five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Usselerhalte te Enschede, gemeente Enschede

收藏
DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/GGRA6B
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van De Marne Vastgoed BV voor de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB 4002 & 4003 uitgevoerd voor een bouwperceel aan de Usselerhalte tussen nrs. 5A en 8. De beoogde ingrepen bestaan uit de sloop van de huidige bebouwing (bedrijfsruimte KAV Auto Verhuur aan Usselerhalte 10). Vervolgens zullen twee nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen worden gerealiseerd. De nieuwe gebouwen hebben een grondplan van circa 1.440 m2 en circa 780 m2 (totale omvang nieuwbouw circa 2.220 m2). De exacte verstoringsdiepte voor de aanleg van funderingen onder de nieuwbouw is onbekend. Voor het onderzoek wordt uitgegaan van een verstoringsdiepte van minstens 80 cm-mv (vorstvrij funderen). Ook worden 39 parkeerplaatsen aangelegd en worden eventueel de huidige inritten aan de Usselerhalte verlegd en/of verbreed.</p><p> Op de archeologische verwachtingskaart van Enschede (2005) heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting. Ter hoogte van het plangebied is een vindplaats uit de Bronstijd-IJzertijd aangeduid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart (2009) valt het plangebied deels binnen Onderzoeksgebied A (noordelijke helft) en deels binnen Onderzoeksgebied B (zuidelijke helft). De vrijstellingsgrenzen van de meest strenge beleidszone waar het plangebied in ligt (onderzoeksgebied A) zijn leidend voor het bepalen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Binnen beleidszone Onderzoeksgebied A geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een omvang van 250 m2 of groter én met een verstoringsdiepte van 50 cm-mv of dieper.</p><p> Vanwege de overschrijding van deze vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 uitgevoerd, waarbij een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld en een selectieadvies is geformuleerd. Het verwachtingsmodel en de mate van intactheid van de bodem is getoetst middels verkennende boringen conform de BRL SIKB 4003.</p><p> Bureauonderzoek</p><p> Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge verwachting heeft voor vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum. Het plangebied is ligt geomorfologisch gezien op grondmorenewelvingen. Deze (relatief) hoge delen van het landschap zijn aantrekkelijke locaties voor bewoning en landgebruik in alle archeologische periodes. Dit wordt bevestigd door archeologisch onderzoek op de Josink Es 270 m ten zuidoosten van het plangebied en de Usseler Es 320 m ten zuiden van het plangebied. Volgens de archeologische verwachtingskaart uit 2005 kunnen in de omgeving van het plangebied (binnen 100 m) ook resten van een grafheuvel uit de Bronstijd-IJzertijd verwacht worden.</p><p> Vanaf de Late Middeleeuwen zijn in het plangebied als gevolg van plaggenbemesting hoge zwarte enkeerdgronden gevormd. Uit onderzoeken uit de omgeving blijkt dat de dikte van het plaggendek kan variëren tussen circa 50 en circa 150 cm. In een boorprofiel uit het DINOloket in het oosten van het plangebied is het humeuze dek circa 50 cm dik. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bevinden zich in of ondiep onder het plaggendek tot circa 50 à 150 cm-mv. Oudere archeologische resten worden verwacht in de top van de C-horizont vanaf 50 à 150 cm-mv.</p><p> Op basis van historisch kaartmateriaal uit de 18e en 19e eeuw ligt het zuidwesten van het plangebied deels op een historische erflocatie. De woning heeft vermoedelijk buiten het plangebied gestaan. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied heeft een bijgebouw van het erf gestaan. Het erf wordt afgebeeld op topografische kaarten tot en met 1937.</p><p> Door graafwerkzaamheden voor de aanleg van het bedrijventerrein omstreeks 1994 en specifiek voor de aanleg van de funderingen van de huidige bebouwing in 2005 kan de bodem verstoord zijn. De diepte van deze verstoringen is onbekend. Afhankelijk van de dikte van het plaggendek kunnen onderliggende natuurlijke afzettingen en eventueel oude bodems goed geconserveerd zijn.</p><p> Booronderzoek</p><p> In boring 1, 3 en 4 is sprake van een grotendeels intacte bodem onder een subrecente ophoging en puinverharding. In deze drie boringen is sprake van een intacte eerdlaag die archeologisch gezien relevant is. Ook de top van het dekzand is in deze boringen (boring 1, 3 en 4) nog intact en daardoor archeologisch gezien relevant. Vanwege het ontbreken van archeologische indicatoren kan de eerdlaag niet nader gedateerd worden dan Late Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd. In boring 2 en 5 is de bodem verstoord als gevolg van recent uitgevoerde sloop- en graafwerkzaamheden.</p><p> Selectieadvies</p><p> Vanwege de intacte bodemopbouw in de noordelijke helft van het plangebied, kan de hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum gehandhaafd blijven. Om de aanwezigheid van sporen en/of vondsten c.q. vindplaatsen te kunnen toetsen adviseren wij om in dit deel van het plangebied een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren voorafgaand aan de geplande nieuwbouw. Indien de graafwerkzaamheden voor de nieuwbouw beperkt kunnen blijven tot 50 cm-mv (25 cm bufferzone boven de top van de eerdlaag) dan kan vervolgonderzoek achterwege blijven. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat getoetst wordt door het bevoegd gezag.</p><p> Vanwege het ontbreken van een intacte bodemopbouw in de zuidelijke helft van het plangebied, adviseren wij om de zuidelijke helft van het plangebied vrij te geven.</p><p> Selectiebesluit</p><p> Het conceptrapport is op 8 maart 2022 namens gemeente Enschede beoordeeld door dhr. O. Satijn, regioarcheoloog van Het Oversticht. De kan geeft in zijn beoordeling aan de conclusies van Hamaland niet over te kunnen nemen. “In 3.2 wordt vermeld dat er sprake is van een intacte bodem onder een subrecente ophoging en puinverharding. Uit de boorprofielen kan ik dit niet afleiden: er is weliswaar sprake van een esdek, maar deze gaat direct over in een C-horizont. Een intacte esdek alleen betekent geen intact bodem – en dus mogelijk een behoudenswaardige vindplaats. En een esdek op zich is geen aanwijzing voor mogelijk intacte archeologie, zeker omdat in dit geval het esdek niet kan worden gedateerd. Een esdek kan tot in de late 19e eeuw stammen. Er is hier geen sprake van een intacte podzol (in tegenstelling tot de onderzoeken in de direct omgeving met intact B-horizonten) dan wel zijn er geen aanwijzingen dat een bodem (zoals een akker) die lange tijd aan het oppervlak gelegen heeft intact aanwezig is.”</p><p> De beoordeling is op 15 maart 2022 telefonisch afgestemd tussen dhr. O. Satijn en dhr. E.E.A. van der Kuijl van Hamaland Advies. Uit het booronderzoek is niet af te leiden hoe diep het moedermateriaal is vergraven. Naar verwachting zullen alleen de diepe sporen zoals erfgreppels, afvalkuilen en waterputten e.d. nog bewaard zijn gebleven. Indien het alleen gaat om dieper gelegen sporen is vervolgonderzoek volgens de regioarcheoloog niet aan de orde. De overige opmerkingen op het conceptrapport zijn verwerkt in deze definitieve versie van het rapport (versie 2.0). </p><p> Voorbehoud</p><p> Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p> Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Enschede (dhr. O. Satijn van het Oversticht).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务