five

Archeologisch onderzoek Hoofdweg 80 Zegveld Hoofdweg 80 te Zegveld, gemeente Woerden. Een opgraving - variant archeologische begeleiding en een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven

收藏
DataCite Commons2025-11-19 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/USALZN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de heer Uijterlinde vindt de herinrichting plaats van het plangebied Lindehoeve Zegveld aan de Hoofdweg 80 te Zegveld, gemeente Woerden. Het voornemen bestaat de huidige boerderij met bijgebouwen te slopen en nieuwbouw te realiseren van enkele woningen. Op basis van het Programma van Eisen voor het archeologisch onderzoek is door Vestigia een opgraving uitgevoerd in de vorm van een archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop van het voormalige voorhuis. Tevens heeft een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden waarbij er binnen het plangebied twee proefsleuven zijn gegraven. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van eventuele aanwezige archeologische resten uit de periode Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, en waar mogelijk het bepalen van de inhoudelijke en fysieke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten aan de hand van de aard, ouderdom, omvang en conservering. Het doel van de archeologische begeleiding is het documenteren van gegevens en het veiligstellen van archeologisch materiaal, om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Centrale vraagstelling bij dit onderzoek was 'Zijn binnen het plangebied archeologische resten aanwezig en wat is de waardering van deze archeologische informatie?'. Bevindingen De bodem binnen het plangebied bestaat uit veen. Hierop is vanaf de Middeleeuwen tot in de Nieuwe Tijd een ophogingspakket van klei en zand aangebracht om bewoning mogelijk te maken. Het ophogingspakket is het dikst langs de hoofdweg, omdat hier de bewoning zich van oorsprong concentreerde. Naar het noorden toe nam de bewoning af en daarmee ook de noodzaak om dit deel van het plangebied op te hogen. Tijdens de archeologische begeleiding zijn in werkput 2 diverse archeologische sporen gedocumenteerd. Het betreft muurwerk, houten palen en planken en een diergraf. In totaal kunnen hieruit drie structuren worden onderscheiden, te weten Structuur 1, 2 en 4. De structuren 1 en 2 zijn verschillende fases van bebouwing. Fase 1 betreft de resten van een oudere boerderij (Structuur 2) die op dezelfde locatie stond als het recent gesloopte gebouw. Dit is een rechthoekige constructie, waarvan de resten echter zeer slecht bewaard zijn gebleven. Het zijn met name de restanten van de (baksteen)fundering op kespen die in de vorm van houtwerk nog zichtbaar waren. Een datering van deze boerderij is niet met zekerheid te geven. Fase 2 is de jongste bebouwingsfase met Structuur 1. Het betreft het rechthoekige voorhuis van een boerderij, dat op basis van de fundering in drie eenheden (mogelijk vertrekken) was verdeeld. Deze boerderij is in de 19e eeuw gebouwd en heeft in de loop der jaren verschillende renovaties en verbouwingen ondergaan, wat ook uit de nu aangetroffen funderingen nog blijkt. Het bovengrondse deel van de boerderij en bijgebouwen zijn vlak voor de uitvoering van de opgraving gesloopt. Op basis van de datering van Structuur 1 moet de boerderij in elk geval van vóór het einde van de 19e eeuw dateren. Een datering in de 18e eeuw is aannemelijk, maar het is ook mogelijk dat het begin van de boerderij in de 17e eeuw kan worden geplaatst. Structuur 2 is in de late 19e eeuw gebouwd en pas in 2019 gesloopt. Direct ten noordwesten van deze boerderij is Structuur 4 aangetroffen. Dit is het enigszins verstoorde graf van een hond die oorspronkelijk in situ was begraven. Het hondengraf ligt buiten Structuur 2, maar binnen het muurwerk van Structuur 1. Het graf kan op basis hiervan als ouder dan de late 19e eeuw worden gedateerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn alleen ten noordoosten van het recent gesloopte