Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied St. Jansgildestraat 5 te Loerbeek Gemeente Montferland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xbp-qm4g
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van de heer H. de Koning van Studiokeesmarcelis b.v. uit Arnhem een bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd voor de ontwikkeling van de locatie St. Jansgildestraat 5 te Loerbeek. De ontwikkeling betreft de bouw van een woning met souterrain met een totale funderingsdiepte van 3,30m onder maaiveld.De locatie is op het moment van onderzoek (13 t/m 16-12-2013) bebouwd met een twee onder een kap van St. Jansgildestraat 3 en 5 van circa 500m2. Het overige terrein is als tuin en erf ingericht met twee opstallen. De totale oppervlakte van het plangebied voor de nieuw te bouwen woning bedraagt ca. 650 m2, waarbij ca. 350m2 zich buiten het grondoppervlak van de bestaande woning bevindt.Voor de bouw van de woning wordt de bestaande twee onder een kap gesloopt. Deze sloop betreft een grondoppervlak van ca. 500m2. De bodemingreep voor de sloop van de bestaande bebouwing is dieper dan 30cm onder maaiveld. De sloopdiepte is niet exact bekend omdat de diepte van de fundering niet exact bekend is. Verwacht mag worden dat er gefundeerd is en gesloopt wordt tot op het dekzand en vorstvrij, wat neerkomt op een ontgraving van minimaal 80cm minus maaiveld.Het plan voor het gebied bevindt zich in de ontwerpfase. Voor ontwikkeling wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Als onderdeel van het bestemmingsplan dient een inventarisatie van de archeologische waarden uitgevoerd te worden. Middels een Bureauonderzoek en een inventariserend archeologisch onderzoek (karterende fase) te worden uitgevoerd. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek middels boringen (karterende fase) om de intactheid van de bodemopbouw te toetsen en de aanwezigheid van vindplaatsen vast te stellen.Het bureauonderzoek toonde aan dat de kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen vanaf het Neolithicum tot aan de IJzertijd laag werd geacht. De kans op vindplaatsen uit de periode IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd word hoog geacht. De verstoringskans door de bouw van de woningen in het plangebied in 1939 is naar verwachting gering. De verwachtte verstoringsdiepte is 80cm minus maaiveld (vorstvrije fundering en verwachting top van het dekzand).Uit het op 21 december 2013 uitgevoerde booronderzoek blijkt dat het aanwezige profiel bestaat uit een relatief dunne bouwvoor met daaronder een dik eerddek en (waarschijnlijk) een ‘begraven’ oude bodem (cultuurlaag/oud plaggendek). De totale dikte van de eerdlaag bedraagt gemiddeld 50 cm. De top van het dekzand is op wisselende dieptes aangetroffen, variërend van 95 cm-mv tot maximaal 120 cm-mv (boring 1). Aan de voorzijde (boring 5) van de woningen is het bodemprofiel verstoord tot in de top van het dekzand (tot een diepte van 105 cm-mv). Aan de zuidzijde van de woning (boring 3a en 3b) is de boor tweemaal gestuit op de oude fundering van een aanbouw uit 1939 (mondelinge informatie dhr. Peters d.d. 21- 12-2013), waarvan het bovengrondse deel in de 70ger jaren van de vorige eeuw is gesloopt.In de eerdlaag zijn diverse archeologische indicatoren aangetroffen uit de Late Middeleeuwen, waaronder scherven handgevormd aardewerk. Aangezien tijdens het karterend booronderzoek aangetoond is dat een deel van de oorspronkelijke bodemopbouw intact is en er tijdens het booronderzoek archeologische indicatoren aangetroffen zijn, bevestigt dit de hoge verwachting op archeologische vindplaatsen. Bij de waargenomen intacte boorprofielen bij de noordgevel en op het noordoostelijk deel van het plangebied, op een oppervlak van circa 60m2 , kunnen bij graafwerkzaamheden dieper dan 35 cm-mv eventuele archeologische vindplaatsen (sporen en vondsten) vernietigd worden. Omdat slechts 60 m2 van de geplande nieuwbouw gerealiseerd wordt in het archeologisch waardevolle deel van het plangebied, zullen geen complete structuren zoals huisplattegronden en bijgebouwen onderzocht kunnen worden. Hoogstens zullen enkele geïsoleerde sporen zoals paalkuilen, paalsporen, afvalkuilen of greppels onderzocht kunnen worden. Het verdient daarom aanbeveling om deze 60 m2 te laten ontgraven onder archeologische begeleiding door een gecertificeerd archeologisch bureau, waarbij eventueel aanwezige archeologische sporen en vondsten gedocumenteerd worden.Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Montferland), die vervolgens een formeel besluit neemt over de noodzakelijke vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Op 13 januari 2014 is het conceptrapport en het advies van Hamaland Advies beoordeeld door gemeente Montferland en diens archeologisch adviseur, de regioarcheoloog van de ODA2. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek wordt in het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een archeologische begeleiding van de sloop- en graafwerkzaamheden t.b.v. de nieuwbouw. Met dit selectieadvies wordt ingestemd. Op basis van de resultaten van de archeologische begeleiding zullen eventuele restricties voor het plangebied definitief worden vastgesteld.
创建时间:
2024-01-31



