Transect-rapport 2115: Archeologisch bureauonderzoek (BO), inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase en cultuurhistorische verkenning. Maarssen, Maarssenbroeksedijk Oost 36 Gemeente Stichtse Vecht.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X7K-TWWQ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek en een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd in een plangebied aan de Maarssenbroeksedijk Oost 36 in Maarssen (gemeente Stichtse Vecht). De aanleiding voor het onderzoek vormt de vergunningsaanvraag voor de realisatie van een garage binnen het plangebied. <br>In het plangebied is volgens het bestemmingsplan Rondom de Vecht 2018 in het gebied echter sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2’ en ‘Waarde Cultuurhistorie, landschap en natuur’. Voor plangebieden met een ‘Waarde Archeologie 2’ geldt dat bij bodemingrepen groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm -Mv, voorafgaand aan ruimtelijke planvorming archeologisch (vooronderzoek) noodzakelijk is. Voor ‘Waarde Cultuurhistorie, landschap en natuur’ geldt dit bij iedere bouwactiviteit. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.<br>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Het doel van de cultuurhistorische verkenning is om vast te stellen of in het plangebied cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig zijn, die beïnvloed zouden kunnen worden door de aanleg van de garage.</p><p>Conclusie<br>Archeologie<br>Op basis van het archeologisch vooronderzoek is een hoge verwachting vastgesteld voor de periode Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op het oude boerenerf van Nijmansvelt of Niemantsveld. Ten noorden van het plangebied heeft op basis van historisch kaartmateriaal in ieder geval sinds 1600 bebouwing gestaan, maar de aanwezigheid van oudere bebouwingresten is eveneens niet uitgesloten. In het plangebied zelf worden erf-gerelateerde zaken verwacht, zoals afvalkuilen, beerputten en/of resten van bijgebouwen. Ook zijn oudere bebouwingsfasen mogelijk aanwezig, die teruggaan tot in de 12e eeuw toen de Maarssenbroeksedijk is aangelegd in het kader van de ontginningen van het gebied. Tijdens het veldonderzoek is in het plangebied een intacte terp- of cultuurlaag vanaf een diepte van 30-70 cm -Mv waargenomen, die aantoont dat het erf waarschijnlijk verhoogd lag. Voor de overige perioden geldt een lage archeologische verwachting, aangezien het toen een ontoegankelijk veenmoeras vormde. Er bestaat nog een verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Steentijd, maar gezien de verwachte diepte van het dekzand in het plangebied (tussen de 4 m en 5 m –Mv) en de geringe diepte van de voorgenomen ontgravingen (circa 70 cm –Mv) wordt deze verwachting verder buiten beschouwing gelaten.</p><p>Cultuurhistorie<br>Tijdens het onderzoek zijn geen cultuurhistorisch waardevolle elementen vastgesteld.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-03-18



