Prehistorisch grafveld de Busjop bij Heythuysen weer zichtbaar
收藏DANS Data Station Archaeology2013-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZFR-3Q9S
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Jarenlang lag in het struweel in de bossen van de Busjop, ten oosten van het Limburgse dorp Heythuysen (gemeente Leudal), een prehistorische grafveld verscholen. Dat veranderde eind 2010, toen ruim 3 ha bos plaatsmaakte voor een open landschap waarin de grafheuvels weer goed herkenbaar waren. Vooraf, tijdens en na afronding van deze transformatie voerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in nauwe samenwerking met Staatsbosbeheer, onderzoek uit, waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan. Dat het grafveld beter zichtbaar en zo een beter beleefbare plek zou worden, was de uitwerking van een erfgoedvisie, vastgelegd in het rapport Erfgoedstrategie van het Leudal uit 2005. Het was de wens van Staatsbosbeheer om de omgeving van de Busjop, gelegen op de dekzandrug aan de noordzijde van de Tungelroysche Beek, om te vormen naar een meer open heidelandschap. Daarin zouden niet alleen de grafheuvels beter zichtbaar zijn, maar de open omgeving zou ook een goede habitat zijn voor bijzondere planten en dieren, zoals de stekelbrem, de levendbarende hagedis, de boomleeuwerik en de nachtzwaluw. In de periode 2007 tot 2012 zijn verschillende activiteiten uitgevoerd, vanuit twee onderzoekslijnen. De eerste lijn van onderzoek, waarmee eind 2007 een begin is gemaakt, was het achterhalen van het vondstmateriaal en opgravingsdocumentatie van het onderzoek dat in 1951 op het grafveld had plaatsgevonden. De tweede onderzoekslijn was het uitvoeren van drie korte veldwerkcampagnes, in de periode 2010-2011, waarbij het tijdstip van uitvoering werd bepaald door Staatsbosbeheer. Het ging daarbij om booronderzoek, met een Edelmanboor en guts, gecombineerd met visuele inspecties. Beide perspectieven waren erop gericht om een aantal centrale onderzoeksvragen te beantwoorden. Een belangrijke opgave was de omvang van het grafveld en het aantal grafheuvels te bepalen. Ook het vaststellen van de fysieke staat van het grafveld en de directe omgeving was een relevant aandachtspunt. Door verschillende bronnen te combineren, konden we de geschiedenis van het onderzoek naar het grafveld reconstrueren. Het is duidelijk geworden dat de Busjop al in 1842 de aandacht trok van verzamelaar G.Ch.H. (Charles) Guillon. Bij de meest intensieve campagne, de opgraving die in 1951 plaatsvonden onder leiding van C.C.W.J. (Cor) Hijszeler, is ongeveer de helft van de toen zichtbare heuvels, zo’n twintig, onderzocht. Helaas bleek het niet mogelijk de summiere beschrijvingen van Hijszeler te koppelen aan de situatie ter plekke. Wel zijn de door hem opgegraven urnen met bijgiften teruggevonden. Een deel daarvan, ongeveer een derde, dateert uit de late bronstijd en een wat groter deel uit de vroege ijzertijd. Daarmee kunnen we vaststellen dat het grafveld in gebruik is geweest tussen ongeveer 1000/900 en 700/600 v.Chr. Tijdens de transformatie naar een open omgeving zijn zes grafheuvels herontdekt, waaronder één langbed. Deze zijn in de zomermaanden van 2011 geconsolideerd. Negen gerestaureerde heuvels waren bij aanvang van het project bekend. Twee lage verhevenheden die in 2005 van boomopslag waren ontdaan, bleken oudtijds opgeworpen heuvellichamen te zijn. Een optelsom maakt duidelijk dat het grafveld uit zeventien zichtbare grafheuvels bestaat. Het grafveld is op 9 september 2011 op feestelijke wijze geopend. Het onderzoek heeft uitgewezen dat het grafveld oorspronkelijk meer dan vijftig heuvels omvatte en een areaal van minimaal 3 ha besloeg. Van dat grafveld zijn nu zeventien grafmonumenten zichtbaar, die een interessante kennisbron zijn voor de toekomst. Verder is het zeer aannemelijk dat het onzichtbare deel van het grafveld nog redelijk intact is. Grondsporen zijn in vorstvaaggronden moeilijker leesbaar, maar zijn waarschijnlijk goed bewaard gebleven, aangezien grote delen van het bodemprofiel van de dekzandrug intact zijn. Dat maakt dat de archeologische potentie op oudere bewoningssporen hoog is. Het booronderzoek en de veldkarteringen leverden duidelijke aanwijzingen voor het gebruik van de dekzandrug voorafgaand aan de aanleg van de eerste grafheuvel. De combinatie van de goede fysieke kwaliteit met de hoge verwachting op oudere sporen heeft in juni 2011 geleid tot uitbreiding van het rijksmonument met bijna 4 ha tot een totaal oppervlak van ruim 6,3 ha. Wanneer over vijf jaar de heide groeit en bloeit, zal de open omgeving met de goed zichtbare heuvels, bijzondere diersoorten aantrekken. De blauwvleugelsprinkhaan die in het najaar van 2012 is gesignaleerd, is daar een voorbode van.</p>
提供机构:
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
创建时间:
2013-01-01



