five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Mercatorstraat 12 te Lichtenvoorde Gemeente Oost Gelre

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-10-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2CD-7BJ5
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van dhr. Tiggelhoven, ten behoeve van het plangebied aan de Mercatorstraat 12 te Lichtenvoorde een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De ontwikkeling betreft het uitbreiden van een bestaand bedrijfspand van Fortes aan de zuidzijde. Het oppervlak van de nieuwe verstoring voor de geplande nieuwbouw is 638 m². De exacte verstoringsdiepte is nog niet bekend maar zal dieper zijn dan 0,30 cm-mv.</p><p>Op basis van de archeologische beleidskaart van gemeente Oost Gelre, blijkt dat met de geplande bodemingreep mogelijk archeologische waarden kunnen worden verstoord. Het plangebied ligt in een gebied met een archeologische waarde (AWV cat. 6). Dit betreft geomorfologische eenheden met een plaggendek. Er geldt een verplichting voor onderzoek als de ondergrens van 100 m² en 30 cm mv voor bodemingrepen wordt overschreden. Volgens het nieuwe afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek geldt een vrijstelling bij plannen kleiner dan 250 m² en 30 cm-mv diepte. Onderhavig onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat is aangevuld met een veldonderzoek (verkennende en karterende fase), uitgevoerd door Hamaland Advies. Het bevoegd gezag, Gemeente Oost Gelre (dhr. P. Ballast) en de toetser namens de gemeente, de Omgevingsdienst Achterhoek (mw. A. Lugtigheid), zullen de resultaten van het bureauonderzoek en het booronderzoek toetsen.</p><p>Conclusie<br>Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Er is een gerede kans op een bodemverstoring tot onder het archeologisch waardevol niveau door de bouw/inrichting in 2000 en de bewerking van de grond voor 2000, tot een diepte van ca. 0,50 m-mv en meer. de aanwezigheid van een eerddek van 30- 50 cm kan archeologische vindplaatsen hebben beschermd. Uit het booronderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodem afgegraven is tot een gemiddelde diepte van 55 cm-mv, waarna het in 2000 opgehoogd is met gebroken puin en zand. In boring 3 is nog een restant van het oorspronkelijke subrecente landbouwdek aangetroffen. In boring 1,2 en 3 is onder de ophogingslaag een intacte laarpodzol aangetroffen. De laarpodzol is maximaal 40 cm dik en gaat geleidelijk over in de top van het dekzand. In boring 4 en 5 is de bodem door eerdere graafwerkzaamheden verstoord geraakt tot in de top van het dekzand. Hierdoor zijn potentiële archeologische niveaus verloren gegaan.</p><p>Selectieadvies<br>Vanwege het ontbreken van archeologische vindplaatsen en/of archeologische indicatoren adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Met de voorgenomen bodemingrepen worden geen archeologische waarden geschaad.</p><p>Selectiebesluit<br>Het conceptrapport is op 24 oktober 2016 beoordeeld door het bevoegd gezag, gemeente Rijssen-Holten en diens adviseur, de regioarcheoloog van gemeente Oost Gelre (dhr. P. Ballast) en haar adviseur, de Omgevingsdienst Achterhoek (mw. A. Lugtigheid). Het rapport is akkoord bevonden behoudens enkele opmerkingen die in deze definitieve rapportage zijn opgenomen. Het selectieadvies is overgenomen. Er wordt géén archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. De nieuwbouw leidt niet tot de aantasting van archeologische niveaus. En er zijn geen indicaties dat er in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn of worden verwacht. </p><p>Voorbehoud<br>Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oost Gelre (e-mail: p.ballast@oostgelre.nl) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2016-10-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务