voorhuis sporen aangetroffen. Een stuk muurwerk kan worden gerelateerd aan Structuur 1. Het betreft een muur parallel gelegen aan de hoofdweg dat als de achterzijde van het stalgedeelte kan worden geïnterpreteerd. Het muurwerk is in verband gemetseld met muurwerk dat de westzijde van de proefsleuf begrensd. Dit muurwerk sluit aan op het muurwerk aangetroffen tijdens de archeologische begeleiding dat onderdeel vormt van Structuur 1. Het in de proefsleuven gedocumenteerde muurwerk is op een ophogingslaag gelegen, waaronder een vloer of bestrating tevoorschijn kwam. Mogelijk betreft dit sporen die als onderdeel van Structuur 2 moeten worden geïnterpreteerd, maar omdat deze relatie niet met zekerheid kon worden vastgesteld, zijn ze als Structuur 3 – fase 1b beschreven. Deze structuur kan slechts relatief worden gedateerd als zijnde ouder dan structuur 1. Als het tot de oudere fase behoort dateert het vermoedelijk uit de 18e of wellicht 17e eeuw. Zowel tijdens de opgraving als het proefsleuvenonderzoek is vondstmateriaal verzameld. De vondsten zijn matig tot slecht geconserveerd. Het merendeel betreft materiaal dat alleen grofweg in de Nieuwe Tijd kan worden gedateerd en dan vooral de periode 1600-1800. Met name voor het aardewerk geldt echter dat de nadruk op de 18e eeuw ligt. Twee vondsten zijn daarbij voor de geschiedenis van het plangebied typerend. De fragmenten van een melkteil onderstrepen de belangrijke rol van zuivelbewerking op deze melkveehouderij. Daarnaast is een 18e-eeuws tegelfragment aangetroffen dat typerend is voor de rijkere boerderijen. Het geeft aan dat ook vóór de 19e eeuw binnen het plangebied een welvarende boerderij heeft gelegen, die zijn rijkdom vermoedelijk te danken had aan zuivelbewerking. Conclusie Op grond van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan worden gesteld dat er binnen het plangebied een vindplaats uit de Nieuwe Tijd is gelegen. Het betreft de voorganger van de recent gesloopte, laat 19e-eeuwse boerderij. De vindplaats is reeds ten dele opgegraven tijdens de archeologische begeleiding van de ondergrondse sloop van het voorhuis, maar strekt zich op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek verder uit naar het noordoosten. De vindplaats is daarbij deels recent verstoord. Tijdens het onderzoek zijn slechts enkele recente verstoringen gedocumenteerd. Door de aanwezigheid van een mestkelder ten noorden van werkput 3 worden ook hier geen intacte archeologische sporen meer verwacht. De verwachting is dat de archeologische resten behorende tot deze vindplaats ten westen en oosten van de werkput nog wel (ten dele) aanwezig zullen zijn. In het noordwestelijk deel van het plangebied zijn geen sporen aangetroffen. Er is voor dit deel van het plangebied geen sprake van een vindplaats. Advies Op basis van het onderzoek wordt geadviseerd om de vindplaats in situ te behouden. Indien behoud in situ van de vindplaats niet mogelijk is, wordt geadviseerd om een gericht vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving uit te voeren, waarbij de huidige werkput 3 aan zowel de noordwest- als zuidoostzijde verder wordt uitgebreid met enkele meters (5-7m) aan beide zijdes van de huidige werkput over de gehele lengte van de werkput. Indien er archeologische sporen worden aangetroffen die buiten deze uitbreiding verder doorlopen, zal het te onderzoeken deel binnen het plangebied verder moeten worden uitgebreid om zo de archeologische sporen volledig te kunnen onderzoek. De verwachting is dat eventueel aanwezige bewoningssporen zich voornamelijk onder de recent gesloopte bebouwing zullen bevinden. Voor het overig deel van het plangebied wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Woerden, om op basis van het hierboven geformuleerde advies en de voorgenomen ingrepen, een besluit te nemen ten aanzien van vervolgonderzoek. Ook nadat het archeologisch onderzoeksproces is afgerond, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Woerden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务