five

Achterveldseweg 37 te Achterveld (gemeente Barneveld)

收藏
DANS Data Station Archaeology2018-06-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XAE-VGRU
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft in maart 2018 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Achterveldseweg 37 te Achterveld (gemeente Barneveld). De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen bouw van een pluimveestal. Hoewel op de locatie twee stallen zijn voorzien, is enkel voor de bouw van de westelijke stal archeologisch onderzoek verplicht gesteld. De zuidelijke stal zal gebouwd worden in een gebied waar al bebouwing aanwezig is en de bodem reeds verstoord. Daarom is hier geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied zich in de Gelderse vallei bevindt, een voormalig glaciaal bekken dat is opgevuld met dikke pakketten klei, zand en grind. De bovenste pakketten bestaan uit smeltwaterafzettingen en dekzand. Het dekzand, dat het Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel vormt, is afgezet in de laatste ijstijd (Weichselien, 116.000 tot 11.700 jaar geleden) en ligt in het plangebied aan de oppervlakte. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is af te leiden dat het maaiveld ter plaatse van het plangebied relatief laag ligt. Vermoedelijk maakt het deel uit van een dekzandvlakte. Op grond van deze ligging moet worden aangenomen dat het gebied in de loop van het Holoceen, onder invloed van de sterk stijgende grondwaterspiegel, sterk vernatte. De relatief natte omstandigheden maakten het gebied vanaf het Neolithicum of de Vroege Bronstijd waarschijnlijk ongeschikt of minder geschikt voor bewoning. Mogelijk raakte het zelfs overgroeid met veen, maar hierover bestaat geen zekerheid. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode vanaf de Bronstijd tot de Middeleeuwen wordt dan ook klein geacht. Gezien de ligging in een vochtige kampontginning is het gebied vermoedelijk pas in de Middeleeuwen ontgonnen. Als gevolg van langdurige plaggenbemesting is een plaggendek ontstaan. Hierdoor kunnen onderliggende archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot het Neolithicum manifesteren zich voornamelijk als een vondstspreiding van vuursteenartefacten en houtskool aan de basis van het plaggendek en in de top van het dekzand. Mogelijk heeft in dit gebied in deze periode een jachtkamp gelegen. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied vanaf het einde van de 17e eeuw in gebruik is als bouwland. Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich een erf met een boerderij. Deze boerderij wordt ten minste vanaf de 18e eeuw ‘Kruisdijk’ genoemd. Vanwege de ligging nabij dit erf kunnen in het plangebied archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Een eventuele vindplaats uit deze periode zal zich manifesteren door een vondstspreiding van aardewerk, baksteen en houtskool in de top van het dekzand en onderin het plaggendek alsook een sporenniveau in de top van het dekzand. In de 20e eeuw is het erf naar het westen uitgebreid en zijn ook enkele schuren in het plangebied gebouwd, die later weer gesloopt zijn. Dit kan tot bodemverstoringen hebben geleid. Ook het aanleggen van mestsilo’s in het plangebied kan tot een verstoring van de bodem hebben geleid. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in de ondergrond van het plangebied inderdaad uit dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. In het dekzand is een vegetatiehorizont vastgesteld. Het dekzand gaat naar boven toe over in een humeus zandpakket. In het noorden van het plangebied is dit pakket 70 tot 150 cm dik en bestaat het uit meerdere lagen omgewerkte grond. In het zuiden van het plangebied heeft het pakket dikte van 15 tot 60 cm en, in tegenstelling tot in het noorden, een homogene samenstelling. Waarschijnlijk is hier sprake van een restant van een plaggendek. Samenvattend kan gesteld worden dat de bodem in het plangebied voor het grootste deel is vergraven tot in de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Hierbij is ook het potentiële archeologische sporenniveau, de top van het dekzand, verstoord geraakt. In de ondergrond van het plangebied bevindt zich nog een vegetatiehorizont die mogelijk uit het Bølling- of Allerød-insterstadiaal dateert. In dit niveau kunnen nog archeologische waarden uit het Laat-Paleolithicum aanwezig zijn. Deze 6 vegetatiehorizont zal echter, aangezien de grondwerkzaamheden ten behoeve van de bouw van een stal niet dieper dan 70 cm –mv zullen reiken, niet verstoord worden.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2018-06-01
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作