkt dat het hierbij om woonhuizen, schuren en langs de Amstel tevens om tuin- of theekoepels gaat. Specifiek in deze delen van het dijktraject zijn niet alleen ophogingslagen vanaf de 12e eeuw aan te treffen, maar ook resten van bebouwing, in de vorm van funderingen, muurwerk, vloeren en uitbraaksleuven, en allerlei vondstmateriaal (zoals aardewerk, baksteen, glas, aardewerk en dierlijk bot). Direct langs het huidige boezemwater moet rekening worden gehouden met resten van oeverversterkingen of kadewerken. Door (sub)recente bodemingrepen zoals de aanleg van de huidige weg en ondergrondse infrastructuur zoals kabels en leidingen moet rekening worden met verstoringen. De aard, omvang en diepte hiervan is niet bekend. Naar verwachting zal het bovenste deel van de ringdijk uit een moderne wegfundering in de vorm van zand en gebroken puin bestaan. Ter plaatse van de locatie van de inlaat, waarvan de constructie zich tot de binnendijks gelegen percelen uitstrekt, moet rekening worden gehouden met verstoring door agrarische bodembewerking. Gezien het gebruik als weidegrond zal deze verstoring hooguit de bovenste decimeters van het bodemprofiel betreffen.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2023-05-03



