Bureauonderzoek verzwaring Garsthuizen - Garsthuizen/Startenhuizen (gemeente Eemsdelta)
收藏DataCite Commons2025-01-27 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/TLDPUN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Antea Group projectnummer 489159 In oktober 2023 is in opdracht van Visser & Smit Hanab door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor “Verzwaring Gasthuizen” in Garsthuizen en Startenhuizen (gemeente Eemsdelta). Aanleiding voor het onderzoek is de verzwaring van het energienetwerk tussen Garsthuizen en Startenhuizen. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Eemsdelta. Resten uit de steentijd zijn te verwachten op de pleistocene afzettingen. Deze zijn ter plaatse van het plangebied te verwachten van circa 12m -NAP en liggen daarmee buiten het bereik van de scope. Hierna ontstaat in het gebied een getijdezone. De verwachting voor resten uit het neolithicum tot en met ijzertijd zijn derhalve laag. Hoewel de kerkwierde van Garsthuizen (AMK 901) als datering late ijzertijd – nieuwe tijd heeft, zijn er bij eerder onderzoek (Zaakid. 2431752100) geen aanwijzingen aangetroffen die een fase in de ijzertijd ondersteunen. Waarschijnlijk was bewoning in het gebied pas weer mogelijk toen rond circa 100 nC een kwelderrug gevormd was, hoewel resten uit de ijzertijd niet geheel kunnen worden uitgesloten. De verwachting op resten vanaf de (midden-)Romeinse tijd tot en met nieuwe tijd zijn hoog. Op de kwelderrug werden terpen of wierden opgeworpen als bescherming tegen hoog water. Op de historische kaarten is te zien dat het grootste deel van het huidige wegpatroon reeds lange tijd ongewijzigd is. Enkel in het zuidoostelijke deel is een groot deel pas van latere datum en net ten noorden van Smydingheweg loopt de huidige weg over de locatie van historische bebouwing. Hier geldt een hoge verwachting op bewoningsresten uit ten minste de nieuwe tijd die mogelijk een middeleeuwse voorganger had. Advies In het grootste deel van de wegbermen waar het tracé aangelegd wordt, zijn reeds veel kabels en/of leidingen aanwezig (zie kaartbijlage 489159-KLIC). Deze delen van het tracé kunnen zonder vervolgonderzoek worden vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden. Enkele delen van het tracé liggen (mogelijk) binnen de contouren van AMK-terreinen. Hier geldt dat voor alle graafwerkzaamheden een vergunning van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) noodzakelijk is. Uit de KLIC-gegevens blijkt echter dat ook in deze delen reeds kabels en/of leidingen aanwezig zijn, waardoor de verwachting op intacte resten laag is. Wij adviseren om ook deze delen vrij te geven. Echter dient ermee rekening gehouden te worden dat het bevoegd gezag (RCE) een afwijkend advies kan geven om de aanleg in deze delen van het tracé uit te voeren onder archeologische begeleiding. Het is derhalve aan te bevelen om, indien mogelijk het tracé zó in te plannen dat geen graafwerkzaamheden binnen de AMK-terreinen nodig zijn. Omdat er een hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen enkele zones van het plangebied, adviseert Antea Group om binnen de overige delen van het tracé een inventariserend veldonderzoek uit te voeren op de locaties waar graafwerkzaamheden dieper dan 40cm -mv gepland zijn. De graafwerkzaamheden binnen de contouren van de dubbelbestemmingen waarde-archeologie (zoals aangeduid op Afbeelding 3) die plaatsvinden op locaties waar geen of nauwelijks andere kabels en/of leidingen aanwezig zijn, dienen uitgevoerd te worden onder archeologische begeleiding (protocol 4003). Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding is een Programma van Eisen nodig, dat goedgekeurd dient te worden door het bevoegd gezag. Bovenstaande is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in dezen de gemeente Eemsdelta en de RCE (voor de tracédelen binnen de AMK). Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Op 23 februari 2024 werd door het bevoegd gezag gemeld dat zij zich akkoord verklaren met bovenstaande conclusie en aanbevelingen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-01-24



