Onderzoeksgebied A50 – de bermen tussen hmp 206.8 en 229.8, gemeenten Apeldoorn, Epe en Heerde
收藏DANS Data Station Archaeology2019-07-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZFG-7WDA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van ARCADIS B.V. heeft RAAP in apr il 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het onderzoeksgebied A50 – de bermen tussen hectometerpalen 206.8 en 229.8 in de gemeenten Apeldoorn, Epe en Heerde.</p><p>Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden (per gemeente) binnen een zone van 250 m aan weerszijden van de middenberm van de A50. De kaartenatlas, zoals samengesteld door RAAP, bestaat uit een aanvulling van de bestaande gemeentelijke kaarten met gegevens van het AHN2, (recente) bodemkundige, archeologische en historische gegevens. Daarnaast zijn diverse historische elementen geïnventariseerd en opgenomen in de kaartenatlas. Het gaat om 50 bijgebouwen en 68 historische boerderij- /woonhuislocaties, waarvan voor zover kon worden nagegaan 20 een mogelijke middeleeuwse oorsprong hebben. Alle historische erflocaties hebben een hoge verwachting toebedeeld gekregen. Van de locaties met een mogelijke middeleeuwse voorganger valt er één binnen het plangebied. Tevens valt van zes locaties de buffer van 200 m binnen het plangebied. Van de boerderijlocaties met een datering in de nieuwe tijd vallen er zes binnen het plangebied. Daarnaast ligt van zeven locaties de buffer binnen het plangebied. Van alle (bekende) bijgebouwen vallen er vier binnen het plangebied. Binnen het onderzoeksgebied zijn twaalf bruglocaties gelokaliseerd (buffer 25 m), waarvan vijf stuks binnen het plangebied vallen. In de kaartenatlas zijn daarnaast historische wegen (1832), historische waterlopen en houtwallen opgenomen.</p><p>Het tracé is opgedeeld in zones met een hoge, middelhoge of lage verwachting. De brug-/voordelocaties (inclusief bufferzone) betreffen locaties met kans op een bijzondere dataset. Daarnaast zijn er zones met geen verwachting (grote bodemverstoringen/waterwerken). In de zones met een hoge en middelhoge archeologische verwachting, evenals de bufferzones van historische boerderijlocaties, adviseert RAAP een verkennend booronderzoek (boringen om de 40 m) uit te voeren om de bodemopbouw te toetsen en te verifiëren. Indien op basis van gegevens uit dit onderzoek archeologische resten worden verwacht, wordt geadviseerd om een aanvullend karterend booronderzoek uit te voeren (boringen om de 20 m). Voor de brug-/voordelocaties (inclusief bufferzone) die binnen het plangebied vallen wordt over de gehele lengte van de bufferzone een proefsleuvenonderzoek geadviseerd (eventueel met doorstart naar een opgraving). Dit type vervolgonderzoek wordt geadviseerd omdat dergelijke archeologische resten met booronderzoek niet/nauwelijks op te sporen zijn. Geadviseerd wordt het proefsleuvenonderzoek (eventueel met doorstart naar een opgraving) direct voorafgaand aan de werkzaamheden in te plannen, waardoor vertraging van de civieltechnische werkzaamheden wordt voorkomen. Indien op deze locaties (kabel-)sleuven worden aangelegd kunnen de archeologen de aan te leggen sleuven openleggen en (eventueel/ indien gewenst) open laten liggen. Ook dient de A50 dan maar voor één bepaalde aaneengesloten periode (deels) te worden afgezet. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen, goedgekeurd door de bevoegde overheid. Voor de zones met een lage archeologische verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).</p><p>Samenvattend kan een berekening worden gemaakt over de omvang per type vervolgonderzoek. Deze berekening is bij benadering en is samengesteld op basis van de gegevens ter hoogte van de middenberm van de A50. De westelijke- dan wel oostelijke berm wijkt hiervan af, aangezien de begrenzingen van de verwachtings- en advieszones variëren. Het advies van RAAP komt neer op een archeologisch verkennend booronderzoek over een lengte van bijna 11 km. Voor circa 12 km van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Binnen het plangebied komen vijf zones voor waar een proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd met een totale lengte van 125 m. Hiervan ligt circa 80 m ter hoogte van de middenberm.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2019-06-10



